VenloVanvruuger: Mooder Maas kwaam Niejaor winse

7 januari 2021 | Leestijd: 5 minuten

Rechts naast de toegangsdeur van café De Witte aan de Parade zijn vier gevelstenen ingemetseld, die herinneren aan de wateroverlast in vervlogen jaren. De tweede van boven geeft het waterpeil aan dat in januari 1926 werd bereikt. In de vroege ochtend van nieuwjaarsdag 1926 sloeg Mooder Maas toe. In enkele uren tijd kwam het grootste gedeelte van de binnenstad blank te staan. Wie na een uitbundige viering van oud op nieuw nog met droge voeten was thuisgekomen, moet na het ontwaken aan zijn waarnemingsvermogen zijn gaan twijfelen. Toch was het geen zinsbegoocheling, maar werkelijkheid. Drievierde van de binnenstad stond onder water. ‘De Maas kwaam Niejaor winse’ werd een gevleugelde uitdrukking vijfennegentig jaar geleden.

Tekst: Sef Derkx | Beeld: Leon Vrijdag en collectie Sef Derkx

Niets wees er voor Kerstmis 1925 op dat weldra een ramp Venlo zou treffen. De Maas stond wel hoog door de aanhoudende regen, maar och dat stond de nog niet gekanaliseerde rivier ieder jaar. Wateroverlast in de lagere gedeelten van de binnenstad was ook niets bijzonders. Eigenlijk was het een soort van attractie. Er waren drie punten waar mensen gingen kijken naar het schouwspel van opkomend water uit rioolputten: aan de Geldersepoort, op de Parade ter hoogte van de Lohofstraat en bij het Romerhuis aan de Jodenstraat. Daags voor Kerstmis 1925 kwam de geruststellende melding dat het peil van de Maas spoedig zou zakken. Vijf dagen later echter zagen bewoners van de Maasstraat dat hun straat onder water liep. De regen hield aan, het kwam er met bakken uit. De riolen konden het hemelwater niet afvoeren, waardoor het alsmaar natter werd op de Maaskade, ‘t Hetje, de Geldersepoort en Lomstraat.

Picardie in de richting van de Parade, op de achtergrond de toren van de Nicolaaskerk (foto J. Forceville)

Oudejaarsdag 1925 bracht opnieuw regen en verontrustende verhalen van de Parade, waar in allerijl kelders waren ontruimd. Met het waterpeil, steeg de spanning. De sfeer van die avond is inlevend weergegeven in een artikel dat de op de laatste dag van het jaar in de Nieuwe Venlose Courant stond: “Terwijl we dit schrijven gutst de regen voortgezweept door huilende stormvlagen tegen de ruiten, flikkert de bliksem en rolt een geweldige donderslag door ’t luchtruim. ’t Lijkt of alle elementen samenspannen om de hoog-water-periode die we thans doormaken, zoo vreeselijk mogelijk te maken.” Op oudejaarsdag bleef de situatie stabiel. Brandweer en politie stonden paraat. In de volle cafés die vergunning hadden om tot twee uur open te mogen blijven, werd feest gevierd en om middernacht zalig nieuwjaar gewenst.

Tussen vier en vijf uur in de ochtend, Venlo lag op een oor, sloeg de Maas toe. In korte tijd stroomde het centrum en Venlo-zuid vol. Hetzelfde lot trof de andere kernen van het huidige Venlo. In de stad waren de mensen veroordeeld om op de eerste etage te bivakkeren. Vooral de bewoners van de Jodenstraat en Havenkade en de tussenliggende steegjes zaten in een precaire situatie. In de woonkamers stond het water tot aan het plafond. Toiletten waren onbereikbaar. Men huisde in de kou op piepkleine slaapkamers. Alle overheidsdiensten waren in touw om de nood te lenigen. In de Mostardschoeël, het tegenwoordige Kunstencentrum, was een noodopvang ingericht voor de zwaarst getroffen gezinnen. De zusters van de Vakschool voor Meisjes – de hoèshaldschoeël in de volksmond – bereidden aan de lopende band warme maaltijden. Tegen de gevels van de huizen plaatste de gemeente schragen en bokken, waarop planken werden gelegd. Vanaf deze noodbruggetjes werden planken geleid door de gangen naar de trappen, zodat bewoners van ondergelopen huizen zonder natte voeten in en uit konden gaan. Met bootjes en geïmproviseerde vlotten werden de geïsoleerde bewoners voorzien van het hoogstnodige. Tussen Vleesstraat en brug was geïmproviseerd openbaar vervoer in de vorm van paard en platte wagen.

