VenloVanvruuger: De vlook van Hölster Heinke – deel 5 (slot)

23 januari 2020 | Leestijd: 3 minuten

Na zijn arrestatie op zaterdag 30 november 1753 werd de lang gezochte bendeleider Hölster Heinke naar het stadhuis gebracht om te worden verhoord door de Venlose schout Van Darth. In eerste instantie verklaarde hij Hendrick Bruggemans te heten en in Geldern geboren te zijn. Uit navraag bleek dat die familienaam in Geldern onbekend was. Bij het tweede verhoor biechtte hij zijn echte naam op: Hendrick Corts of Curts.

Tekst: Sef Derkx | Beeld: Leon Vrijdag en collectie Sef Derkx

Zware criminelen werden gewoonlijk in een kerker onder de linkertoren van het stadhuis gevangen gehouden. In deze zogenaamde ‘narrekas’ had je alleen gezelschap van ratten en luizen. In het verleden heb ik rondleidingen verzorgd in het stadhuis. Bij die gelegenheden heb ik vaak het luik van de kerker opengemaakt. Het zicht op de onderaardse cel deed menigeen huiveren. Het licht in de ‘narrekas’ valt binnen door een spleet in een houten luikje in de toren. Volgens de overlevering zouden familieleden van arrestanten door de spleet sneden brood in de kerker hebben laten vallen. Of Hölster Heinke er gevangen zat, is onwaarschijnlijk. Hij was gewond en had medische hulp nodig. Waarschijnlijk is hij opgesloten in de Keulsepoort of Maaspoort, waar hij door zes man werd bewaakt.

Zijn proces heeft plaatsgevonden in het vertrek van het stadhuis waar het college van burgemeester en wethouders wekelijks vergadert. In deze kamer hing ten tijde van Hölster Heinke een schilderij met een Bijbels thema: het laatste oordeel. Het paneel van de Venlose kunstenaar Hubert Goltzius is te zien in het Limburgs Museum, waar de klimatologische omstandigheden optimaal zijn voor dit kwetsbare werk. Hölster Heinke zal er met andere ogen naar hebben gekeken, toen het doodvonnis over hem werd geveld!

Tijdens het proces kwam nog een bijzonder voorval aan het licht. Een van de getuigen à charge was Hannes Gerards. De knecht van hoeve De Hulster verklaarde dat hij een poos tevoren iets bijzonders had meegemaakt. Op de dag van de Ganzenkermis was hij de schuur ingegaan, waar Heinke met een groep mannen en vrouwen aan het feestvieren was. Wat was er aan de hand? De zus van de vriendin van Heinke en bendelid Henricus werden in een parodie op een kerkelijke huwelijksinzegening in de echt verbonden. Heinke die blijkbaar niet gesteld was op pottenkijkers had Hannes toegesnauwd: ‘Ick zal hem de spraeck ontnemen off kraeij sal geen vogel sijn.” De nepbruidegom had de zaak weten sussen.

Steven en Christina Dings, de pachters van de Hulsterhof, verklaarden dat een van de bendeleden, de Kwakzalver genaamd, over zijn kleding een wit hemd droeg. Over de arm had hij een handdoek geslagen en een bezem fungeerde als wijwaterkwast. Misschien dat de Kwakzalver een en dezelfde persoon is als de Venlose burger Jacobus, die de bende met raad en daad bijstond. In een verklaring wordt over hem gezegd dat hij een ‘duyvelbander’ (exorcist) is die in een straatje tegenover de Sint-Martinuskerk woont. Hij zou zijn profetische gaven in dienst gesteld hebben van Hölster Heinke. Gebaat heeft het niet, want de voorspellingen van de Venlose exorcist ten spijt is Hölster Heinke gearresteerd en ter dood gebracht.

Waarschijnlijk werd Hölster Heinke geradbraakt voor het stadhuis en hing men ter afschrikking het lijk op aan de galg op de Galgenberg (foto Wikipedia)

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad