VenloVanvruuger: De vlook van Hölster Heinke – Deel 2

2 januari 2020 | Leestijd: 4 minuten

De vlook van Hölster Heinke is de titel van de nieuwe Venlose revue, die in oktober in De Maaspoort in première gaat. De schrijvers Frans Pollux en Wiel Aerts hebben zich laten inspireren door een roemruchte bendeleider, die in de achttiende eeuw in Venlo en omgeving actief was. Een tijd geleden zijn in een avondlijke campagne stickers geplakt, die op de voorstelling attenderen. Hier en daar hangen ze nog. Venlo Vanbinnen gaat op zoek naar sporen van Hölster Heinke.

Tekst: Sef Derkx | Beeld: Leon Vrijdag en collectie Sef Derkx

Bouwrestaurator Hay Gout uit Velden liet weten, dat hij een bijzondere Limburgse kast bezit. Het is een erfstuk, oorspronkelijk afkomstig van De Hulsterhof. Zijn overgrootouders waren pachter van deze boerderij in de bantuin ten zuiden van de vestingstad Venlo. Het familieverhaal wil dat Hölster Heinke zich uit vrees voor arrestatie erin verstopt heeft. Of deze kast oorspronkelijk de bedstee is geweest, waarin hij zich volgens het volksverhaal schuilhield voor de militairen die een klopjacht op hem hielden? Wie het weet, mag het zeggen. Het is evenwel een smeuïg verhaal.

Een jaar of dertig geleden werd in het toenmalige Goltziusmuseum een crucifix achter glas geëxposeerd. Erbij ingelijst was een briefje, waarop in handschrift te lezen stond dat het bewuste kruisbeeld toebehoord had aan pater Joannes Vincken. De Venlose minderbroeder zou Hölster Heinke cum suis bij hun terechtstelling bijgestaan hebben. Joannes Vincken komen we ook tegen bij de Venlose historici Uyttenbroeck en Michels, die een eeuw geleden als eersten over Heinke en zijn complicen schreven. Zij tekenden op dat de bende de eerwaarde respectvol ‘onze pater’ noemde en dat ze van de familie Vincken nog een smeuïge anekdote hadden vernomen. Op weg naar Venray werd het rijtuig, waarin de geestelijke reisde en waarin ook een welgestelde dame uit Venlo zat, door een struikrover tot stoppen gedwongen. De reizigster was doodsbang, maar pater Vincken bleef kalm. Hij sprak bedaard het herkenningswoord onder dieven en vagebonden uit: ‘de ster’. De rover geloofde zijn oren niet en voerde de koets met de reizigers naar zijn hoofdman. Die zat met vrienden en vriendinnen aan tafel, ze herdachten met spijs en drank een bendelid dat kort tevoren was opgehangen. De roverkapitein keek in de koets, zag pater Vincken en zei; “Beste heer, zijt gij het, kom nu moet gij ook een glas met ons drinken, gij moogt ook eens met mijne Trui dansen.” De eerwaarde kon en wilde het glas niet afslaan, maar dansen met een roversvrouw, nee daarvoor bedankte hij.

Het crucifix hangt in de archiefkamer van de firma Pasch aan de Vleesstraat. Op het bewuste briefje staat te lezen: ‘Dit Kruis heeft toebehoord aan Pater Johannes Vinken en is gebruikt bij de laatste absolutie door hem gegeven aan Heinke en zijn bende even voor hunne terechtstelling.’ Het crucifix is via een oudoom die getrouwd was met een nichtje van de pater, in het bezit gekomen van de familie Pasch.

Het Limburgs Museum bewaart en doos met botten en fragmenten van schedels. Bij deze stoffelijke resten ligt een door muizen aangevreten briefje. In handschrift wordt vermeld ‘Hulster Heinke’. Mijn eerste directeur bij het Goltziusmuseum, archivaris Wim Hendriks, vertelde mij ruim veertig jaar geleden dat de resten geborgen waren in de zandafgraving van Hecker op de hoek van Stalbergweg en Waterleidingsingel, bijna tegen de Zwarteweg aan. Nu is er de villawijk Aan de Bronnen. Het briefje met de naam van de Venlose bendeleider, was destijds geschreven en erbij gelegd door een assistent. Als practical joke, omdat er onder de heren gekscherend over was gesproken. In het Limburgsch Dagblad van dinsdag 11 mei 1954 lezen we over de vondst van geraamten in Venlo. Omdat de plek bij de Stalbergweg dichtbij het Duitse vliegveld uit de Tweede Wereldoorlog lag, was de politie ingeschakeld. De officier van justitie uit Roermond – zo meldt de krant – en dr. Van der Hulst uit Leiden hebben en onderzoek ingesteld. Hieruit bleek dat de lijken tweehonderd jaar tevoren waren begraven.

 

We citeren uit het Limburgsch Dagblad: ‘Merkwaardig was de omstandigheid, dat niets gevonden werd wat licht zou kunnen brengen in de vraag, wie deze mensen waren of hoe zij op die plaats gekomen zijn. Ook toen archivaris Hendriks uit Venlo de opgravingen voortzette, kwamen er geen nadere bijzonderheden te voorschijn. Op deze plaats moeten echter minstens tien mensen begraven zijn. In vroeger eeuwen stond in de nabijheid de galg. Misdadigers, die aan de galg werden terechtgesteld, zijn mogelijk hier begraven. Zijn de stoffelijke resten misschien de overblijfselen van de bende, die eens onder leiding van een zekere Hulster Heinke Venlo en omgeving terroriseerde? Het blijft een veronderstelling. Er is niets, wat op de vondst ook maar enig licht kan werpen.’

De botten zijn gaaf en dat is opmerkelijk voor iemand die geradbraakt is, zoals bij Hölster Heinke volgens de overlevering het geval is geweest. Maar… zoals zo vaak is de legende sterker dan de feiten. Voor velen zijn de stoffelijke resten écht die van de bendeleider.

(Wordt vervolgd)

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad