“Feestverlichting, die hebben we als ondernemers toen grotendeels zelf gemaakt”

19 oktober 2020

De Venlose binnenstad wordt momenteel weer voorzien van feestverlichting om bezoekers de komende tijd een sfeervol welkom te heten. Er was een tijd dat iedere straat – of samenwerkende straten – dat zelf moest regelen. Zoals in het geval van Ut Gulde Schinkegilde. Voormalig binnenstadondernemer Jan Klein van Sporthuis Olympia blikt terug.

Tekst: Jac Buchholz| Beeld: Gemeentearchief Venlo, Archief VenloVanbinnen

Het is ergens begin jaren zeventig. Veel Venlose straten hadden al feestverlichting. Maar niet de winkeliers verenigd in Ut Gulden Schinkegilde: Jodenstraat, Kwartelenmarkt, Hoogstraat, Beekstraat en Romerstraat. Tijdens een vergadering van de winkeliersvereniging kwam het gemis ter sprake, herinnert Jan Klein zich. “De opmerking kwam voorbij dat binnenstadbezoekers vanaf de Vleesstraat richting Hoogstraat en Kwartelenmarkt in een zwart gat keken. Dus moest er feestverlichting komen.”

Catering
Wie de verlichting moest gaan maken stond volgens Klein al vlug vast. “Die hebben we als ondernemers toen grotendeels zelf gemaakt. Zoals we wel vaker zelf zaken oppakten, dat was de mentaliteit. Piet Hoeymakers, die destijds een loodgietersbedrijf aan de Jodenstraat had, stelde ’s avonds zijn werkplaats ter beschikking. Maar hij vroeg wel om ondersteuning – ‘ik ga er niet iedere avond alleen staan’, zei hij. Dus stelde zich een groepje middenstanders beschikbaar. Onder wie Geer van de Veer, Henk Buchholz, Pieter Schell, Jan Leussen, Frits Reefman was er volgens mij bij, ikzelf. Nee, we waren lang niet allemaal technisch onderlegd, iedereen deed wat hij kon. Zo bracht Heinz Duisters van café ’t Schinkemenke regelmatig drankjes voorbij en kwam Jan Hendriks van Bakkerij De Veerman met worstenbroodjes en ‘crèmesnitjes’.” Lachend: “Ze verzorgden zeg maar de catering.”

Andere partijen
Natuurlijk waren er aspecten die de klussende ondernemers niet zelf konden. Zo werd een bedrijf in Reuver ingeschakeld om de verlichting door middel van galvaniseren weersbestendig te maken. Verlichtingsbedrijf Lecluse leverde de lampen, Thijs op de Laak de bekabeling. Jan Klein: “Lecluse zat aan de Straelseweg. Ze hadden een buurman, meneer Verbeek, die gist leverde aan bakkers. Jan Hendriks kende hem zodoende. Die meneer Verbeek had een groot magazijn en daar hebben we jarenlang de verlichting opgeslagen. Louis Dirkx, die een elektrobedrijf in Baarlo had, zorgde voor het onderhoud. Ja, dat bedrijf verzorgt de feestverlichting nu nog steeds. Maar in het begin hingen we die zelf op.”

Boren
Dat ophangen bleek uiteindelijk lastiger dan het maken, herinnert Klein zich. “Want je moest toch in gevels gaan boren om de ophanging te bevestigen. Ondernemers met een eigen pand vonden dat geen probleem, maar kwam je bij een verhuurd pand, dan kon de eigenaar nog wel eens moeilijk doen. Dat is uiteindelijk echter opgelost en Piet Peters, destijds werkzaam bij Geer van de Veer, heeft die ophangingen allemaal aangebracht.” Klein glimlacht: “Hij was ook jarenlang de man die het licht letterlijk uitmaakte. De elektrische installatie stond in de kelder van Pieter Schell, de schakelaar hing hoog aan de gevel van zijn pand. Als Piet om zes uur klaar was kwam hij met een stok naar buiten en ging prompt het licht uit. Later hebben de restaurants aan de Kwartelenmarkt om die reden een eigen aansluiting gekregen. Die wilden de verlichting graag ’s avonds laten branden.”

Betalen
Gedoe was er ieder jaar ook rondom de betalingen, zegt Klein. “Iedere ondernemer van Ut Gulde Schinkegilde moest een bijdrage voor de feestverlichting betalen. Dan was er jaarvergadering en kwam altijd de vraag voorbij of iedereen aan die verplichting had voldaan. Dat was natuurlijk nooit het geval, wat weer tot het nodige commentaar leidde. Daarom begrijp ik de huidige roep om de BIZ van Venlostad.com wel. Dan heb je dat niet.”

Zuiniger
In de loop der jaren werden er rondom de feestverlichting nog allerlei ideeën gelanceerd waarvan de meeste niet doorgingen. Zoals om tijdens de Sinterklaasperiode gekleurde lampen in de verlichting te doen. Of om een deel van de verlichting van geelgroene (kleuren van Ut Gulde Schinkegilde, red.) lampen te voorzien. Eén verandering kwam er wel, merkt Klein op. “Dat was in de tijd dat de eerste geluiden over zuiniger met elektriciteit omgaan klonken. We kregen te horen dat 50 lampen per ornament wel heel veel was. Dat is toen teruggebracht naar 30 stuks.”

Zo’n vijftig jaar na dato verschijnt die feestverlichting in het najaar nog steeds in de binnenstad, zo ook nu weer. Overigens zonder ceremonie zoals bij de allereerste ontsteking van de feestverlichting van Ut Gulde Schinkegilde, toen de ondernemers nog voorafgegaan door burgemeester Gijsen in een feestelijke optocht door de straten trokken.

Terug