Gemeentebestuur Venlo: cultuur als grote verbinder

28 april 2020

De cultuurvisie van het Venlose gemeentebestuur ligt klaar om, op 13 mei, door de gemeenteraad beoordeeld te worden. Nee, zegt cultuurwethouder Marij Pollux (GroenLinks), dat is geen document dat op de burelen van het stadskantoor is samengesteld, maar het resultaat van een nauwe samenspraak met het “culturele veld”.

Tekst: Jac Buchholz | Beeld: Leon Vrijdag

Cultuur, zo geeft Marij Pollux aan, is natuurlijk heel divers. Van het bandje in de kelder tot de toneelgroep op het podium van Theater de Maaspoort, van straatkunst tot museumkunst, kleine en grote evenementen, van koor tot fanfare. Met als gemeenschappelijk factor dat ze veelal maatschappelijk relevant zijn. “Dat moet verder worden uitgebouwd en daar is deze cultuurvisie de basis voor. Die moet de komende jaren richting geven aan hoe we in onze gemeente cultuur gaan invullen.”

Niet alleen genieten
Daar is en wordt veelvuldig met partners uit die sector over gesproken. Maar eveneens met partijen uit andere sectoren. Pollux: “Omdat cultuur meer is dan alleen iets om van te genieten. We zien het vooral ook een middel om te verbinden. Neem bijvoorbeeld het Limburgs Museum dat met een mobiele, digitale tafel met daarop mooie beelden uit de museumcollectie dementerende en eenzame ouderen bezoekt. Of een muziekvereniging die contact legt met een school om jongeren te stimuleren muziek te maken.”

Dynamisch
Die samenspraak zal ook in de toekomst uitgangspunt blijven, maakt Pollux duidelijk. Niet alleen op maatschappelijk gebied, eveneens binnen de gemeente. “Waar dat kan brengen we cultuur samen met andere beleidsvoornemens van de gemeente.” Ze noemt de cultuurvisie een dynamisch document, flexibel. “Er zullen de komende jaren wellicht zaken uit verdwijnen om plaats te maken voor andere.”

Grote vijf
De basisinfrastructuur van de Venlose cultuursector wordt gevormd door ‘de grote vijf’: Bibliotheek Venlo, Kunstencentrum Venlo (KCV), Poppodium Grenswerk, Theater De Maaspoort en Museum van Bommel van Dam. Het Limburgs Museum behoort daar feitelijk ook toe, maar heeft vanwege de provinciale financiering een andere status. Uit onderzoek, zegt Pollux, is gebleken dat die vijf het vergeleken met collega-instellingen elders in het land bovengemiddeld goed presteren. “Om die vijf de komende jaren rust en ruimte te geven, kunnen ze rekenen op meerjarige subsidies.”

Maatwerk
De rest wordt volgens Pollux per geval worden bekeken. “Dat wordt maatwerk waarbij kwaliteit boven kwantiteit gaat. Ja, dat zal niet altijd gemakkelijk te beoordelen zijn; daar zullen we zorgvuldig mee omgaan.” Ze sluit niet uit dat hier en daar geknipt en gekort gaat worden. “Ik kan me bijvoorbeeld voorstellen dat koren die met vergrijzing te maken hebben en dalende ledenaantallen, elkaar wellicht gaan opzoeken en samengaan. Dat moet per geval worden bekeken.”

Zorgen
Pollux en haar medewerkers hebben vanwege de nieuwe cultuurvisie veel contact met de cultuursector. De geluiden die ze over de gevolgen van de coronacrisis hoort, baren haar grote zorgen, zegt ze. “Voor de ene partij meer dan voor de andere, afhankelijk van hoe zeer ze zijn aangewezen op de markt, op derdengelden. Als gemeente hebben we een speciaal coronafonds ingesteld, voor alle gedupeerden, maar die middelen zijn beperkt. Landelijk wordt er ook over maatregelen gesproken, over financiële ondersteuning. Maar ik vraag me af hoeveel daarvan naar de provincie komt. Waarschijnlijk gaat die steun naar landelijke partijen.”

Hoe het ook zij, stelt Pollux tot slot, met de cultuurvisie ligt er een solide basis voor het cultuurbeleid de komende jaren. De bijbehorende cijfers, de subsidies, dat wordt veelal gaandeweg ingevuld. “We hebben een visie gemaakt die in onze ogen zorgt voor een krachtige cultuursector die op een belangrijke wijze bijdraagt aan de identiteit van de stad.”

Terug