VenloVanvruuger: Sjang van de Edah

4 februari 2021 | Leestijd: 3 minuten

Wanneer de coronabeperkingen voorbij zijn, moet u het eens proberen. Op een feestje, na een repetitie, bij een reünie, in het café of in huiselijke kring. U declameert op luide toon: ‘Sjang van de Edah…’ en laat vervolgens een stilte vallen. Niet zo maar een stilte, maar meer een dwingende stilte. Een stilte van kom-op-nu-julle! De kans is groot dat het volgende te horen is: ‘Wap, wap!’. Misschien wordt er ook nog op een hele typische manier bij gezwaaid.

Tekst: Sef Derkx | Beeld: Leon Vrijdag en collectie Sef Derkx

Sjang van de Edah, wap wap. Niet meer, niet minder. Hoe is dit intrigerende spreuk in het collectieve geheugen van Venlonaren verzonken geraakt? Uit welk jaar dateert het en bovenal wie was die Sjang van de Edah?

Om met de laatste vraag te beginnen: Sjang van de Edah was eigenlijk Frans van de Edah. Maar iedereen noemde hem Sjang. Waarom? Dat was een raadsel en is het altijd gebleven. Frans heette voluit Frans Groeneveld. Zijn vader was filiaalchef van de Edah aan de Vleesstraat. Als je vanaf het stadhuis kwam, lag de winkel aan de linkerkant voor juwelier Canjels en de oude poort van de Sint-Nicolaaskerk. In 1939 zat Frans in de eerste klas van de broedersschool. Paul Dael, die ik vaak geïnterviewd heb over zijn jeugd in de binnenstad, herinnerde zich hem als een opgewekte knul. Altijd goedlachs. Ook al kreeg hij op Broedersschool flink wat van zijn medeleerlingen te verduren. Want hij was geen jongen met een studiehoofd. Integendeel, Frans was verstandelijk beperkt. Daarom zat hij altijd vooraan zodat de leerkrachten hem extra aandacht konden geven.

Gelukkig voor Frans kon geregeld worden dat hij in betrekking kwam bij de Edah. Hij bracht de boodschappen rond. Als het een kleine bestelling was, gebeurde het met een transportfiets met een rieten mand voorop. Op vrijdag en zaterdag deed hij zijn ronde met de bakfiets. Daar konden wel vijftig bestellingen in. Sommige klanten woonden boven op de Kaldenkerkerberg of Toeperweg. Voor Frans was de helling van het hoogterras geen probleem. Waar andere bestellers van de fiets moesten, trapte Frans stevig door. Hij zong er zelfs bij. Naar iedereen die hem groette, zwaaide hij. Hij mompelde daarbij iets wat klonk als: ‘Wap, wap’. Vandaar dus het liedje.

Zijn vader deed bij elke bestelling een briefje met de totaalprijs van de boodschappen. Alle klanten betaalden gepast want men wist dat Frans niet kon rekenen. Met lezen en schrijven had hij ook grote problemen. Als hij vertrok, was hij goed geïnstrueerd. Hij wist precies welke boodschappen voor wie waren. De volgorde van de dozen onthield hij perfect. Het is in de lange jaren dat hij boodschappen rondbracht nooit voorgekomen dat hij werd beduveld. Zijn kas klopte tot op de laatste cent. Kom daar maar eens om anno nu. Op dinsdag werd vanuit het distributiecentrum in Helmond de koopwaar afgeleverd bij het filiaal aan de Vleesstraat. Koffiebonen, meel, suiker en peulvruchten werden gebracht in balen en kisten van soms wel vijftig kilo. Een heel gesleep om zo’n vracht naar het magazijn te brengen. Maar niet voor Frans dus. Hij was beresterk en legde zonder met de ogen te knipperen op iedere schouder een last en bracht die fluitend naar binnen.

Muziek was zijn grote passie. Frans was vaandeldrager bij harmonie Sint-Caecilia in Blerick. Meer dan een kwart eeuw heeft hij meegelopen. Trots en bloedserieus, want er kon geen lachje vanaf, ook niet in de vastelaovesoptochten. Zijn broer Hub van Groeneveld, met wie Frans een sterke band had, weet zich nog te herinneren dat Frans nooit een cent teveel betaalde. Vlak na de oorlog kostte een knipbeurt bij de kapper een kwartje. In 1988 betaalde Frans dat bedrag nog steeds. Op de vraag van zijn broer hoe dat kon, antwoordde Frans: ‘Dat heeft het toch altijd gekost?’

Plotseling, in 1989, was het voorbij. Zonder maar iets van klachten te hebben gehad, overleed hij onverwacht in zijn slaap. Met trof hem aan met een glimlach rond zijn lippen. Hij liet veel vrienden en kennissen na. Want waar Frans kwam, leefden de mensen op. Hij had voor iedereen een spontane en welgemeende lach. Dat was zijn manier om inhoud te geven aan het leven.

Frans Groeneveld, een man met een hart van goud die voortleeft in de spreuk: ‘Sjang van de Edah, wap wap!’.

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad

VenloVanvruuger: Ruth Kantorowicz

VenloVanvruuger: Ruth Kantorowicz

Op zondag 26 juli 1942 werd in de katholieke kerken van ons land een brief van de bisschoppen voorgelezen waarin de behandeling van de joden door de Duitse bezetter in scherpe bewoordingen werd veroordeeld. Het was een protest dat mede gedragen werd door andere...