D’n Berg Op: Mijn eerste VVV-shirt

27 oktober 2020

Maandag 9 september 1985 is vergelijkbaar met the day after de 0-13 van afgelopen weekend. Voor VVV-supporters dan. De Venlonaren waren in juni van dat jaar gepromoveerd naar de eredivisie en mochten weer spelen tegen en met de grote jongens. Op de openingsdag van het seizoen 1985/1986 wist Feyenoord nog moeizaam met 0-1 in De Koel te winnen en verlieten de spelers van VVV onder luid applaus het veld. Hoe anders was dat op zondag 8 september. De ploeg – onder leiding van trainer Sef Vergoossen – kreeg in Amsterdam een ongekend pak slaag: 7-1. Cynisch hoongelach in Venlo. Keiharde kritiek in de pers.

Tekst: Rob Buchholz | Beeld: Leon Vrijdag

En ik? Ik had na weken wachten een paar dagen voor die afstraffing tegen Ajax eindelijk mijn eerste VVV-shirt te pakken. Gekocht bij Sporthuis Olympia, de winkel van Jan Klein op de Kwartelenmarkt. Telkens was er weer een reden dat het shirt nog niet binnen was. De opdruk van sponsor JP Janssen (de legendarische letters JPJ) moest bij een ander bedrijf gebeuren, vertraging in de productie, nog geen toestemming van VVV et cetera. Maar ergens vlak voor de wedstrijd tegen Ajax was er dat telefoontje: ‘je shirt is binnen.’ Eindelijk, daar had ik als trouwe supporter lang op gewacht. En dat shirt moest maandag tijdens de gymles aan. Vanzelf.

En toen was er die zondag de 8e september 1985. Ajax-VVV. 7-1! Ouch! Pijnlijk! Maar, je bent supporter in goede en slechte tijden, dus dat geelzwarte shirt verdween die zondagavond bij het inpakken toch met gepaste trots in de schooltas. Of mijn vader, moeder of oudere broer de vraag ‘Zou je dat nu wel doen?’ hebben gesteld, weet ik niet meer. Of het zin had gehad, betwijfel ik ten zeerste.

Het moment dat ik uiteindelijk toch met enige twijfel in het kleedlokaal het shirt uit mijn tas haalde, was natuurlijk legendarisch. Maar dan om de verkeerde reden. Vanuit een hoek klonk: ‘Hae dan! Buchholz wat is det?’ Even viel het stil, ongeveer 12 paar jongensogen keken mijn kant uit en het gevolg laat zich raden. Ik was de lul. ‘Det geisse toch neet ech aan doon he?’ Ik zweeg, toverde een vage glimlach op mijn gezicht en trok stoïcijns het geelzwarte shirt over mijn hoofd. De 7-1 was voor velen een reden weer eens de klassieker ‘die hebbe in de eredivisie niks te zeuke’ van stal te halen. Mij was het voor de eerste keer duidelijk dat je niet voor de lol VVV-supporter bent geworden.

Na de hoon in de jongenskleedkamer volgde deel twee van de bespotting in de gymzaal. Eerst de leraar. Die hield zich nog enigszins op de vlakte met de opmerking: ‘Jij hebt lef’. Toen de deur van het kleedlokaal van de meiden openging, volgde een nieuwe lading kritiek. Vooral het hockeytrutje van de klas had de grootste mond. ‘7-1. Hahaha.’ Ze bleef het maar herhalen. Hockeyclub VHC had dat weekend gewonnen en dat waren in haar ogen pas echte sportmannen. Ik onderging de hoon en deed mijn ding. Rondjes rennen, koprollen en later een potje basketballen. Langzaamaan verdween de spot.

Na afloop van de les stopte ik het bezwete shirt in mijn tas om het daarna nog regelmatig te dragen. Ook tijdens volgende gymlessen. VVV handhaafde zich dat seizoen keurig dankzij een 13e plek in de eredivisie. De twee seizoenen die daarop volgden behoren – met twee vijfde plekken in de eredivisie – tot de meest legendarische uit de historie van de club. Het waren jaren waarin het grote Ajax op twee legendarische nederlagen werd getrakteerd. Ook Feyenoord verliet een paar keer met het schaamrood op de kaken het Venlose stadion. Of er iemand op zondag 8 september 1985 sprak over een croquettecompetitie of Mickey Mouse-league weet ik niet meer. Pieken en dalen horen bij de sport. Zelfs hele diepe dalen.

Wel weet ik dat Ajax in 1987 de Europa Cup II won en Oranje in 1988 Europees kampioen werd. Croquettecompetitie of niet. Het zijn dergelijke levenslessen voor een VVV-supporter dat je vele decennia later zelfs na een 0-13 nederlaag al vrij snel weer de schouders ophaalt. Waarom? Je hebt het allemaal al eens meegemaakt. De geschiedenis herhaalt zich. Het zij zo. Of zoals voormalig voorzitter Jeu Sprengers ooit zei: ‘VVV is een club uit de middenmoot van het Nederlandse voetbal. Soms speel je eredivisie. Soms speel je eerste divisie.’ Een spreuk waarin meer wijsheid schuilt dan in de doemscenario’s die in de jaren 80 al werden uitgesproken en anno 2020 nog steeds voorbij komen. Ongeacht het resultaat van vanavond in het bekerduel tegen FC Den Bosch zal ook VVV weer in positieve zin gaan verrassen.

Terug