VenloVanvruuger: Eerste auto in Nederland

9 juli 2020

In mijn jeugd kende ik het boekje ‘Venlo in oude ansichten’ bijna uit mijn hoofd. Wie dat boekje niet heeft, kan genieten bij Facebook-groepen zoals ‘Bliërick wie ut vruuger waas’ en ‘Venlo wie ut vruuger waas’. De inhoud wordt hoofdzakelijk bepaald door alle foto’s van onze stad uit vervlogen tijden.

Tekst: Marcel Hogenhuis | Beeld: Leon Vrijdag & collectie Marcel Hogenhuis

Nu moet ik meteen bekennen dat een romantisch verlangen naar gedetailleerde, dus nooit vervelende geveltjes en doorkijkjes in de vele ‘gatsen’ mij niet vreemd is. De rust die deze foto’s uitstralen wordt door velen als een weldaad ervaren.
De verklaring voor deze ‘rust’ is vrij simpel: je ziet nauwelijks auto’s in de Venlose straten. Een hondekar, wat poserende voetgangers en een enkele fietser, dat is het wel zo’n beetje. Met de komst van de auto is alles veranderd en werd na WO-2 zelfs de herbouw van Venlo afgestemd op de verwachte verkeersstromen. Wanneer verscheen de eerste auto in Venlo? Dat weten we precies, daarover dadelijk meer.

Bij Arnhem aan de Rijnoever ligt een forse zwerfkei met daarop een tekst: ‘Op 18 mei 1896 werd de eerste auto van ons land, een Benz Victoria, voor de Haagse fotograaf Adolphe Zimmermans, op deze kade aan wal gezet.’ Arnhem maakt(e) aanspraak op de titel dat zij de eerste plaats in Nederland was, waar een auto had gereden. Op die 18e mei reed zijn chauffeur de auto van Arnhem naar Utrecht. Daar nam de gelukkige nieuwe eigenaar Zimmermans het stuur over. Op 19 mei reed hij van Utrecht via Leiden naar Den Haag. Case closed zou je zeggen, maar dan kent u Martin Bergevoet nog niet, decennia lang ijverig medewerker van het Venlose gemeentearchief. Hij ontdekte in het Venloosch Weekblad van 8 april 1893, de voorloper van de Nieuwe Venlosche Courant, een klein maar o zo interessant nieuwsberichtje:

We kunnen er niet langer omheen: maandag 3 april 1893 is de eerste keer geweest dat in Nederland een voertuig met verbrandingsmotor reed. Deze was afkomstig uit Süchteln en zal destijds via Dornbusch-Leuth-Lobberich-Kaldenkirchen naar Venlo zijn gereden. De duur van de rit van Süchteln naar Venlo moet minstens het dubbele bedragen hebben. De (waarschijnlijk) Benz Patent Motorwagen had maar een maximum snelheid van 16 km/uur.

De sensatie was er niet minder om: de Venlonaren hebben zich ongetwijfeld vergaapt aan dit nieuwe staaltje technisch vernuft. Hoewel het nog enige jaren zou duren voordat auto’s in grotere getale in ons straatbeeld verschenen, was het voorgoed gedaan met de rust.

Waar Arnhem tegen beter weten in de herinnering aan de eerste automobielen in Nederland nog steeds levend houdt met een grote kei, is het opmerkelijk dat Venlo – al enkele dé grootste logistieke hotspot van Nederland – deze historische primeur nog altijd niet benut. Zeker nu steden steeds meer zoeken naar eigen unieke eigenschappen om stad en streek te promoten, hoop ik dat dit kansje niet zo roemloos eindigt als ‘Het Verhaal van Venlo’, de Tajiri-collectie, een Evert Thielen Museum en last but not least Fort St.Michiel.

Terug