VenloVanvruuger: De vlook van Hölster Heinke – Deel 3

9 januari 2020 | Leestijd: 4 minuten

De vlook van Hölster Heinke is de titel van de nieuwe Venlose revue, die op vrijdag 19 oktober aanstaande in De Maaspoort in première gaat. De schrijvers Frans Pollux en Wiel Aerts en regisseur Cees Rullens weten zich geïnspireerd door lokale misdaadverhalen uit de achttiende eeuw. Een hoofdrol daarin speelt de roemruchte Hölster Heinke. Henri Uyttenbroeck en Hub Michels tekenen voor het eerst de volksverhalen op, die ruim een eeuw geleden nog over de bendeleider worden verteld. Het resulteert in 1909 in de studie De Wervers en Hulster Heinke, die het licht ziet als in de fameuze reeks Bijdragen tot de Geschiedenis van Venlo. Het relaas over de bende is een smeuïge mix van feiten en legendes, die het lezen nog steeds waard is.

Tekst: Sef Derkx | Beeld: Leon Vrijdag en archief Sef Derkx

De achttiende eeuw wordt gekenmerkt door bittere armoede onder steeds grotere delen van de bevolking. Door misoogsten en epidemieën onder het vee zien agrariërs hun inkomsten verloren gaan. Ze kunnen de pacht niet meer opbrengen en zijn gedwongen hun boerderijen te verlaten. Ze voegen zich vaak bij de vele andere thuislozen en paria’s, onder wie veel gedeserteerde militairen. De economische ontwrichting verscherpt de tweedeling in de samenleving. Rijk blijft rijk of wordt nog rijker, arm wordt steeds armer. Wie wil overleven, moet bedelen of… stelen. Zo simpel is het. Door West-Europa zwerven groepen verschoppelingen, zowel mannen als vrouwen met kinderen. In wisselende samenstelling ontplooien ze criminele activiteiten. Van een akkefietje als het stelen van groenten van het veld tot een halsmisdrijf als moord. De meest tot de verbeelding sprekende vagebond in Venlo en omgeving is Hölster Heinke. Door nauwgezet archiefonderzoek van onder meer anderen Rob Camps is veel aan het licht gekomen over de historische persoon, de misdaden van zijn bende, zijn arrestatie en gruwelijk einde.

In een verhoor na zijn arrestatie op 30 november 1753 onthult Hölster Heinke, die ook wel Heinke de Loper wordt genoemd, zijn echte naam. Hij heet Hendrick Corts of Curts. In een adem noemt hij zijn leeftijd en geboorteplaats. Hij is 21 jaar tevoren geboren in Geldern. Na de dood van zijn vader, de leiendekker Bruggemans, is Hendrick een zwervend bestaan gaan voeren. Zijn jongere broers zijn ook dat pad opgegaan. Matthijs, bijgenaamd De Muts, heeft zijn misdaden al met de dood moeten bekopen. Hij is in 1752 opgehangen in Thorn. Heinke heeft het lijk van zijn zeventienjarig (!) broertje stiekem van de galg gehaald en begraven bij Ittervoort. Broer Johan Anton Corts, alias Kleine Toon, is in hetzelfde jaar 1752 bij Nederweert geradbraakt en vervolgens min of meer levend verbrand. Twee gezinsleden ter dood gebracht en hijzelf gearresteerd en dat allemaal in een tijdbestek van nauwelijks een jaar.

 

Uit een van de archiefstukken is Heinke’s signalement overgeleverd. Hij heeft een fors hoofd met smalle neus, bruin krullend haar en bruine ogen. Hij is klein van stuk en mager. Zijn bijnaam Hölster Heinke heeft hij gekregen, omdat hij vaak bij de Hulsterhof verblijft, een boerderij op de grens van Venlo en Tegelen. In de levensdagen van de bendeleider is dit tevens een landsgrens. Venlo is een vestingstad, die behoort tot de Republiek der Verenigde Nederlanden. Het dorp Tegelen is gelegen in Gulik. Als de autoriteiten hem op de hielen zitten, hoeft hij maar even te spurten om in het buitenland te zijn. Als Heinke over de Wylderbeek is gesprongen, is hij veilig voor zijn achtervolgers uit Venlo.

De complexe staatkundige situatie in de achttiende eeuw, biedt legio kansen aan iemand die vluchten tot levensstijl heeft moeten maken. Blerick en grote delen van het huidige Noord-Limburg zijn Pruisisch, Roermond en omgeving Oostenrijks. Het komt Heinke rond Pasen 1752 van pas, wanneer hij in de omgeving van Venlo bij een gewapend conflict met Zwarte Nol, gewond raakt. Om zonder bemoeienis van de gerechtsdienaren uit Venlo te kunnen herstellen, trekt hij tijdelijk in op de Bosserhof in Tegelen.

 

Hulsterhof poort

 

Hölster Heinke’s meest kapitale misdrijf is een overval met brandstichting op herberg De Gelderse Postwagen in de nacht van 8 op 9 oktober 1753. Friedje Goossens, de achtjarige zoon des huizes, komt daarbij om het leven. Hoogst waarschijnlijk betreft het een wraakactie. De tienervriendin van Heinke, de roodharige en sproeterige Annemiek Berendoncks, is kort tevoren bij de herberg aan de Herungerweg weggejaagd toen ze om een avondboterham of kommetje pap vroeg. Het is tegen het zere been van Heinke, die De Gelderse Postwagen in brand steekt. De dood van het kind veroorzaakt woede en onrust onder de bevolking. Het Venlose stadsbestuur vraagt aan de Staten Generaal in Den Haag om dragonders, ‘peerdevolck’, in de strijd tegen het banditisme. Het verzoek wordt ingewilligd, de klopjacht op de Hölster Heinke kan beginnen.

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad