VenloVanvruuger: Op school bij de broeders

8 oktober 2020

Een tijdje terug kreeg ik een mailtje met in de onderwerpregel de mededeling: ‘Zeer bijzondere foto’. Het was de spijker op zijn kop. Toen ik het attachment aanklikte en de foto zich op het beeldscherm ontvouwde, werd ik even op het verkeerde been gezet. Ik herkende de locatie, maar tegelijkertijd was ik er niet helemaal zeker van.

Tekst: Sef Derkx | Beeld: Leon Vrijdag en collectie Sef Derkx

De toren is onmiskenbaar die van de vooroorlogse Sint-Martinuskerk. Het hoekpand op de voorgrond is een volgend herkenningspunt. Na enige twijfels, is er maar één conclusie mogelijk: dit is de Wilhelminastraat, gefotografeerd vanaf de Goltziusstraat. Het vervreemdende is het ontbreken van de rechter huizenrij. De grond is bouwrijp, de bouwvakkers kunnen zo aan de slag. Door de kale vlakte hebben we een prachtig zicht op de Sint-Matheusschool, die op het moment dat de foto werd gemaakt nog in aanbouw is. Dit betekent dat de foto in 1916 is vervaardigd, want in dat jaar ging de bouw van de Sint-Matheusschool officieel van start. De naam van de fotograaf is ook overgeleverd. Het is Jos Strijbosch, die vaak op pad was voor uitgevers van prentbriefkaarten en die een indrukwekkend oeuvre aan foto’s uit Noord-Limburg heeft nagelaten.

Wilhelminastraat gefotografeerd vanaf de Goltziusstraat, het huizenblok aan de westzijde moet nog worden gebouwd.

 

Tot 1894 was er voor jongens alleen openbaar lager onderwijs in Venlo. Aan de Goltziusstraat lag de ‘Mostartschoeël’. Het eerste schoolhoofd was August Mostart, een markante, strenge onderwijzer die blijkbaar zoveel indruk maakte dat de school in de volksmond naar hem werd genoemd Aan het Helschriksel en de Valuasstraat lagen eveneens openbare scholen. Katholiek lager onderwijs voor meisjes bestond al. De zusters van Liefde uit Tilburg gaven sinds 1856 les in twee panden aan de Grote Kerkstraat. In 1892 werden ze afgebroken en verrees op de vrijgekomen plek een statige nieuwbouw. De ‘zustersschoeël’ werd in de oorlog getroffen door bommen. In de zomer van 1945 volgde de sloop.

Katholiek lager onderwijs voor jongens ging in 1894 van start. Initiatiefnemer was deken Marres. De Broeders van Maastricht – officieel de Broeders van de Congregatie van de Onbevlekte Ontvangenis van de Heilige Maagd Maria – openden in dat jaar de Sint-Martinusschool. Het kerkbestuur van de Sint-Martinusparochie financierde de bouw. De Roermondse architect Jorna tekende het ontwerp, aannemer J. van Groenendaal uit Hilversum kreeg de opdracht tot bouw. De ingang kwam aan de Mgr. Boermansstraat. Het gebouw had zeven trapgeveltjes en lange hoge gangen en klaslokalen. De Broedersschoeël die ook bekend stond als het Klein College, had in het eerste schooljaar 123 leerlingen. In 1903 startten de religieuzen een tweede school aan de Helbeek: de Sint-Carolus Borromeusschool, later omgedoopt tot Heilig Hartschool.

Prentbriefkaart Rosarium met Broedersschool, conciërgewoning en gymnastiekzaal. We kijken naar de Wilhelminastraat, die inmiddels op de westzijde is bebouwd. (collectie Henri Haanen)

 

Een artikeltje uit de Venlosche Courant van 1 april 1906 legt haarfijn de standsverschillen bloot die indertijd in Venlo bestonden. Er waren twee scholen in één gebouw: “In School A met een ingang aan het hoofdgebouw voor kinderen uit den burgerstand, wordt onderwijs gegeven in de gewone vakken der lagere school en tevens in Fransch en Duitsch. Het schoolgeld voor deze school bedraagt 80 cent per maand. Aan School B (ingang zijgevel) worden de vakken van het gewoon lager onderwijs gegeven dus zonder Fransch of Duitsch. Het schoolgeld aan deze school bedraagt voor één kind 30 cent per maand.”

De inhoud van de portemonnee van je ouders bepaalde niet alleen je kennis van vreemde talen, maar ook of je door de statige hoofddeur of door de zijdeur naar binnenging.

Het katholiek onderwijs voor jongens floreerde in Venlo. Ouders meldden massaal hun zonen aan. In 1900 volgden 279 jongens onderwijs bij de broeders, tien jaar later 1087. De religieuzen openden in 1912 aan de Tegelseweg nog een school: de Sint-Jozefschool. In die jaren werd er in de Tweede Kamer vaak gekissebist over de salariëring van onderwijzers. Een onderwijzer aan een openbare school verdiende meer dan iemand die les gaf aan een bijzonder school. In 1916 werd dit gelijkgetrokken.

 

Prentbriefkaart van de Broedersschool, circa 1920. Op de achtergrond de Hamburgersingel met het emplacement van de Köln-Mindener.

 

In 1916 werd naast de Sint-Martinusschool een nieuwe school gebouwd, de Sint-Matheusschool. Op de foto is ze in aanbouw. Het sobere, doelmatige gebouw van architect Jules Kayser had als enige decoratie een wandschildering en een glas-in-loodraam boven de ingang. Op de hoek van de Mgr. Boermansstraat en Rosarium verrees een conciërgewoning met daarnaast een gymnastiekzaal. De Sint-Martinusparochie was weer de opdrachtgever. Hoewel het onderwijs door dezelfde congregatie werd gegeven, liep tussen de Sint-Martinusschool en de Sint-Matheusschool ook de scheidslijn der standen. De verbindingsdeur tussen beide scholen bleef altijd gesloten. Kinderen van bijvoorbeeld het Maasschriksel en het Helschriksel zaten per definitie op de Sint-Martinusschool, zo lezen we in het boek ‘Een speciale wijk. Geschiedenis van het Rosarium’ van Mariet Verberkt. Leerlingen uit het Rosarium en andere, vergelijkbare wijken gingen naar de Sint-Matheusschool.

Terug