Venlo door de eeuwen heen – Deel 16: 1815-1845 Venlo als speelbal van grote mogendheden

8 april 2021 | Leestijd: 4 minuten

Na de Franse periode maakte Venlo in 1815 deel uit van de nieuwe provincie Limburg, onderdeel van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Deze provincie moest een tegenwicht bieden voor eventuele nieuwe Franse plannen vanuit hun noordgrens. Tevens diende de provincie als vesting tegen Pruisen en werd onderdeel van de zogenaamde Maaslinie. Het was de Zuidoostelijke frontier die liep van Namen via Luik en Maastricht naar Venlo en Grave.

Tekst: Rob Buchholz | Beeld: collectie VenloVanbinnen

Hoewel de economische situatie in de jaren na de Franse bezetting niet rooskleurig was, bleef een groot deel van de Venlose bevolking optimistisch. Er vonden voldoende handelsactiviteiten plaats bij de haven en de markt. Tevens ontstonden er steeds meer nieuwe winkels en horecagelegenheden in de vestingstad. Zo werden de huzaren vaste bezoekers van café Razzel Dazzel aan de Steenstraat. Er opende onder andere een textielwinkel (van weduwe Canjels) op de Peperstraat, een ijzerwarenzaak in de Vleesstraat plus een horlogemaker in de Gasthuisstraat. Ook was dit het tijdperk dat diverse bierbrouwerijen zich in de stad vestigden. Een van de meest bekende opende in 1833 de deuren aan de Lomstraat in Café a la Cour de Belgique. Hier vond de productie van het befaamde Venloosch Alt plaats. De naam van de zaak veranderde later naar In den Ouden Tijger en vervolgens naar De Gouden Tijger. Lange tijd Venloos oudste café tot het etablissement in 2010 definitief de deuren sloot.

Belgische opstand
De oorspronkelijke naam van deze horecagelegenheid was in 1833 niet zonder reden gekozen. Venlo viel op dat moment al drie jaar onder Belgisch bewind. Door een oproer in Brussel (1830) ontstond ook onrust in de provincie Limburg. Een van de twistpunten was de eenvoudige toegankelijkheid van Venlo. De vestingstad verkeerde in slechte staat en was volgens de opstandelingen eenvoudig te veroveren. Dit ondanks de aanwezigheid van het Nederlandse garnizoen. De eenheid tussen Noord- en Zuid-Nederland wankelde. Hoewel door de eerste signalen over de onrust in Brussel het aantal wachters bij zowel de Roermondse als Keulse poort werd verdubbeld, wisten de Belgen toch vrij eenvoudig Venlo binnen te dringen. Op 10 november 1830 meldden de Maaskozakken van Daine zich aan de stadspoort. Het Nederlandse garnizoen ging in op de Belgische eisen en bood de soldaten vrije doorgang. Zo was Venlo van 1830 tot 1839 onderdeel van de Belgische opstand. Voor de bevolking veranderde er weinig. Velen waren al pro-Belgisch en lieten de ontwikkelingen goedkeurend toe.

1830: Belgische opstand

Stad in verval
Maar liefst 2000 Belgische soldaten verbleven in en rond de vestingstad. Zij hechten veel waarde aan Venlo vanwege de strategische ligging aan de Maas en bouwden een extra fort – met de naam Fort Leopold – tussen de rivier en Fort Sint Michiel. Hoewel de Belgen Venlo als een belangrijke plek zagen, troffen zij een stad in verval aan. Veel straten en gebouwen waren in slechte staat. Met name de situatie in en rondom de wijk het Hetje, aan de Maas, was erbarmelijk. Meerdere gezinnen woonden gezamenlijk in één van de bouwvallige krotten en ongeveer twintig procent van de Venlonaren trok bedelend door de straten. De openbare hygiëne was desastreus mede omdat dierlijk afval niet werd opgeruimd. Er bevond zich binnen de stadsmuren geen civiel hospitaal, wel een militair. Toen de dreiging van cholera in 1831 ontstond werden in een noodhospitaal in het Kruisherenklooster diverse burgers verpleegd. Tijdig genoeg om een grote uitbraak van deze ziekte te voorkomen. Hoewel veel Venlonaren na die negen jaren genoeg hadden van de Belgen, zorgden zij toch voor de nodige positieve ontwikkelingen. Zo werd in 1836 een slachthuis aan de Lohofstraat gebouwd, een belangrijke stap voor een betere hygiëne. Tevens openden diverse scholen de deuren: de Armenschool, Hogere Stadsschool en de Tekenschool. De start van de armenfabriek zorgde ervoor dat meer burgers werk en dus ook een inkomen kregen.

Minder handel
Hoewel dus voorafgaand aan de Belgische bezetting sprake was van economische bloei, nam die in de jaren dertig van de negentiende eeuw weer af. Een belangrijke oorzaak was een besluit, genomen tijdens de Conventie van Mainz. Daar werd een vrije vaart over de Rijn toegestaan met als gevolg dat veel handel die voorheen over de Maas trok, aan de Venlose haven voorbijging. Eerder was al de Zuid-Willemsvaart geopend. Ook dit had voor een flinke dip gezorgd bij het handelsverkeer over de Maas.

Terug bij het Koninkrijk
Vanaf 1839, na de Vrede van Londen, ging Venlo weer deel uitmaken van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Opvallend feit daarbij was dat de provincie Limburg in tweeën werd gedeeld. Het Westelijke deel van de Maas behoorde tot België en de Oostzijde tot de Nederlanden. Koning Willem I besloot echter dat een groot deel van de provincie onderdeel werd van de Duitse Bond, met uitzondering van de steden Maastricht en Venlo. Er volgden investeringen om de gebrekkige infrastructuur in en rondom Venlo te verbeteren. Zo gingen werkzaamheden voor wegen van Nijmegen naar Maastricht via Venlo van start en in 1842 mochten stoomboten met handelswaar varen via de Maas. Een andere positieve ontwikkeling voor de stad was dat er postwagendiensten ontstonden tussen Venlo, Geldern en Krefeld.

Speelbal
Met het einde van het Belgische Beleg in 1839 en de hernieuwde toetreding tot het Koninkrijk der Nederlanden kwam er voor Venlo een einde aan een lange periode waarin de stad speelbal van verschillende mogendheden was geweest. Van 1702 tot 1795 viel Venlo onder het gezag van de Republiek. Vervolgens was het tot 1813 in Franse handen. En van 1815 tot 1830 maakte het weer deel uit van het Verenigd Koninkrijk. Daarna volgde dus de Belgische periode tot 1839 en uiteindelijk de terugkeer bij het Koninkrijk der Nederlanden. Al was ook Venlo dus bijna aan de Duitse Bond afgestaan, net zoals de rest van Limburg.

Al deze ontwikkelingen hadden de Venlonaar sceptisch gemaakt. De stad moest weer wennen aan de Nederlanders en vice versa. Het zorgde voor een moeizame integratie. Het feit dat het nog steeds een vestingstad was, zorgde daarnaast voor beperkingen. Er was te weinig ruimte om te werken, leven of zich te ontwikkelen. De vesting bleef echter nog dertig jaar gehandhaafd.

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad

Schrijver Paul van Loon strijdt mee tegen laaggeletterdheid

Schrijver Paul van Loon strijdt mee tegen laaggeletterdheid

Op verzoek van Bibliotheek Venlo bezocht kinderboekenschrijver Paul van Loon vandaag, 8 april, virtueel enkele Venlose basisscholen. Om leesplezier te stimuleren en zo laaggeletterdheid te bestrijden. Want wat laaggeletterdheid betreft behoort de regio Venlo tot de...

Woonbeleid gemeente Venlo heeft behoefte aan breder draagvlak

Woonbeleid gemeente Venlo heeft behoefte aan breder draagvlak

Wat gaat er, wat de gemeente Venlo, betreft goed op het gebied van woonbeleid en wat niet? De rekenkamer constateert uit onderzoek dat het zeker op twee vlakken een stuk beter kan: de rol in de regio en de relatie met de Huurdersbelangenvereniging. Het gemeentebestuur...