Hans Schreurs: ‘De sfeer in de binnenstad was vroeger kwanter’

28 juli 2021

Sommige mensen zijn voor altijd met de Venlose binnenstad verbonden. Hans Schreurs, eigenaar van Automatiek Piccadilly, is daar een goed voorbeeld van. Op 30 oktober 1958 werd hij geboren op het Maasschriksel. Een jaar later kocht zijn vader de panden op de Kleine Beekstraat waar nu nog steeds de zaak en het woonhuis gevestigd zijn. Hans is de eerste in een nieuwe serie verhalen over Kinder van de Venlose Binnenstad.

Tekst: Rob Buchholz | Beeld: Hans Schreurs en Rob Buchholz

Natuurlijk staat de familie Schreurs bekend om het fameuze Frietei dat sinds 1959 in eigen keuken wordt bereid, maar toen Hans een jaar eerder op de wereld kwam, waren zijn ouders al eigenaar van een frietkraam. Gelegen achter het stadhuis, op de grond van Bervoets. “Die standplaats kostte per jaar 300 gulden,” zo trapt Hans zijn verhaal af. “We verkochten alleen friet, kroketten, zure bommen en haring in het zuur. Meer aanbod was er simpelweg niet.”

Aankoop pand
De eerste uitbreiding van het aantal snacks begon een jaar later bij de opening van de zaak aan de Kleine Beekstraat. “Eigenlijk wilden mijn ouders alleen het pand kopen waarin nu de friture gevestigd is, maar de eigenaar vond dat mijn vader ook het ernaast gelegen pand op de hoek met de Nieuwstraat moest kopen. In feite hadden we daar het geld niet voor, dus leende hij geld bij zijn schoonvader. Samen met het eigen spaargeld hadden ze nog 10.000 gulden nodig om beide panden te kopen. In eerste instantie deed de bank moeilijk, maar één van onze vaste klanten werkte bij die bank en zei: ik ga dat voor jullie regelen. Uiteindelijk is het goed gekomen.”

Blerick
Behalve de automatiek in Venlo waren de ouders van Hans ook eigenaren van een frietkraam in Blerick. Een houten keet, vlak bij de winkel van Berden. Dat was geen succes. “De Blerickenaren pikten ons niet. Op een dag stond met grote letters op de kraam geschreven: eet geen friet van deze Piezewiet. Op een ander moment kwam een groep mannen voorbij waarvan er één zei: ‘ ‘zullen we hier een frietje eten?’ De reactie van de anderen was: ‘Nae, astebleef niet. Daes zaak is van eine Venlose.’ Mijn moeder liep regelmatig huilend de brug over, terug naar huis. Uiteindelijk hebben ze die zaak toen verkocht aan De Frietspecialist.”

Gezellige sfeer in de stad
Lodi en Jos Wolter, Pieter Vallen, Karel Nies. Zomaar een paar namen van vrienden waarmee Hans in zijn jonge jaren veel contact had. Vissen bij De Broezer langs de Maas was een favoriete bezigheid. “Een mooie tijd,” zo denkt hij met zichtbaar genoegen terug aan die periode. “Op zaterdag kochten we een gebakken vis op de markt voor 75 cent. We kochten Belga kauwgum bij Bensdorp aan de Klaasstraat. Een prachtige tijd. De hele sfeer in de stad was kwanter. Er heerste meer gezelligheid. De ondernemers woonden bijna allemaal boven de zaak en de contacten onderling waren goed. Iedereen kwam voor elkaar op. Als ik na het avondeten op mijn fietsje door de stad trok, waren er altijd veel bekenden op de been waarmee je een babbeltje kon maken. Dat is nu helaas veel minder. Tja, tijden veranderen. Het was toen vooral onschuldiger, gezelliger en socialer.”

Stinkbommetjes
Op de vraag of er ook kattenkwaad werd uitgehaald, komt er een lach op zijn gezicht. “Wie heeft dat niet in zijn kindertijd gedaan. Vooral geintjes uithalen met stinkbommetjes waren favoriet. Die kochten we bij Quack op de Gasthuisstraat en je kreeg er drie voor 50 cent.” De lach op zijn gezicht wordt groter. “We liepen bij V&D naar binnen, links vooraan bij de parfumafdeling gooide een van ons een flesje op de grond en trapte dat kapot. Vervolgens liepen we naar buiten en kwamen een paar minuten later terug. Die paniek die je dan in de winkel zag. Hahaha. Prachtig. En dat stonk. Maar ook het stilzetten van de roltrap bij V&D was één van onze vaste geintjes.” Terug naar de stinkbommetjes. Verderop op de Vleesstraat was een parfumspeciaalzaak gevestigd. Een van de vrienden van Hans gooide ook daar een stinkbommetje naar binnen. “En wie kreeg toen de schuld? Ik. De eigenaar greep mij vast, trok mij de zaak in en riep boos: ‘Jij hebt hier stinkbommetjes naar binnen gegooid.’ Maar ik had het dus niet gedaan. De eigenaar van een schoenenwinkel zag dat en zei ook dat ik onschuldig was. Vervolgens ging hij naar mijn moeder toe en vertelde het verhaal. Zij werd zo boos dat ze ook naar Quack ging, zes stinkbommetjes kocht en die alle zes tegelijk bij die parfumerie naar binnen gooide. Alles zes gingen ze stuk, dus je wilt niet weten hoe hard het daar toen gestonken heeft. Hahaha. Ja, dat zijn de mooie verhalen.”

Pijltjes schieten
Hans ging naar de Openbare Lagere School, gevestigd tegenover zijn ouderlijk huis. De eerste 5 jaar hoefde hij de straat maar over te steken. Nadat C&A het pand kocht, moest hij het laatste jaar met de fiets naar de Veestraat. Ook de school ontkwam niet aan het kattenkwaad van Hans en zijn vrienden. “In het weekend stond altijd bij één van de lokalen een raampje open. Met een plastic buis schoten we papieren pijltjes in de tempex platen van het plafond. Soms wel 150 pijlen. Op maandag moest ik mij dan melden bij het hoofd van de school, mijnheer Van der Zanden. Die vroeg streng: ‘Schreurs, heb jij dat weer gedaan?’ Toen hij de pijlen uit het plafond wilde trekken, viel één van die tempexplaten naar beneden. Nee, niet iedereen in de binnenstad was blij met ons.”

Val van paard
Soms gingen Hans en zijn vrienden ook paardrijden. Een van die ritjes liep voor de toen 14-jarige Hans bijna fataal af. Een van de dieren stond bekend als wild en onstuimig, maar Hans durfde het toch aan. “Ik zat goed en wel op het paard, toen die op hol sloeg. Al snel viel ik op de grond. Het gevolg: gekneusde nieren, een bult op mijn hoofd zo groot als een ei en tien dagen in coma gelegen. Ruim drie weken lag ik in het ziekenhuis. Mijn moeder heeft later vaak gezegd: ‘wij dachten toen echt dat we je voor altijd kwijt zouden raken.’ Maar ik heb het gered. Alleen heb ik nog steeds problemen met het onthouden van bepaalde dingen. Allemaal dankzij die val.”

LTS
Eigenlijk was het de wens van Hans om meubelmaker te worden. Dus na zijn lagere schoolperiode, begon hij op de LTS in Venlo-Zuid. “De eerste drie jaren verliepen redelijk probleemloos,” zo herinnert hij zich. “In het laatste jaar ging het helaas mis. De klassenleraar had de pik op mij. Ik kon niets goed doen bij die man. Hij wist dat mijn ouders een snackbar hadden. Regelmatig zij hij neerbuigend tegen mij: ‘En Hans, heb je van het weekend weer frikadellen gebakken?’ Een keer is dat leuk. Twee of drie keer ook nog wel. Hij bleef maar bezig. Ik was het beu en zei tegen één van mijn vrienden: als hij het nog een keer zegt, dan stuur ik eens iemand bij hem langs. Eens kijken of hij het daar ook tegen durft te zeggen. Dat was dus mijn vader. Of die klassenleraar daar achter was gekomen, weet ik niet, maar hij stopte er mee. Op het einde van dat vierde jaar kwam ik 0,1 punt te kort om mijn diploma te halen. Heel cynisch zei hij: ‘Zo Hans, jou zie ik volgend jaar weer terug.’ Ik was er klaar mee, ben niet meer terug gegaan en besloot in de zaak van mijn ouders te gaan werken.”

Op stap
Vanaf zijn zestiende levensjaar begonnen voor Hans en zijn vrienden de periode van stappen en uitgaan. Trocadero, ’t Vaat en de Tuf Tuf Club waren favoriet. “Lambert Geerlings en Grad Burhenne waren mijn vaste stapmaatjes. We gingen van café naar café. Ook weer een prachtige tijd. Nee, daar heb ik niet mijn vrouw José leren kennen. Zij kwam bij ons in de zaak en op een dag vroeg ze mij mee uit. Ik was toen 19 en onze eerste avond samen brachten we door bij Astoria op het Vleesplein. De café van Theo en José van de Ven. Daar kon je rustig zitten en het was er altijd gezellig. Later gingen we ook naar de zaak van Appie en Henk aan de Noord-Binnensingel. Daar was regelmatig een travestietenshow en lagen we echt krom van het lachen.”

Hans kijkt met veel plezier terug op tijd. “In de stad gebeurde altijd van alles. Het was een mooie plek en tijd om op te groeien. Na het overlijden van mijn moeder hebben we de woning flink gerenoveerd en zijn we weer naast de zaak gaan wonen. Ik zal altijd een kind van de Venlose Binnenstad blijven.”

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad