Voormalig melkboer Karel Dirkx: ‘Venlonaren zijn hartstikke lieve mensen’

30 maart 2020 | Leestijd: 7 minuten

We leven in een periode waarin het bezorgen van producten aan huis weer in opmars is. Helaas om de verkeerde reden: het coronavirus. Decennialang was het echter normaal dat producten thuis afgeleverd werden. De inmiddels 90-jarige Karel Dirkx weet er alles van. Bijna 50 jaar lang trok hij als melkboer door de straten van Venlo. Eerst met zijn vader. Later met zijn vrouw Gerda (87).

Tekst: Rob Buchholz | Beeld: VenloVanbinnen en archief Karel Dirkx

Sinds het najaar van 1994 genieten ze samen van hun pensioen. Wandelen, lid van het koor en alle tijd voor kinderen en kleinkinderen. Heel soms komen ze nog wel eens in het centrum van Venlo. “Maar de stad is nu vreemd voor mij. Ik zie bijna geen bekenden meer. Af en toe hoor ik nog wel eens: ‘Hallo Karel’. Dan moet ik even goed kijken en zeg: verrek, bis dich det? Hahaha. Ach de tijden zijn veranderd. Dat is niet erg. Onze herinneringen aan de stad zijn goed. Venlonaren zijn hartstikke lieve mensen.”

Eigen wijk
Voor Karel begon het werk als melkboer direct na afloop van de Tweede Wereldoorlog. Vanuit een vaste verkoopplaats aan de Peperstraat brachten Karel en zijn vader dagelijks drieduizend liter melk rond. Verdeeld over 33 straten. “Mijn vader begon precies 100 jaar geleden als werknemer bij de melkfabriek Lommen-Duijf in Velden. Vijf jaar later, in 1925,  koos hij er voor om als zelfstandige de kost te gaan verdienen. Een besluit waar ik ook veel plezier van heb gehad.” Karel herinnert zich die jaren nog goed. “Iedere zuivelhandelaar kreeg na de oorlog een wijk toegewezen. Pap en ik mochten de binnenstad van producten voorzien. Omdat producten schaars waren kreeg ieder gezin precies de hoeveelheid waar het recht op had. Via een litermaat werd de hoeveelheid precies afgemeten.”

Een jeugdige Karel Dirkx met de melkbussen

 

Gunfactor
Het bezorgen gebeurde in die eerste naoorlogse jaren nog per bakfiets. Later met de Goliath, een vrachtwagentje op drie wielen. “Vanaf de jaren 50 nam ook het assortiment toe. Mensen hadden meer te besteden en dus viel er ook meer te kiezen: koffie, eieren, slagroom et cetera.” In 1957 trouwde Karel met zijn grote liefde Gerda. Toen vader Dirkx in 1968 besloot om te stoppen, nam Gerda het stokje over. Het was echter tevens het tijdperk dat supermarkten in opkomst waren. Het had echter geen invloed op de omzet. “Wij hadden de gunfactor. Mensen in de stad zeiden echt tegen ons: zolang jij blijft bezorgen, blijven we ook bij jou kopen. Prachtig toch. De supermarkten verkochten vaak onder de verkoopprijs, maar de Venlonaer bleef ons trouw.”

Venlo als een dorp
Die gunfactor is volgens Karel Dirkx treffend voor zijn verhouding met de mensen in Venlo-centrum. “Het was telkens weer een warm bad. Iedere dag. Venlonaren zijn gewoon hele lieve mensen. Ze stonden altijd voor ons klaar. Door weer en wind. Altijd even kletsen. Soms moesten we binnenkomen en kregen een kopje koffie of thee met iets lekkers. In feite was de binnenstad in die jaren ook een soort dorp. Iedereen kende elkaar. De mensen stonden voor elkaar klaar. Ja, ook voor ons. Die twee uit Velden. Haha.” Nog steeds is er die kenmerkende gulle lach op het gezicht van Karel. De jaren lijken geen vat op hem te hebben gehad. Dat de mensen altijd voor hem klaar stonden, was waarschijnlijk een reactie op de klantvriendelijkheid van Karel en Gerda. “Ach,” zo klinkt het bescheiden. “Het waren klanten en dan verleen je service. Maar het klopt wel. Als restaurant Deckers op zondag belde dat ze te weinig koffie of melk op voorraad hadden, dan brachten we die producten toch even naar ze toe.”

Stadsfiguren
Terugdenken aan die jaren, lepelt Karel zonder enige moeite nog voldoende bekende namen op. Stadsfiguren die hij bewust meemaakte. “Frans de Schoëster, die woonde op het Helschriksel, net zoals Piet Ebus. Dat waren allemaal gezellige families waar de deur letterlijk en figuurlijk altijd voor ons open stond. En natuurlijk Mandje Heijnen. Ja een prostituee, maar wat hebben we veel gelachen met haar. Soms had ze te veel gedronken en dan zei: ‘Mellekboer, ik bin zoë zat as ein hoor.’ Fantastisch toch die verhalen. Eigenlijk waren wij overal kind aan huis. Tandarts Henk de Boer vroeg altijd: Karel, wetse nog unne mop?” Hij moet er zelf weer om lachen. “In de jaren vijftig en zestig stond bij veel mensen de voordeur gewoon open en soms stond je direct in de woonkamer. Weet je wat mij een keer gebeurde? Ik klopte eerst voorzichtig op de deur, keek naar binnen en wat zag ik? Daar lagen vader en moeder een nummertje te maken. Dan zei de man des huizes zonder gêne: ‘zet ut gerei maar dao neer Karel’. Niet te geloven he.“

Gebakjes
Bij de Bakkerij De Vaerman op de Jodenstraat stonden op zaterdag aan het einde van de middag altijd gebakjes klaar die over waren. Geer van der Veer had dat op een gegeven moment door en vroeg dan: ‘hesse nog wat gekrege?’ Dan verstopten wij ons tussen de wagen en de koelwagen en genoten van de gebakjes. Tot zijn vrouw Jeanne daar lucht van kreeg en hem boos kwam halen. De winkel stond nog vol mensen. Weet je wat Geer dan deed? Dan verstopte hij de gebakjes in zijn broekzak. Hahaha.”

Vertrouwen
Karel erkent dat door de veelvuldige contacten hij ook wel eens als vertrouwenspersoon dienst deed. “Soms biechten dames wel eens op dat ze problemen hadden met hun man. Dan gaf ik advies en kwamen ze een week later weer naar mij toe en zeiden: ‘fantastisch, het heeft geholpen.’ Als ik zelf een keer niet lachte, vroegen de mensen: ‘Karel bisse krank?’ Dan wist ik voldoende en keek minder serieus. Ik heb in Venlo de tijd van mijn leven gehad. De mensen vertrouwden ons. Soms wisten Gerda en ik beter wat ze nodig hadden, dan de klanten zelf. Als iemand niet thuis was, zetten wij de producten waarvan wij dachten dat ze die nodig hadden voor de deur neer. Dan vonden de mensen geweldig. En de volgende dag rekenden ze gewoon af. Ja we schreven alles op. Sommigen kochten ook op rekening en betaalden aan het einde van de week. Wij vertrouwden hun dat ze betaalden en zij vertrouwden ons dat we de juiste aantallen verrekenden.”

Vastelaovend
Karel en Gerda lachten en huilden met de mensen mee. Bij het hoogwater in december 1993 stonden veel straten blank en waren veel winkels en huizen onbereikbaar. “Dan plaatsten we de koelwagen aan de rand van het centrum en probeerden met een steekwagen zo dicht mogelijk bij de woningen te komen en zo veel mogelijk te bezorgen. Maar ook de vrolijke tijden beleefden we samen met de mensen. Ik ben wel eens Vastelaovend gaan vieren. Eerst ’s morgens nog met mijn zoon een ronde maken door de stad en daarna terug om te vieren. Mijn zoon vond dat overigens niet leuk. Vaak zongen de mensen dan: ‘Mellekboer weej hoove niks van dich vandaag. Niks van dich vandaag van diene zuüvel.’ Hij vond dat maar niets. Vervolgens ging ik aan het einde van de middag terug. Ik had zoveel vrienden in de stad. Dan vierde ik bij de cafés op de Jodenstraat de Vastelaovend. Bij Ut Schinkemenke en De Knevel. Met iedereen dronk ik een glas bier. Het gevolg laat zich raden. Zo zat als een aap ging ik naar huis. Maar het was fantastisch. Ik heb zelfs bij ons 25-jarig huwelijk in 1982 bijna alle binnenstadondernemers op het feest uitgenodigd. Ze stonden bij het Wapen van Velden buiten in de rij te wachten tot ze binnen mochten. En tegenwoordig als De Waus voor Gekke Maondaag worst naar Velden brengt, stoppen ze nog vaak bij ons huis. Daar geniet ik van. Wat een hoop prachtige herinneringen he.”

Karel Dirkx in de voormalige opslagruimte onder zijn huis.

 

Geweld en diefstal
Maar aan alles komt een eind. Tijden veranderen. Ook de mentaliteit in de binnenstad van Venlo was begin jaren 90 anders. Vaak harder. Tot teleurstelling van Karel en Gerda. “We kregen vaker met negatieve aspecten te maken. Supporters van PSV die voor het stadhuis de flessen drank van de wagen pikten en kapot sloegen en zelfs richting ons gooiden. Heel gevaarlijk en het zorgde tevens voor een fikse schadepost. En dan die hasjkikkers. Ja triest, maar we konden soms onze koelwagen niet meer even ergens alleen achter laten. Bij terugkomst was steeds vaker iets gestolen. Het ergste was toen ze mijn handtas vol geld een keer achter de bestuurdersstoel gepikt hadden. Aan het einde van een drukke zaterdag. De hele dagomzet van bijna 2.000 gulden zat er in. Die tas is later teruggevonden, maar er zat geen cent meer in. Maar, dan was daar toch weer het warme gedrag van de Venlonaar. Veel mensen hadden het gehoord en betaalden hun bestelling van die dag nog een keer. Ik geloof dat we zo zeker 600 tot 700 gulden nog terugkregen. Ja, de tijden veranderden. Ook tegenwoordig. De mensen praten veel minder. Als ik bij de dokter in de wachtkamer zit en het is doodstil, vraag ik wel eens: ‘Heb geej soms allemaol tandpien?’ Een aantal snapt het dan nog niet.”

Het werd tijd om te stoppen. Karel en Gerda kijken vooral terug op een fantastische tijd. In november 1994 maakten ze hun laatste rondje. De pensioengerechtigde leeftijd was bijna bereikt. Een afscheid dat hij zich nog goed herinnert. “De Jodenstraat was traditioneel onze afsluiter op de zaterdag. Met ondernemers als Jan Klein, Henk Buchholz, Pieter Schell en Geer van der Veer stonden we daar altijd samen en werden moppen verteld. Geer had die laatste zaterdag Bart van den Biesen uitgenodigd om op ‘ut pensorgel’ muziek te maken. En natuurlijk kwam daar het liedje van Mellekboer ook weer voorbij. Er stond een tafeltje klaar voor Gerda en mij. Huub Schell had heerlijk eten voor ons gemaakt. Er was champagne. De hele buurt zong ons toe. Ja, het was een afscheid dat uitstekend aansloot bij de relatie die wij met Venlo hadden. Hartverwarmend. Het waren onvergetelijke jaren. Met al mien gealdehoor heb ik toch vuul bereik. Hahaha.”

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad

VenloVanvruuger: SJINGELE-BOEM!

VenloVanvruuger: SJINGELE-BOEM!

Op een zondag voor de pandemie stond Geert Driessen van Sounds voor de deur met iets bijzonders: het hoesje van de allereerste Venlose vastelaovesplaten. Hij deed zijn opmerkelijke vondst op een internationale platenbeurs in Neerkant. Philips bracht rond het midden...