Venlo door de eeuwen heen, deel 6: Van handelsstad naar vestigingsstad

3 september 2020

Het verkrijgen van stadsrechten op 1 september 1343 zorgde voor nog meer florerende handel. Venlo groeide en bloeide. Dankzij de toenemende handelsactiviteiten kreeg de stad een steeds belangrijkere positie in het overkwartier Gelre en kozen steeds meer handelaren er voor om Venlo tot hun woonplaats te maken. Dit zorgde tevens voor een toenemende bebouwing van huizen, kloosters plus de uitbreiding van de Sint Martinuskerk en het stadhuis.

Tekst: Rob Buchholz | Limburgs Museum en archief VenloVanbinnen

Dankzij het toenemend aantal woningen groeiden de twee stadscentra (rondom de kerk en langs de Maas) steeds dichter naar elkaar toe. De bevolkingsgroei was mede te danken door de komst van Lombarden (Italiaanse handelaren uit de buurt van Genua) en Joden. Rond 1351 is er in gevonden documenten voor de eerste keer sprake van de Jodenstraat, de plek waar deze emigranten hun plek vonden. Het aantal inwoners groeit van 3400 naar 4400. En dat op een grondgebied van 20 hectare.

In deze periode van bloei kocht Venlo in 1374 het Steenen Huys dat later wordt omgebouwd tot stadhuis waarbij het tevens dienst deed als Waag en vleeshuis. De Steenstraat krijgt in die jaren de functie van verbinding tussen Markt en het Havengebied.

De periode van 1343 tot 1473 wordt behalve de economische bloei gekenmerkt door rust en stabiliteit. In 1473 breekt een lange periode aan waarbij de strijd om de zelfstandigheid van het hertogdom Gelre centraal staat. Door het overlijden van de Gelderse landheer denkt Karel de Stoute, Hertog van Bourgondië, aanspraak te maken op het hertogdom. Diverse belegeringen en beschietingen zorgen voor veel schade in de stad. Door de onrust heeft ook de handelspositie van Venlo sterk te lijden. Schippers uit het zuiden laten Venlo links liggen en de belangrijke functie als overslagplek gaat snel verloren. Na het overlijden van Karel de Stoute in 1477 is Maximiliaan van Habsburg een jaar later de volgende die aan de stadspoorten rammelt en de belangrijke handelsstad Venlo wil veroveren. Hertog Karel is in 1492 de volgende die Venlo als doelwit heeft. Alle potentiële veroveraars beschouwen Venlo als sleutel tot het overkwartier Gelre.

In 1511 is Margaretha van Oostenrijk, als vertegenwoordiger van Keizer Maximiliaan I van Oostenrijk de volgende die een poging waagt Venlo definitief in te lijven. Ze heeft Straelen, Arcen en Baarlo al in bezit en denkt daarmee Venlo geïsoleerd te hebben. Ook deze aanval wordt afgeslagen. Mede dankzij het verhaal van Truuj Bolwater. Zij vocht op de wallen met een Oostenrijkse soldaat, nam het vaandel af, maakte daarmee een eretocht door de stad waarna het vaandel een plek kreeg aan het Venlose stadhuis. Een historisch verhaal. Maar toch, Venlo had weer geleden. De economische positie werd steeds benarder. De naam als onneembare vestiging kreeg daarentegen steeds meer faam. Het feit dat weer een nieuwe belegering was afgeslagen, staat sinds die tijd met hoofdletters in de geschiedenisboeken van Venlo beschreven. Sommigen spreken van Bijbelse gebeurtenissen. In 1613 gaf het toenmalige stadsbestuur zelfs opdracht aan schilder Frans Everts om de drie belegeringen in schilderijen af te beelden.

Helaas voor Venlo zou het niet lang duren voordat de volgende vijand zich aan de stadspoort meldde: Keizer Karel V. Daarover meer in het volgende deel.

Terug