VenloVanvruuger: IJsfabriek

30 juli 2020

De zomer van 1911 mocht er zijn. Wat heet, wekenlang stond een verschroeiende zon aan een strakblauwe hemel. De zomer begon in juni en hield aan tot september met een gemiddelde temperatuur van dertig graden.

Tekst: Sef Derkx | Beeld: Leon Vrijdag, collectie Sef Derkx, Piet Braem, Delpher.nl

Op 15 juli moest de Venlose firma Bergerboten, die wekelijks op Rotterdam voer, de schepen uit de vaart nemen vanwege de lage waterstand van de Maas. Het was sinds 1850 niet meer gebeurd, Minder voorzichtige schippers liepen vast bij de Nak, een eilandje in de Maas ter hoogte van de Molenbossen. Op 18 juli 1911 kwam de Nieuwe Venlosche Courant met een opvallend bericht gerelateerd aan de tropische temperaturen: ‘Hoogthermometrische hitte, dientengevolge een sterke uitwaseming – eindresultaat een onleschbare dorst. En zoo gebeurde het dat Zondag en Maandag een tiental van die blauw-blauwen ter ontnuchterende, kalmerende afkoeling in de politiekoelkamer terecht kwam. En aller temperatuur en temperament daalde weer spoedig tot normale stand door het intense vrijheidsverlangen.’ Kijk, dat is nog eens een poëtische berichtgeving over openbare dronkenschap. Vandaag de dag wordt het in de media afgedaan met ‘ter ontnuchtering ingesloten’.

 

Natuurlijk was niet iedereen blij met de bloedhitte. Slagers moesten handenwringend toezien hoe hun vlees bedierf, verse vis werd niet meer vervoerd en in kelders van sommige cafés verzuurde het bier. Met de verzengde hitte van 1911 nog in het geheugen, kwam op zondag 4 januari van het jaar daarop een groot aantal gedupeerden bijeen in zaal Amicitia in de Steenstraat, de latere Scalabioscoop. Op initiatief van de Venloosche Slagersvereeniging wilde men komen tot oprichting van een fabriek voor koelijs. De initiatiefnemers kozen voor een bouwterrein tussen Oostsingel (nu Burgemeester van Rijnsingel) en Heutzstraat. Op 11 juni 1912 kon men de leden van de coöperatieve ijsfabriek melden, dat voortaan: ‘Prima kristalijs à 30 cent per blok van 25 kilogram.’ te koop was. Niet-leden betaalden een dubbeltje meer per blok.

Jan de Joode. Tekening: Ger Janssen

 

De ijsfabriek in de steeg aan de Heutzstraat was nog in bedrijf toen ik er als kind speelde. Wanneer ik terugreken moet het eind jaren vijftig, begin jaren zestig zijn geweest. In de fabriek werkte een zeer markante man, Jan de Joode, die me een jaar of dertig geleden uitvoerig vertelde over de ijsfabriek. De familie De Joode had een viswinkel in de Jodenstraat. Als je let op de namen een merkwaardig toeval. De vis werd levend aangevoerd met boten en per vrachtwagen. In 1942 besloot de familie de coöperatieve ijsfabriek over te nemen. Het was weliswaar midden in de oorlog, maar daar was nog weinig van te merken. Toen het slechter werd, legde men de productie stil en werd de fabriek ontmanteld. De familie voorkwam daarmee dat de bezetter de machines naar Duitsland zou verslepen. Na 1945 werden de zaken met hernieuwde energie ter hand genomen. Jan de Joode op zijn bakfiets met koelijs werd een bekende verschijning in Venlo en omgeving. Hij werkte van ’s morgens vijf uur tot ’s avonds negen uur. In de vele cafés waar hij kwam, dronk hij steevast een glas. Pas als alle klanten waren bediend, nam hij rust. Soms ging ‘s nachts de telefoon en belde het ziekenhuis dat er met spoed ijs moest komen. De Joode sprong op zijn bakfiets en reed dan naar de Hogeweg.

 

Belangrijke klanten waren de boterkleurselfabriek van Van der Grinten en de vele Venlose expediteurs die over het spoor in gekoelde wagons groenten en fruit naar Duitsland vervoerden. Maar ook alle cafés in Venlo, Blerick en Tegelen namen ijs af van De Joode. Een absolute piek in de verkoop was tijdens de vastelaovesdagen. Grootafnemers waren hotel Wilhelmina, café-restaurant National en de Prins van Oranje – horeca-hoogburchten van de Venlose vastelaovend, waar dankzij de IJsfabriek uit de Heutzstraat genoten kon worden van een heerlijk koel glas bier.

Reageren? Mail Sef Derkx: floddergats@xs4all.nl.

Terug