Hoog water 1926 -2 | Sef Forceville

Kleine Kerkstraat naar Geldersepoort. (foto J. Forceville)

Tot overmaat van ramp liep op deze nieuwjaarsdag de stokerij van de gasfabriek onder, waardoor de gasvoorziening moest worden gestaakt. Gekookt werd er op petroleumstelletjes. Wie nog kaarsen over had van het kerstfeest, mocht zich gelukkig prijzen want de volgende dag viel ook de elektriciteit uit. Venlo was gehuld in het donker. Een noodkabel, getrokken vanaf Echt, zorgde ervoor dat de straatlantaarns weer gingen branden. Zonder drinkwater zat men gelukkig niet. In het gebouw van de waterleiding stond een oude stoommachine die terstond in bedrijf werd genomen nadat de stroom was uitgevallen. Het hoogste peil werd bereikt in de nacht van 2 op 3 januari 1926 tussen twee en vier uur. De peilschaal bij de brug wees 18,84 meter boven NAP aan. Het zou de hoogste stand van de Maas in de twintigste eeuw worden. De Nieuwe Venlosche Courant kwam ondanks alles toch uit en daarin stond te lezen: “Nog nooit bij mensen heugenis heeft het water in de stad zoodanig huisgehouden als thans. Men kan gerust stellen dat Venlo voor vier-vijfde overstroomd is. Zulk een ramp heeft Venlo de laatste eeuw niet getroffen. Het verkeer in de stad is bijna geheel onmogelijk geworden. Hele stadsdeelen zijn onbereikbaar. Maasschriksel, Helschriksel enzovoorts, die zeer hoog liggen en dus droog zijn, zijn geheel van diep water omgeven. Men kan er niet in of uit.” In dezelfde krant waarschuwde de burgemeester winkeliers, bakkers en slagers om niet van de nood misbruik te maken door de prijzen te verhogen. Het politiepersoneel liep op zijn tandvlees. Het korps kreeg daarom versterking van militairen en rijksveldwachters.

Op zondagmorgen 2 januari om half negen kwamen koningin Wilhelmina en prins Hendrik zich op de hoogte stellen van de omvang van de watersnood. In de Spoorstraat was een aanlegsteiger waar het gezelschap plaatsnam in boten bemand met mariniers. Het eerste gedeelte van de tocht bracht de koninklijke gasten naar de Roermondsestraat en Tegelseweg. Door de sterke stroming botste de boot met het koninklijk paar tegen de boot waar de wethouders in zaten. Ter hoogte van de Mariastraat werd rechtsomkeer gemaakt. Na een bezoek aan de Vleesstraat en de Grote Beekstraat werd terug geroeid naar de aanlegsteiger. Op dat moment kwam de Venlose sigarenmaker en kastelein Sjeng Schreurs op een vlot aanpeddelen. Plots sprong hij in het water, nam zijn hoed af en vroeg op luide toon gratie aan de koningin voor een straf die hem was opgelegd vanwege een schietpartij. Wilhelmina vroeg burgemeester Berger naar de achtergrond. Schreurs kreeg te horen dat hij de officiële weg diende te bewandelen. De kastelein deed dat en zijn verzoek werd inderdaad in 1927 ingewilligd.

Zuidsingel (foto J. Forceville)

Op 6 januari 1926 begon het water te vallen en enkele dagen later waren de straten droog. Wat achterbleef was een enorme ravage. Veel huisraad was onherstelbaar beschadigd. Maandenlang hing in de getroffen woningen een muffe geur. In de zomer volgend op de watersnood waren overal huisschilders bezig met verven en behangen. De directe schade voor Venlo bedroeg een miljoen gulden. Uit landelijke fondsen werd geld aan de gedupeerden uitgekeerd. Het Plaatselijk Watersnoodcomité bracht met uiteenlopende acties meer dan twintigduizend gulden bijeen.
Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad

Containertuintjes fleuren Venlose binnenstad op

Containertuintjes fleuren Venlose binnenstad op

In de Venlose binnenstad worden tien zogenaamde containertuintjes geplaatst. Deze op maat gemaakte plantenbakken moeten de verrommeling bij de ondergrondse containers tegengaan. Tegelijkertijd dragen ze bij aan het vergroenen en opfleuren van de Venlose binnenstad....