Albina Gizatova over oorlog in Oekraïne: ‘Ik moet emotioneel fit blijven’

9 maart 2022

Het leven van Albina Gizatova is op dit moment als een achtbaan. Ze werd geboren in Oekraïne, maar woont al negen jaar in Nederland. Het mooie leven dat ze met haar zoontje van vijf wist op te bouwen, werd twee weken geleden ruw verstoord door de Russische inval in haar eigen Oekraïne. Het land waar haar vader nog woont.

Tekst: Rob Buchholz | Beeld: collectie Albina Gizatova en Roger Sanders Photography

Sinds het begin van de oorlog op 24 februari gieren haar emoties alle kanten op. “Het liefste wil ik nu bij mijn vader zijn, maar dat zou hij zelf nooit toestaan. Als ouder van mijn kind, begrijp ik dat. Parallel met wat er gebeurt, ben ik een moeder en een werknemer. Dit is mijn verantwoordelijkheid. Ik moet blijven leven, terwijl ik al het mogelijke doe om in deze omstandigheden te helpen.”

Carnaval en emoties
Albina is medewerker bij Klup77 en besloot om met carnaval gewoon te werken. Dat voelde dubbel, zo geeft ze aan. “Ik vertelde mijn vader dat hier een groot feest was. Hij zei: ‘het is jouw werk en jij leeft daar. Als je thuis blijft zitten, verandert er in Oekraïne niets.’ Ik besloot om gewoon aan het werk te gaan. Al heb ik mij niet verkleed. Ik was omringd door mooie en meelevende mensen: mijn collega’s, vrienden en kennissen. Zelfs mensen die ik niet kende kwamen naar me toe, legden hun hand op mijn schouder en wensten mij sterkte. Dit was heel waardevol. Toen we na carnaval echter alles hadden opgeruimd, met de groep bij elkaar zaten, kreeg ik per toeval via mijn telefoon een foto van een kind in het oorlogsgeweld te zien. Dat was de bekende druppel. Ik pakte mijn tas en ben huilend naar huis gefietst. Toen kwam alle emotie van die dagen er uit. Het werd mij toen even te veel.”

Hoge pijngrens
Ze kan haar verhaal inmiddels goed vertellen. Albina weet dat haar emoties van dat moment heel menselijk waren. “Ik moet iedere dag sterk zijn voor mijn kind. Daarom wil ik niet meer continu alle beelden zien. Ik moet emotioneel fit blijven.” Volgens Albina hebben mensen uit de Oekraïne en omringende landen sowieso een hoge pijngrens. “Wij hebben al veel meegemaakt.” Zij merkt het ook aan zichzelf nu ze al een aantal jaren in Nederland woont. “Ik schrik sneller van onrust dan mensen die nog in Oekraïne wonen.” Ze geeft een voorbeeld. Afgelopen zomer bezocht ze haar vader die 30 kilometer van Donetsk woont. “We zaten in een bus en stonden in de file. Plotseling zie ik vanaf de andere kant zes tanks voorbij rijden en werd enigszins paniekerig. Maar niemand in de bus keek er van op. De mensen staarden naar het scherm van hun mobieltje of zaten gewoon te kletsen. Toen ik ze verschrikt wees op de voorbijrijdende tanks, keken de anderen mij vreemd aan. Het is een beeld dat al jaren gewoon is in het oosten van Oekraïne.”

Dag van de inval
Terug naar donderdag 24 februari. De dag van de inval. Zag zij dit aankomen? “Zoals gezegd: het is al jaren onrustig in mijn land, maar dit was allemaal wel heel erg plotseling. Ik werd die morgen wakker en had een afspraak gepland. Mijn telefoon stond vol met berichten, maar ik had nog niet direct door wat er aan de hand was. De persoon waarmee ik de afspraak had, schreef bijvoorbeeld: ‘als je liever niet komt, begrijp ik dat volkomen.’ Ik had tot dat moment echt geen idee waar het over ging. Daarna las ik de andere berichten en werd mij duidelijk wat er gebeurd was.” Albina besloot direct haar vader te bellen om te checken of hij in orde was. Hij woont net buiten de Donbas, dus op Oekraïens grondgebied. “Ik vroeg: papa wat is er aan de hand? Zijn reactie: ‘Ja lieve schat, het is oorlog.’ Ik was totaal in shock en voelde mij machteloos. Oorlog. Alleen dat woord al. Het liefste wilde ik naar hem toe, maar dat kon natuurlijk niet. We stelden ons bovendien allebei de vraag: wanneer gaan we ons weer zien? Niet alleen vanwege de oorlog, maar ons land wordt kapot gemaakt. Wanneer kan ik er weer vrij naartoe reizen? Een jaar, drie of vijf jaar? Ik weet het nu niet. Normaal ga ik altijd in de zomer bij hem op bezoek. Papa wist ook bij dat telefoongesprek: ik ga mijn dochter en kleinzoon dit jaar niet zien.”

Contact met vader
Albina is blij dat ze haar vader nog steeds telefonisch goed kan bereiken. Ze ziet op de tv ook andere verhalen van families die niet van elkaar weten waar ze zijn. Omdat er geen stroom of verbinding is. “Ik heb mijn vader gesmeekt om voldoende telefoonopladers in huis te halen voor het geval de stroom ook bij hem uitvalt. Papa ziet het zelf als een voordeel dat hij alleen voor zichzelf hoeft te zorgen (Albina’s moeder overleed toen ze 18 was). Er is in zijn stad minder voedsel te koop en de geldautomaten zijn leeg, maar gelukkig heeft hij een grote tuin waar veel groente en fruit bloeit. Veel eten heeft hij opgeslagen in de twee kelders.” Op het verzoek van zijn dochter om naar Nederland te komen, regeerde hij negatief. “Hij wil daar blijven en ons huis niet verlaten. Ik kan zijn beslissing alleen maar accepteren, ondanks de grote bezorgdheid.”

Broer in Rusland
Behalve de zorgen om haar vader, heeft Albina ook nog een broer die in Rusland woont. Hij kijkt vanzelfsprekend anders naar de situatie, maar heeft tevens voldoende zaken om zich zelf zorgen over te maken. “Hij werkt in de bouw. Er is steeds minder geld in Rusland dus komt zijn werk dadelijk te vervallen. Dat realiseert mijn broer zich maar al te goed. En dan? Deze situatie kent alleen maar verliezers.”

Bunker bouwen
De reacties die ze krijgt uit eigen omgeving, maar ook ziet op tv raken haar. “De hele wereld is pro-Oekraïne. Dat is hartverwarmend. Mensen leggen spontaan een hand op mij schouder en laten weten dat ze aan mij denken. Ze omarmen mij. Het raakt Nederlanders ook. Dat voel ik. Met carnaval hadden veel mensen hier in Venlo ook een dubbel gevoel. Er was feest terwijl zo dichtbij een oorlog begon. En dan natuurlijk alle inzamelingsacties en die grote landelijke actiedag van afgelopen maandag. Ik vertel aan mijn vader wat hier gebeurt en het doet hem ook goed. Aan de andere kant maakt het mij wel onzeker. Jullie Nederlanders doen zoveel. Ik kom zelf uit Oekraïne en voor mijn gevoel doe ik te weinig. Ja, dan voel ik mij wel eens schuldig. Doe ik wel genoeg? Ik probeer mijn best te doen om alles te combineren met mijn eigen leven en de zorg voor mijn kind. Ik moet er ook niet te veel mee bezig zijn. We waren samen afgelopen week bij indoorspeeltuin Ballorig. Plotseling zie ik dat mijn zoon iets aan het bouwen is. Ik vraag wat hij doet en zijn antwoord was: ‘ik bouw een bunker om jou en mij te beschermen. Op mijn vraag waarom hij dat deed, zei hij: ‘omdat het oorlog is mama’. Toen was mij direct duidelijk: ik moet hem beschermen van de beelden en verhalen. Mijn zoon verdient hier een veilige en rustige opvoeding. Het was echt een wake-up call voor mij.”

Steun van landgenoten
Albina heeft vanzelfsprekend ook veel contact met landgenoten die in de regio wonen. Velen van hun zijn betrokken bij de diverse hulpacties en ook zelf draagt ze als het kan daar haar steentje aan bij. “We hebben twee Whatsapp-groepen. Een voor het organisatorische deel waarbij het gaat om inzamelen. De andere groep is puur om elkaar te steunen en naar elkaar te luisteren. Daar hebben we allemaal behoefte aan. Ieder is er op zijn of haar eigen manier bij betrokken. We doen wat we kunnen.” Een specifiek beeld van afgelopen week uit eigen omgeving staat inmiddels op haar netvlies gebrand. Albina fietste naar haar werk, hoorde haar naam en zag plotseling een landgenote met zware tassen de weg oversteken. “Die dame was 38 weken zwanger en ze liep met de zwaarste spullen voor een hulpactie te slepen. Ik heb haar direct gezegd daar mee te stoppen om de veiligheid van haar eigen kind. Maar ze zei: ‘Albina ik moet dit doen. Ik moet mijn landgenoten helpen. Het toont onze emotionele hardheid maar weer eens aan. Wij mensen uit Oekraïne zijn sterk. Maar dat beeld van mijn zwangere landgenoot met die loodzware tassen zal ik niet snel vergeten. Inmiddels is zij bevallen van een gezonde zoon.”

Hoe de situatie in haar geboorteland zich verder ontwikkelt durft Albina niet te zeggen. Telkens als er gesprekken tussen de strijdende partijen plaatsvinden, krijgt ze echter hoop. “Blijf praten en luisteren. Laat dit niet uitgroeien tot een Derde Wereldoorlog. Wie is daar bij gebaat? Niemand. Elk slachtoffer dat er valt is er één te veel. Ondertussen probeer ik mijn leven hier op orde te houden. Voor mijn kind. Van binnen vreet de situatie natuurlijk aan mij. Maar ik blijf hoop houden dat we kunnen blijven praten van een strijd die dagen heeft geduurd. En geen weken of maanden of jaren.”

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad