110 jaar Foto Kino Linders: ‘Wegpaaltjes schilderen? Ik word wel fotograaf’

12 mei 2021 | Leestijd: 5 minuten

Deze week bestaat Foto Kino Linders 110 jaar. Een mijlpaal om trots op te zijn. In 1911 begonnen aan de Peperstraat 15-17 en sinds 1921 gevestigd op de Klaasstraat. “Ik ben trots op het feit dat Foto Kino Linders alle stormen heeft doorstaan,” zo liet Renier Linders weten op zijn Facebookpagina. Een mooie gelegenheid om terug te kijken op de rijke historie van dit rasechte Venlose familiebedrijf.

Tekst: Rob Buchholz | Beeld: Foto Kino Linders

Dat zijn opa Frans, in de volksmond Frens genaamd, een fotozaak begon kwam eigenlijk door een grote opdracht waar hij geen zin in had. Renier vertelt het lachend. “Opa was eigenlijk huisschilder. Vanuit de overheid kwam het verzoek om alle paaltjes op de weg van Maastricht naar Venlo wit te schilderen. Daar had hij dus geen zin in en zei tegen zijn vader: ga jij dat maar lekker doen. Opa was nog jong en zocht een beroep met meer dynamiek. Portretfotografie was sinds het einde van de 19e eeuw in opkomst en dus besloot hij een fotozaak te beginnen. Een geweldige zet. Hij verkocht ook lijsten en kon zo een totaalproduct gaan leveren. Op 11 mei 1911 werd de zaak officieel ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. De reden: die paaltjes van Maastricht naar Venlo.”

Tweede Wereldoorlog
De zaak bloeide. Nederland bleef tijdens de Eerste Wereldoorlog grotendeels buiten schot. De economische crisis van de jaren 30 kreeg ook geen vat op het succes van fotospeciaalzaken. “Kijk naar een foto van de zaak uit de jaren 30. Zoals veel winkels in die tijd had dat grandeur.” Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef het werk doorgaan. Veel mensen hadden een foto nodig voor een pas. “Soms kregen we een boze officier op bezoek. Wat bleek: bij diverse gesneuvelde soldaten werd een foto in hun legerkostuum gevonden waarop een stempel van onze zaak stond. Inclusief telefoonnummer. De officieer probeerde ons dan te bellen zodat wij families konden inlichten. Foeterend bezochten ze wel eens onze winkel: waarom nemen jullie de telefoon niet op? Dan zei mijn opa: ‘omdat jullie die hebben afgesloten.’ Al snel werd de verbinding hersteld en daar had uiteindelijk de hele straat profijt van.” Het pand werd bij de bombardementen in het najaar van 1944 deels getroffen waardoor het gezin van Frans Linders ook niet aan evacuatie ontkwam. Renier: “Na de oorlog was de winkel tijdelijk op de Parade gevestigd. Het was de periode van de wederopbouw en dat kostte veel tijd. Maar iedereen stond voor elkaar klaar. Pas in 1954 was dit pand weer volledig gerenoveerd. Iets smaller dan voorheen, maar dat zag opa niet als een probleem.”

Gesneuvelde soldaten
Een nieuwe tijd was aangebroken. Ook binnen de fotografie volgden ontwikkelingen elkaar snel op. De vader van Renier had al op jonge leeftijd een passie voor het vak ontwikkeld. Tijdens zijn diensttijd, eind jaren 40, in Indië diende hij als regimentfotograaf en kreeg daarbij onder andere de opdracht om gesneuvelde soldaten te fotograferen. Deze afbeeldingen werden naar families gestuurd. “Tot de dag van vandaag krijgen wij nog steeds verzoekjes uit het hele land of er nog foto’s van bepaalde gesneuvelde soldaten in ons archief aanwezig zijn. Mijn vader plaatste op de achterzijde van iedere foto namelijk een stempel van de zaak. Zo weten veel mensen ons nog steeds te vinden.”

Technologische ontwikkelingen
In 1955 namen de ouders van Renier, Jacques en Ton, de fotozaak officieel over. Twee jaar later overleed opa Frans. “Ondanks het feit dat er toen alleen in Venlo en Blerick al 12 fotowinkels gevestigd waren, liep onze zaak als een trein. Niet alleen was het vak een passie voor pap, hij was ook nog eens bijzonder commercieel ingesteld. De verkoop van apparatuur legde hem geen windeieren. Hij wist bijvoorbeeld 35 projectoren te slijten aan de Universiteit van Utrecht. Ook leverde hij veel aan andere onderwijs- en overheidsinstellingen. Vanaf die jaren kregen steeds meer mensen interesse in fotografie als hobby. Een goede camera kostte wel 200 tot 300 gulden. Dat was in de jaren 50,60 en 70 veel geld. Tevens was er de opkomst van geluidsprojectoren. Kortom: door alle technologische ontwikkelingen bleef de zaak bloeien en zich verder ontwikkelen.”

Kerstavond
Hoewel Renier zelf jarenlang een goede baan had bij Philips, hielp hij toch vaak mee in de zaak. “Wij woonden boven de winkel, dus was het logisch dat je als kind al meehielp met sorteren of foto’s ontwikkelen in de donkere kamer. Dat bleef ik doen, ook tijdens mijn werk bij Philips. Alles draaide om de zaak. Wij stonden als gezin voor de klanten klaar. Zelfs op kerstavond. Veel mensen besloten dan om dia’s te gaan kijken. Maar dan bleek de lamp van de projector stuk te zijn en belden ze ons op. Wij waren daar op voorbereid en de lampen lagen klaar op de toonbank.” Uiteindelijk besloot Renier in 1989 toch definitief in de zaak te stappen. “Fotografie had mij logischerwijs altijd gefascineerd. Hobbymatig maakte ik foto’s tijdens feesten van Jocus, maar ook vaak bij bruiloften. Het was logisch dat ik in de zaak zou stappen. Bovendien houd ik net zoals mijn vader van commercie, maar ook van de retail.”

21e eeuw
Begin jaren 90 koos Renier er voor om de winkel een grondige opknapbeurt te geven. “Dat was sinds 1955 niet meer gebeurd. Ik ben vanaf het begin ook veel blijven investeren in de aanschaf van goede machines om met alle ontwikkelingen mee te kunnen groeien. Wij ontwikkelden in die jaren meer dan 1 miljoen foto’s per jaar. Er is sindsdien veel veranderd. De digitalisering in de 21e eeuw is natuurlijk één van de meest ingrijpende ontwikkelingen. Het heeft veel van mijn collega’s de kop gekost. Wij zijn gelukkig blijven bestaan. Toen ik in 2002 de eerste digitale spiegelreflexcamera kocht tijdens een beurs in Hilversum werd dat zelfs nog omgeroepen in die hal: ‘Wij hebben onze eerste digitale spiegelreflexcamera verkocht.’ Ons land heeft altijd wel voorop gelopen met al die nieuwe ontwikkelingen als data-opslag, fotoboeken, foto’s op canvas, et cetera. Al zeggen wij wel altijd tegen de klant: als je het 100 procent perfect en op je eigen manier wilt, zul je het zelf moeten doen. Als wij één foto verkeerd plaatsen in een fotoboek, hebben wij het gedaan. Daarom staan op onze websites twee modules waarmee mensen zelf aan de slag kunnen gaan. Verder blijft het maken van pasfoto’s een belangrijke bron van inkomsten en dus de verkoop van apparatuur.”

Renier Linders

Corona
De verkoop van camera’s is volgens Renier een echte nichemarkt geworden. Corona zorgde echter wel voor een opleving. “Mensen gingen weer op zoek naar een hobby en een bepaalde groep koos voor fotografie. Gelukkig beschikken wij over een enorme voorraad aan camera’s. Aan de hand van een goed gesprek in een ruimte boven de winkel, gaan we eerst de wensen inventariseren. Met die informatie proberen wij de best passende camera aan te bieden. Maar de bestellingen komen dankzij de webshop eigenlijk vanuit het hele land. Zoals gezegd: veel fotospeciaalzaken zijn verdwenen, wij hebben een goede naam en dus komen veel mensen bij ons uit.”

Aan stoppen denkt de 63-jarige Renier nog niet. “Waarom? Ik vind het nog steeds leuk, zie veel uitdagingen, werk met een geweldig team en ben gevestigd in een echte ondernemersstraat waar iedereen voor elkaar klaar staat. Ook nieuwe, jonge ondernemers willen zich graag hier vestigen. Vanwege de saamhorigheid en de kwaliteit van de winkels. Bovendien ben ik overtuigd van een succesvolle toekomst van de retail. Winkelen blijft toch altijd het favoriete dagje uit voor veel Nederlanders. Even een hapje eten, je wandelt door gezellige straatjes en bijna iedereen koopt wel iets. Iemand die kiest voor een dagje uit in een stad, gaat nooit met lege handen naar huis.”

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad