VenloVanvruuger: Randverschijnselen rond de bevrijding

5 maart 2020 | Leestijd: 3 minuten

De historische column staat, hoe kan het ook anders, deze week in het teken van 75 jaar bevrijding. Nu eens niet met het overbekende verhaal van de Amerikanen op de Kaldenkerkerweg, maar met twee gebeurtenissen die letterlijk aan de randen van Venlo plaatsvonden.

Tekst: Marcel Hogenhuis | Beeld: Leon Vrijdag en collectie Marcel Hogenhuis

In de ochtend van 2 maart 1945, het was nog mistig buiten, kamden Amerikaanse patrouilles van het 320th Infantry Regiment de gehavende Venlose binnenstad uit, op zoek naar achtergebleven Duitsers. Rond 10.15 klonk onverwacht het snel aanzwellende, jankende geluid van een straalvliegtuig. Nog voor men zich realiseerde wat men hoorde, sloeg een Duitse Messerschmitt Me262 straaljager te pletter bij de Hagerhof in Venlo-Zuid.

Dit toestel was vanaf vliegveld Essen-Mühlheim opgestegen voor een gewapende verkenningsvlucht, maar werd in de Duits-Nederlandse grensstreek in brand geschoten door luitenant F. Dunmire van het Amerikaanse 107th Tactical Reconnaissance Squadron. Hij zag nog net hoe de brandende Duitse straaljager met een steile duik verdween in de dikke mist. Bij de crash kwam Hauptmann Fritz Abel, Staffelkapitän van de 3./KG(J) 51, om het leven. Hij is daarmee de laatste Duitse militair die om het leven kwam in de gemeente Venlo in WO-2.

Hauptmann Friedrich ‘Fritz’ Abel, de laatste gesneuvelde Duitser in Venlo)

Zodra de stad gezuiverd was van de laatste Duitsers op 2 maart 1945, bood het voormalige Fliegerhorst op de Grote Heide een spookachtige aanblik door het door bomtrechters omgeploegde vliegterrein en tientallen opgeblazen hangaars en andere ruïnes. Op het uitgestorven terrein was een klein team van de geallieerde Air Technical Intelligence op verkenning. Zij zochten naar sporen van achtergebleven Duitse technologie om te zien of de geallieerde inlichtingendiensten tijdens WO-2 zaken over het hoofd hadden gezien. Hun nieuwsgierigheid gold vooral de Duitse geheime wapens. Prominent op hun verlanglijst stond het eerste operationele raketvliegtuig, de Messerschmitt Me163 die zonder veel succes was ingezet vanaf vliegveld Venlo in de zomer van 1944.

Bij de eerste verkenning op 3 maart vond men circa 25 uitgebrande V-1’s, rompen van twee bommenwerpers en…  drie wrakken van de Me163 in een uitgebrande hangaar. Bij de Nederlands-Duitse grens richting Leuth, vond het team nog 10 vernielde aluminium brandstoftanks waarin eerder de hoog explosieve brandstoffen voor de Me163 was opgeslagen.

De ruïne van het opgeblazen T- en C-Stoff depot achter de latere Venlose watertoren

Grote tegenvaller voor het inspectieteam was dat de Duitsers voor hun aftocht de raketmotoren verwijderd hadden, voordat ze de hangaar met Me163’s opbliezen. Toch was de vondst van deze revolutionaire vliegtuigresten de eerste keer dat de geallieerden Me163’s in handen kregen. Alles van belang werd verzameld en naar Engeland gebracht voor nader onderzoek. Dankzij deze vondst, verkregen de geallieerden veel inzicht in de mogelijkheden van het raketvliegtuig. Pas na de capitulatie van Nazi-Duitsland vonden de geallieerden in Noord-Duitsland intacte Me163’s mét raketmotor. Deze staan in diverse musea wereldwijd en vormen de laatste tastbare herinneringen aan een bijzonder stukje luchtvaarthistorie in Venlo.

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad