Venlo door de eeuwen heen – Deel 31: 1945-1950 Schipperen tussen traditie en vernieuwing

10 februari 2022

Na de geluksroes van de bevrijding ontstond in het voorjaar van 1945 het realiteitsbesef bij veel Venlonaren. Eigenlijk was de stad onherkenbaar veranderd. Venlo was verwoest. Er heerste woningnood, voedselschaarste, ziektes als tbc vormden een bedreiging voor de gezondheid, fabrieken hadden geen machines of materialen en ook ziekenhuizen hadden een ernstig tekort aan alles.

Tekst: Rob Buchholz | Beeld: Collectie VenloVanbinnen

Wie de Puinfilm heeft gezien en de foto’s uit die periode kent, weet onder welke omstandigheden de inwoners van Venlo in de maanden na de bevrijding moesten leven. Op 8 april 1945 hielpen 2.000 mannen mee om het afval in de straten van de binnenstad op te halen. Op diverse plekken (zoals de Helbeek, Craneveldstraat en Belletableplein) werden tijdelijke voorzieningen gebouwd: witte noodgebouwen om inwoners toch een dak boven het hoofd te bieden.

Herstel en hulpacties
Nadat in mei 1945 het hele land en op het Europese continent de vrede was getekend, ontstonden steeds acties om het herstel in gang te zetten. Kleinschalig of grootschalig. Beide waren van belang om het moreel van de getroffen bevolking een oppepper te geven. Al in april 1945 verscheen de eerste vrije krant: het Dagblad voor Noord-Limburg, de officiële opvolger van de Nieuwe Venlosche Courant. Er werd begonnen met het herstel van het verwoeste Citytheater. Films waren daardoor tot 1951 te zien in de Prins van Oranje. Het Bondsgebouw kreeg een tijdelijke functie als schouwburgzaal. Daar waren uitvoeringen van diverse Venlose revues van de gebroeders Cornet te zien. Wegens een gebrek aan horecagelegenheden kreeg de kelder van het Postkantoor aan de Keulse Poort tijdelijk de functie van café De Postkelder. Tevens kwam er hulp van buitenaf om de Venlose bevolking te voorzien van voedsel, medicijnen en andere primaire levensbehoeften. De stichting Herstel Limburg 1945 werd opgericht, net zoals de HARK (Hulpactie Rode Kruis). De stad Gouda adopteerde Venlo tijdelijk, later deed Groningen hetzelfde.

Hoek Nieuwstraat/Klaasstraat. Foto 1: 1945. Foto 2: 1950

Plan Kayser
De Venlose architect Jules Kayser was al voor de Tweede Wereldoorlog benaderd om stedenbouwkundige aanpassingen voor zijn stad te maken. Gedurende de oorlogsjaren presenteerde hij een aantal van zijn ideeën en direct na de bevrijding kreeg hij officieel de taak een herstelplan te ontwikkelen. Bij de presentatie sprak Kayser over zijn visie om geen nieuw Venlo te creëren, maar een herschapen Venlo. Het was zijn doel een intieme stad aan de rivier te maken voortbordurend op zes eeuwen stadsontwikkeling. Daarbij had de Venlose architect veel oog voor traditie en was het zijn bedoeling de intimiteit van de binnenstad te behouden. Maar juist die insteek was tegen het zere been van de Rijksoverheid. Zij keurden het plan af: te behoedzaam en te weinig aandacht voor de toekomstige verkeersproblematiek.

Brugplan
Uiteindelijk werd stedenbouwkundige Jos Klijnen bij het project betrokken. De plannen van Kayser bleven beperkt tot de wederopbouw van de binnenstad. Klijnen ontwikkelde het zogeheten Brugplan waarbij de Maasbruggen en de infrastructuur in en rondom de stad centraal stonden. Bij het Brugplan ging het om wederopbouw en ontwikkeling van het gebied tussen station Venlo en station Blerick: bruggen, opritten, viaducten, verkeerswegen en moderne gebouwen met betonconstructies. Bij de ontwikkeling van de Prinsessesingel, het Koninginneplein, Koninginnesingel stond de doorstroom van het verkeer centraal. De opening van het nieuwe station en de Maasbruggen werden in de jaren 50 grootschalig gevierd. Venlo maakte zich op voor een nieuwe toekomst.

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad