VenloVanvruuger: Het Bevolkingsregister van Venlo brandt!

14 juli 2022

Op vrijdagavond 18 februari 1944 drongen leden van het verzet het gemeentelijke administratiekantoor aan de Markt binnen. Doel van de actie was de vernietiging van het Venlose bevolkingsregister. Het vuur werd weliswaar gedoofd, maar veel gegevens waren inderdaad verloren gegaan.

Tekst: Sef Derkx | Beeld: Leon Vrijdag en collectie Sef Derkx

Over deze geslaagde overval is weinig bekend. Enige tijd geleden dook uit een privéarchief een buitengewoon interessant document op. Het is de getuigenis van de Brabantse verzetsman Leo van Druenen. Hij drong bij de overval als eerste het gebouw binnen. Zijn verslag is pakkend geschreven. Van Druenen stuurde zijn getuigenis op 27 november 1945 aan Piet Stroeken van het Dagblad voor Noord-Limburg. Decennia later is het opgedoken uit een map met correspondentie.

Aan de overval op het bevolkingsregister ging veel vooraf. Al in de loop van 1943 bespraken de Venlose verzetslieden Sef Mulders en Funs Donné de mogelijkheden. Als gemeenteambtenaren wisten zij dat het bevolkingsregister een geducht administratief wapen van de Duitsers was. Het vergemakkelijkte de controle op de bevolking en de opsporing van personen.

De oorspronkelijke opzet was om alle kaarten en registers te ontvreemden, te verbergen en het na de oorlog weer te overhandigen. Het plan verkeerde al in een stadium van voorbereiding, toen van de een op de andere dag werd verordonneerd dat alle bevolkingsregisters in Nederland dag en nacht bewaakt moesten worden.

Sef Mulders nam contact op met onderwijzer Jan Hendrikx, de leider van het Limburgse verzet. Begin 1944 was er beraad bij de familie Dael aan de Geldersepoort. Jan Hendrikx had Theo Dobbe uitgenodigd, een onverschrokken verzetsman die aan het hoofd stond van de Knokploeg Nijmegen. De uitkomst van het overleg was dat de overval snel en efficiënt moest worden uitgevoerd met als doel de vernietiging van zoveel mogelijk persoonsgegevens. De KP Nijmegen zou de actie uitvoeren. Venlose verzetsmensen zouden faciliteren.

Funs Donné, die werkzaam was bij de burgerlijke stand, nam na het werk alle belangrijke sleutels mee, zodat die konden worden gedupliceerd. Op woensdag 16 februari 1944 was het zover, maar de actie moest worden onderbroken, omdat er onverwachts uit het stadhuis een medewerker van de Luchtbeschermingsdienst kwam aanlopen. Twee dagen later zou een nieuwe poging worden ondernomen. De groep kwam samen in de bovenzaal van café-restaurant De Alde Merrèt van Sef Cornet.

Even nadat de klok van de Sint-Martinuskerk acht uur had geslagen, ging men op pad. Leo van Druenen liep voorop met de duplicaatsleutel van de deur van de gemeentesecretarie in de hand: “Ik duwde de sleutel in het slot en alsof ik geheel mijn leven niets anders gedaan had dan deuren openen met valse sleutels, draaide de deur geruisloos op haar oude scharnieren naar binnen. Zes makkers gingen met me mee. Eén bleef bij de deur, de anderen gingen achter me aan naar boven. Voorzichtig, elke trede proberend om geen onnodig gekraak of gepiep te veroorzaken, bereikten we de bovenverdieping. Het was of het gehele gebouw achtergelaten was in een overhaaste vlucht, want overal brandde volop licht maar nergens was een sterveling te zien. Nog enkele stappen en we stonden bij de ijzeren deur, die het bevolkingsregister mede moest bewaken. Van binnenuit hoorden we verschillende mannenstemmen: Harten, schoppen-drie, harten! Ik stak mijn hand in de hoogte ten teken, dat we binnen zouden vliegen. Toen ik de deur opengooide, zag ik juist de dienstdoende politieagent op zijn knieën achter een bureau liggen, zijn pistool gericht op de loketten. Leg je pistool neer, of ik schiet, bulderde ik, het gevaar ziend. Automatisch ging zijn geheven hand naar beneden en zijn pistool viel kletterend neer. En terwijl de andere bewakers hun handen zo hoog mogelijk in de lucht staken, drongen onze mannen verder naar binnen en zetten de bewakers, de politie incluis, met hun gezichten tegen de door hen bewaakte registerkasten.”

De bewakers werden geboeid naar de fietsenkelder gebracht. Een van de overvallers bleef bij hen achter. Boven werden de kasten en laden geopend en de inhoud ervan uitgestrooid over de vloer. De kaarten werden besprenkeld met benzine en vervolgens op verschillende plekken aangestoken. Leo van Druenen: “Een schitterende vlammenzee met metershoog vuur ontfermde zich over de uitgespreide bevolking van Venlo. We gingen naar beneden, want elke minuut kon de verduistering ook vlam vatten en dan zouden de vlammen ook buiten gezien worden.”

In de fietsenkelder werden de bewakers bevrijd van hun boeien. Hen werd verteld dat ze pas na vijf minuten naar buiten mochten gaan. Zo niet, zou het slecht met ze aflopen. De overvallers holden terug naar Sjang Cornet, waar fietsen klaarstonden. Leo van Druenen: “In groepjes van twee en drie begaven we ons op weg naar Grubbenvorst, waar voor onderdak was gezorgd. We waren nog maar net buiten Venlo’s stadsgedeelten, toen we omkeken en boven de stad een helle lichtgloed zagen. We waren overtuigd: weer was er een bevolkingsregister minder.”

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad