VenloVanVruuger: Zomers reisverslag uit het kloosterdorp Steyl

12 augustus 2021

Reisboeken mag ik graag lezen, zeker die verschenen zijn in de jaren vijftig. Wie ging er destijds louter en alleen voor zijn plezier op reis? Bijna niemand had er geld voor, het waren de jaren van de eindjes aan elkaar knopen. Een verslag van een reis door Italië uit die periode, laat zich lezen als een ware ontdekkingstocht. Hoe inspirerend ook, toch is reizen niet aan mij besteed. Een mooie documentaire met een verre bestemming als onderwerp en het liefst een historische verdieping als rode draad. Ik ga er goed voor zitten en blijf gefascineerd. Maar zelf ergens heen gaan, met een vliegtuig? Het benauwde angstzweet breekt mij al uit wanneer ik eraan denk. Een globetrotter, nee dat bewaar ik het tot mijn volgend leven.

Tekst: Sef Derkx | Beeld: Leon Vrijdag en Heinz Helf SVD

Mijn favoriete bestemming voor een dag weg is Steyl. Wanneer we gasten hebben, die iets in de buurt willen zien, gaan we steevast naar het kloosterdorp. Neem de tuinen bij het Missiehuis met de grotten, de Heilig Hartheuvel, de begraafplaats van de congregatie van het Goddelijk Woord of de verrijzeniskapel in het uiterste hoekje. Bij mijn weten is er geen mooier park in onze gemeente. Interessant is het boekje Wo sich Theologie und Gartenkunst durchdringen van Norbert Nordmann. Het is te koop bij de balie van het Missiehuis. In de publicatie wordt de aanleg en geschiedenis van de kloostertuinen uitvoerig gedocumenteerd met een overvloed aan ontwerptekeningen en foto’s. De religieuze denkbeelden die met tuinen zijn verweven, vormen eveneens een onderwerp. In het kort komt het hierop neer. Het is een plicht van de mens zorgvuldig met de natuur om te gaan, we zijn immers de rentmeester van de schepping. In de natuur moet je tot God en jezelf kunnen komen. Daarom zijn er overal in de kloosterparken van Steyl plekken met een godsdienstige dimensie, lezen we bij Nordmann. Hij is geen vreemde in Steyl, als tiener studeerde hij er aan het voormalige Sint-Michaelsgymnasium.

De aanleg van de kloosterparken in de jaren tachtig van de negentiende eeuw is een enorm karwei geweest. Het oorspronkelijk terrein was een zandduin met een tien centimeter dikke toplaag van ijzerhoudend zand. Er groeiden alleen maar distels en andere pioniersplaten. Paters en broeders in opleiding gingen die woestenij met de schop te lijf. De onvruchtbare laag werd afgestoken en elders in het park in wording gebruikt om er heuvels mee te vormen. Iedere student had de opdracht om elke dag een gat van een diepte en omtrek van één meter te graven, waarin een fruitboom of sierboom kon worden geplant. Met de honderden leerlingen die Steyl in die jaren telde, schoot dat natuurlijk flink op.

De grote man achter de kloostertuinen is de Nederlandse pater Gerard Rademan (1851-1904) uit Didam, die in 1877 intrad. Eigenlijk zou hij als missionaris worden uitgezonden naar Togo of Ecuador. Het kwam er niet van; Rademan werd leraar aan het gymnasium en kwam in het bestuur van het Missiehuis. Omdat hij voor zijn kloosterleven altijd in tuinen had gewerkt, was hij de aangewezen man om de leiding te nemen over de aanleg van de parken in Steyl.

Tegenover het Missiehuis zijn het vooral de grotten die de aandacht trekken. Ze zijn tussen 1890 en 1900 opgeworpen met misbaksels en sintels uit de ovens van de kleiwarenfabrieken van Tegelen. Naar een plan van Rademan werden ze ingericht tot een onderaards religieus labyrint bestemd voor gebed en meditatie. Het absolute pronkjuweel is de Mariagrot. De muren en gewelven zijn bedekt met mozaïeken van stukjes steenkool, glas, kiezelsteentjes en dakpanscherven. Geometrische motieven en regels uit het lofdicht Ave Maris Stella wisselen elkaar af. In het diepst van de grot is een altaar met een beeld van Maria met het kind. Op de grot staat een calvariegroep uit de negentiende eeuw.

Zoals het hoort in reisverslagen tot slot nog een geheimtip. In het oostelijk deel van de kloostertuin staat in de hoek de Verrijzeniskapel. Via een portiekje met zuilen ga je naar binnen. Aan de buitenzijde is de kapel met rode cement bestreken, binnen is het ruwe stucwerk deels geel en groen. De glas-in-loodramen verwijzen naar Pasen. In een uitbouw is de Verrijzenis uitgebeeld. Op de voorgrond knielt een engel, erachter staat Christus die uit zijn graf is opgestaan. In een van de wanden zijn op geglazuurde tegels de namen van kloosterlingen uit Steyl vermeld, die in den vreemde zijn gestorven en niet op de kloosterbegraafplaats konden worden begraven.

Het is een hele bijzondere plek in Venlo, je waant je er… juist, in de jaren vijftig op vakantie in Italië.

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad