VenloVanvruuger: Een unicum in het Jocusrieëk, twee jaar hoeëgheid

10 september 2020

We beginnen met een vraag. Zelfs de echte deskundigen zullen er even over moeten nadenken. Let op! In het naoorlogse Jocusrieëk is een prins twee jaar hoeëgheid geweest. Een unicum. Tot dan, want misschien gebeurt het opnieuw door de coronapandemie. Maar nu de vraag: wie is deze prins? En er meteen achteraan de volgende hersenkraker. Wat was de reden van zijn tweejarige regeerperiode? We moeten 67 jaar terug in de tijd, we gaan naar 1953. Het jaartal zal een belletje laten rinkelen. Wacht even…1953? Natuurlijk, dat is het jaar van de catastrofale watersnoodramp.

Tekst: Sef Derkx | Beeld: Leon Vrijdag en collectie Sef Derkx

 

Het was de bedoeling, dat Sef Arends in 1953 als prins Sef I Venlo zou voorgaan in de Vastelaovend. Maar in de nacht van 31 januari op 1 februari voltrok zich een nationale ramp. Springtij en een noordwesterstorm stuwden het water in de trechtervormige Noordzee op tot recordhoogte. Een groot deel van Zeeland, Brabant en de Zuid-Hollandse eilanden overstroomde. Meer dan 1.800 mensen verdronken, 100.000 inwoners van de getroffen kustgebieden verloren hun huis en bezittingen. Nederland verkeerde in een shock. In het zuiden werden alle carnavalsactiviteiten vanzelfsprekend afgelast. Sef Arends kon niet worden uitgeroepen en moest zijn mantel, muts en scepter ruim een jaar langer verborgen houden voor al te nieuwsgierige blikken.

Het Dagblad voor Noord-Limburg van maandag 16 februari1953 doet onder het kopje ‘Carnavalloze Vastenavond’ verslag:
‘De dag van gisteren, was een vreemde Zondag in Limburg. De gloed en de kleur van de carnavalsfeesten die andere jaren hun stempel drukten op deze dag, ontbraken geheel. Het was op de straten wel iets drukker, maar van enige Vastenavond-stemming was geen sprake. De cafés sloten overal op het normale sluitingsuur, al was het er voller dan op gewone Zondagen. Nu het Carnaval dit jaar werd afgelast heeft Limburg blijk gegeven van een verblijdende solidariteit.’

Leerlingen van de ambachtsschool vullen bij de kazerne zandzakken voor de overstroomde gebieden, februari 1953 (foto Dagblad voor Noord-Limburg).

 

De journalist was poolshoogte gaan nemen bij de grenspost aan de Kaldenkerkerweg. Het was er wel drukker, maar de auto’s droegen vooral kentekenplaten uit Zuid- en Noord-Holland. Kentekenplaten werden indertijd per provincie uitgegeven, waardoor elk bord begon met een of twee letters om de provincie mee aan te duiden. In de Limburgse auto’s, die de grens passeerden, zaten geen verklede carnavalsvierders die op weg waren naar Keulen of Düsseldorf.

Alles wees erop dat: ‘Van ’n grootscheepse uittocht over de grenzen naar Duitsland geen sprake is geweest. Ook aan de Wezelse barrière, aan de Herungergrens en in Tegelen was ’t gewoon als op elke Zondag.’ De enige uitzondering in Limburg vormden de inwoners van Vaals die massaal naar de carnavalsviering in Aken togen. Wrang was dit wel, want uitgesproken op deze zondag was de nationale herdenking van de slachtoffers van de watersnood.

Januari 1954 bracht strenge vorst. Op 3 februari werd de Elfstedentocht gereden die in een eindsprint gewonnen wordt door schaatslegende Jeen van den Berg. Het vroor dagenlang zo hard, dat in de eerste week van februari de Maas bij de bruggen ‘dichtzat’. Een enkeling waagde de levensgevaarlijke overtocht over de bevroren Maas van Venlo naar Blerick en omgekeerd. Op zaterdag 20 februari brak dan eindelijk de grote dag aan voor Sef Arends en zijn adjudanten Willy Lamers en Karel Jonkers. Verkleed als alde wièver en getooid met een passend masker en hoofddoekje kwamen ze de bomvolle Prins van Oranje binnen tijdens het Prinsebal. Op het podium aangekomen vroeg Vors Joeccius XI, Toeën Schrijnen, hen hun ware gezichten te tonen. D’n Hoonderstal reageerde uitgelaten bij het bekendmaken van ’t Dreejspan 1954 en dus een beetje ook dat van 1953.

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl

 

Terug