Venlo door de eeuwen heen – Deel 33: 1955-1965 De definitieve herrijzenis van Venlo

24 maart 2022

De jaren van de wederopbouw groeide geleidelijk ook uit tot de meest roerige en gezichtsbepalende periode van het nieuwe Venlo. Zo drukt de architectuur uit deze periode nog steeds zijn stempel op de vernieuwde stad.

Tekst: Rob Buchholz | Beeld: collectie VenloVanbinnen

Tevens ontstonden er vele maatschappelijke ontwikkelingen die tekenend waren voor de nieuwe tijd. Een van de belangrijkste fenomenen was de opkomst van de jongerencultuur die eigenlijk de basis vormde voor het rijke culturele leven waar inwoners van de gemeente nu nog steeds van profiteren. Alles bij elkaar genomen is het duidelijk dat we dankzij deze periode – jaren 50 en 60 – mogen spreken van de definitieve herrijzenis van Venlo. De ellende van de Tweede Wereldoorlog was niet vergeten, maar de komst van een nieuwe generatie plus de noodzaak van nieuwbouw en herinrichting van de getroffen stad zorgden voor een positieve ontwikkeling.

Opkomst Duitse kooptoeristen
Ja, in Venlo was nog sprake van de nodige armoede. De komst van Duitse kooptoeristen was daarom meer dan welkom. Zelfbedieningswinkel als Benders op de Straelseweg en Heymans & Rutten op de Geldersepoort speelden in op deze snel groeiende trend. Net zoals de komst van supermarkten en groentehallen als Ter Huurne, Ludwig en De Mop. Het meest bekende fenomeen was en blijft natuurlijk de 2 Brüder von Venlo. Deze winkel, in 1961 opgericht door de broers Geurt en Gerrit Snetselaar, begon als kruidenierswinkel Supra op de Sint Jorisstraat. Vanaf 1963 ging de zaak verder onder de naam 2 Brüder von Venlo op de Geldersepoort (zie foto boven). Dankzij een uitgekiende reclamecampagne in de Duitse media maakte het bedrijf snel duidelijk wat hun belangrijkste doelgroep was. Een bewuste keuze waar heel Venlo baat bij had. De stad kwam meer en meer tot leven. Juist in een tijdperk dat meer bekende en belangrijke winkels hun deuren openden. Denk aan C&A in 1958, automatiek Picadilly op de Beekstraat in 1959, de winkel van Geer van de Veer en de grootschalige renovatie van V&D. Einkaufen machen in Venlo en de Butterfahrt groeiden uit tot bekende en beruchte begrippen.

Stationsplein nog zonder fontein

Nieuwbouw
Met de komst van het kooptoerisme en vele nieuwe winkels groeide tevens het aantal inwoners in Venlo. In 1955 begroette de stad haar 50.000e inwoner. Dat was Annemieke Staaks, geboren op de Helbeek. Deze ontwikkeling vroeg om de bouw van veel nieuwe woningen. Vaak gebeurde dat in de vorm van flats en appartementencomplexen. Denk aan de Rijnbeekflat (1963), 340 woningen in het Vinckenbosje (1964), villa- en bungalowpark Tichelarij (1959), De Roestflat (1964) plus de Beerendonck (1960), een speciale plek waar senioren in de laatste fase van hun leven verzorgd werden. De groei van het aantal inwoners had mede te maken met de komst van nieuwe bevolkingsgroepen zoals Turken, Spanjaarden en Molukkers. In 1956 vestigden ook diverse Hongaarse vluchtelingen zich in Venlo. Zij verlieten noodgedwongen hun land wegens het Warschaupact en de daaropvolgende onrust in Oost-Europa. Een militair bondgenootschap van communistische landen dat tevens gezien werd als tegenhanger van de NAVO. Dit zorgde voor angst vanwege de oplopende conflicten tussen de Sovjet Unie en de NAVO. Tevens groeide er onrust over een tekort aan brandstof wegens de crisis rondom het bezit en toegang van het Suezkanaal in het najaar van 1956. Het gevolg: twee maanden lang een autoloze zondag. Ook in Venlo waren de spanningen voelbaar eind jaren 50 en begin jaren 60. De vrees voor een Derde Wereldoorlog was groot. De geschiedenis wil zich nog wel eens herhalen, zo mogen we nu gerust stellen.

Scholen en wegen
Door deze ontwikkelingen was er vanzelfsprekend behoefte aan meer en grotere scholen. Voorbeelden zijn de meisjesschool Vinckenhof (1960), uitbreiding van de HTS naar een groter gebouw op de Laaghuissingel (1964), de komst van de Middelbare Tuinbouwschool en in 1965 opende de de Kweekschool(tegenwoordig bekend als de PABO) de deuren. Essentieel voor Venlo was natuurlijk de officiële opening van de stadsbrug op 5 april 1957. Dit zorgde voor een betere verbinding naar de industrieterreinen in Blerick. Ook waren de Duitse autowegen en de Randstad dankzij de brug en het aansliuitende wegennetwerk beter bereikbaar. De nieuwe brug gaf Venlo de allure van een nieuwe, moderne stad.

De nieuwe stadsbrug

Jongerencultuur
Bij de aanleg van het nieuwe stationsgebied was al in de jaren 50 sprake van de komst van een fontein. De gemeente zag er geen heil in en het plan verdween voor korte tijd in een la. In 1964 kwam het kunstwerk er toch, geïnspireerd door de fontein op het Rotterdamse Hofplein. Het moest vooral een kunstwerk worden, tot grote vreugde van veel jongeren in Venlo. De stad was in hun ogen cultuurarm. Er was weinig tot niets te beleven. Meer aandacht voor cultuur zou daar volgens de nieuwe generatie verandering in brengen. De jongerencultuur die zich in de wereld ontwikkelde ging niet aan Venlo voorbij. Vanaf midden jaren 50 waren op verschillende plekken in de binnenstad de eerste Nozems (Nederlandse Onderdaan Zonder Enig Moraal) te zien. Gekleed in spijkerbroek, leren jack en getooid met een vetkuif waren ze vooral te vinden bij koffie- en ijssalons, zoals Meijers op het Nolensplein. Later werden de trappen voor het nieuwe station een favoriete plek om elkaar te ontmoeten.

De Instuif
De verveling en ergernis over een gebrek aan een eigen cultuur leidde onder andere tot de oprichting van de Instuif, een fenomeen dat in de Randstad al bijzonder populair was. Opgezet door katholieke kerk met de hoop was een flinke vinger in de pap te hebben bij de ontwikkeling van de jongeren. Maar die invloed nam in de loop der jaren af en de nieuwe generatie nam zelf het helft in handen. De kerk begon met discussieavonden, lezingen en debatten om de nieuwe generatie in toom te houden. Jongeren werden echter steeds mondiger en begonnen zelf activiteiten te organiseren. Dit zorgde voor het ontstaan van Instuif Lambertus (IL ’56) in Blerick en het opzetten van een jongerensociëteit op de Koninginnesingel in Venlo. Later kreeg dit een vervolg in zaal Copacabana op de Leutherweg. De Instuif wordt beschouwd als de basis van de moderne jongerencultuur. Er traden bandjes op en er werd volop gedanst.

Medio 1965 begon Kapelaan Leo Breuren met diensten in de Jongerenkerk. De naam geeft al aan waar de focus lag van deze moderne kerk. Daar was ruimte voor gitaarmuziek, Gospel en Jazz. Een ontwikkeling die de jeugd van de jaren zestig met liefde omarmde en hun steeds meer het gevoel gaf dat ze serieus werden genomen. Het opende de deuren naar nieuwe invloeden en er was meer aandacht voor literatuur, kunst en cultuur. De opening van een grotere bibliotheek en het Cultureel Centrum in de Begijnengang waren daarvan de eerste voorbeelden.

Jongerenkerk

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad