‘Hoe lelijker ik de producten vind, hoe beter ze verkopen’

1 juli 2020

In het smalste pand van de Venlose binnenstad, is één van de meest historische winkels gevestigd: Souvenirwinkel Pivera op de Lomstraat. De plek waar de tijd lijkt stil te staan. Iedere Venlonaar kent de zaak, maar velen hebben er nog nooit een stap binnen gezet.

Tekst: Rob Buchholz | Beeld: Peter Janssen

Anno 2020 wordt de zaak gerund door Peter Verhappen, zoon van de man die de winkel in 1990 van het echtpaar Steegh overnam. Hij doet dit in samenwerking met Ans Delsing-Steegh, dochter van de oorspronkelijke eigenaren Hay en Sien Steegh. “Ik heb hierboven met mijn ouders en drie broers gewoond,” zo herinnert Ans zich nog goed. “Ja met 6 personen in een pand dat slechts 2.5 meter breed is en ongeveer 6 meter lang. Maar het was een fantastische tijd.”

Traditioneel interieur
Een heel andere tijd dan de wereld waarin we nu leven. Toch zijn er nog steeds klanten die bewust naar binnen lopen. Maar dat zijn volgens Peter Verhappen vooral toeristen. “Sommigen zijn hier in het verleden wel eens geweest en vol verbazing dat de winkel nog steeds bestaat. En dat er aan het interieur eigenlijk niets veranderd is. Soms zijn het Venlonaren die jaren geleden geëmigreerd zijn het leuk vinden dat hier alles nog is zoals vroeger.” Vroeger. Terug naar 1959 als de ouders van Ans Steegh het pand betrekken. Haar opa had een speelgoedwinkel op het Nolensplein en haar vader een zaak op de Lomstraat. “Steeds vaker vroegen klanten naar souvenirs. Snuisterijen zoals lepels, mokken, ansichtkaarten, tegeltjes, sleutelhangers en natuurlijk molentjes. In dit pand op de Lomstraat was de sigarenwinkel van Platzbecker gevestigd. Toen de eigenaar vertrok zagen mijn ouders een ideale kans om een souvenirwinkel te beginnen. Boven is een grote woonkamer plus drie slaapkamers. Een voor mijn ouders, een voor mij en mijn drie broers deelden de derde kamer.”

 

Gezellige tijd
In deze tijd van de anderhalve-meter-maatschappij lijkt de winkel sowieso te klein, toch waren er tijden dat zowel Ans als haar ouders in de zaak stonden. “Twee personen voor de verkoop en nummer drie om op te letten dat er niks werd gestolen.” Volgens Ans Steegh waren de jaren zestig, zeventig en tachtig vooral een gezellige tijd. “De Lomstraat was een zaak waar veel winkeleigenaren boven de zaak woonden. Ja, met hun kinderen dus. We speelden veel op straat. Eigenlijk was de hele binnenstad één grote speeltuin: van het Julianapark tot aan de Maas. Het waren tevens de jaren dat de stroom van Duitse kooptoeristen definitief op gang kwam. Dat was ook de groep die onze producten kocht. Vooral molens, Amsterdamse huisjes en klompjes. Dat zijn voor veel toeristen toch de ultieme Hollandse souvenirproducten. Onbewust ben ik mee in de zaak gerold. Vanaf mijn dertiende hielp ik mee op zaterdag en tijdens de vakantieperiodes.”

Overname
Eind jaren 80 besloten haar ouders dat het tijd was om te stoppen. Grote vraag: wie neemt de zaak over? Ans was in 1985 getrouwd, maar haar partner was timmerman. “Die zet je niet de hele dag binnen op een paar vierkante meter. Hij wil vooral buiten zijn.” Leverancier en groothandel Pivera bleek echter wel geïnteresseerd om de souvenirwinkel voort te zetten. Peter Verhappen: “Mijn vader Piet was tevens goed bevriend met de ouders van Ans. Hij koos ervoor om samen met mijn moeder in de winkel te gaan staan. Zij maakten nog net de gouden jaren van het massale kooptoerisme mee. Mijn broer Adri had de leiding over de fabriek. Ikzelf stond er toen nog ver van af en wilde eigenlijk graag accountant worden.”

Toekomstplannen overboord
De zaken liepen echter anders dan gepland. In 1995 overleed de broer van Peter Verhappen op jonge leeftijd. Een heftige periode, zo herinnert hij zich. “Ik verloor niet alleen mijn broer, maar al mijn toekomstplannen konden overboord. Het gevolg was namelijk dat ik de leiding kreeg over de fabriek in Nuenen. Twee jaar later besloten mijn ouders het rustiger aan te willen gaan doen. Sinds 1 oktober 1997 sta ik hier in de winkel. Samen met Ans. Want op de dagen dat ik hier niet sta, ben ik met de groothandel bezig.” Spijt dat zaken zo gelopen zijn, heeft hij niet. “Op de fabriek in Nuenen is het vaak hectisch, hier in de winkel heerst een serene rust.”

 

Alle nationaliteiten
Ondanks het feit dat de tijden veranderd zijn, krijgen Ans en Peter nog steeds de hele wereld over de vloer. “Het zijn echt niet alleen maar Duitsers,” aldus Verhappen. “Ik verbaas mij nog dagelijks hoeveel nationaliteiten hier in Venlo rondlopen. Mensen uit Italië, Colombia, Amerika, Brazilië, Australië. De hele wereld komt hier over de vloer. Ze krijgen even het gevoel alsof ze terug in de tijd gaan. Het is vaak pure nostalgie. Veel klanten worden oprecht vrolijk als ze hier rondsnuffelen. En sommigen zijn oprecht geïnteresseerd in de herkomst van de producten en blijven een hele tijd kletsen. Als ze dan vertrekken, zeggen ze: de volgende keer kopen we echt iets.” Mensen uit eigen stad komen er echter niet tot nauwelijks. “Soms loopt er wel eens een Venlonaar naar binnen en die biecht dan eerlijk op: ik woon hier al 40 jaar, maar ben nog nooit in deze winkel geweest.”

Trots op folklore
Hoewel hij de producten dus zelf ontwikkelt, produceert en verkoopt, heeft Peter Verhappen geen enkel souvenirproduct in eigen huis staan. “Haha, nee het is niet mijn stijl. Vaak geldt de regel: hoe lelijker ik een product vind, hoe beter het verkoopt bij de toeristen. Maar ik vind het fantastisch om het te verkopen. Het verrast mij wel eens welke artikelen goed aanslaan. Op dit moment zijn magneetjes met opdruk heel populair. Ja en bepaalde type windmolens. Dat blijft een geliefd souvenirproduct. Hoewel ik het zelf dus niet in huis heb staan, ben ik wel van mening dat we als Nederlanders best wat meer trots mogen zijn op ons folklore. Het heeft nog steeds een positieve uitwerking op veel toeristen. Zij associëren Nederland met klompen, molens, bloemen en Delfts blauw. Daar is toch ook niets mis mee? Het zijn producten die aanslaan. Zelfs het befaamde rood-witte vaantje van VVV-Venlo (toen FC VVV) is hier nog steeds te koop. Ans Delsing-Steegh herkent zich wel in het verhaal van haar collega. Lachend zegt ze: “mijn ouders zeiden vroeger al, het is een prachtig product om te verkopen, maar we hoeven het zelf niet in huis te hebben.”

 

De toekomst
Grote vraag voor de toekomst is: wie gaat deze zaak ooit overnemen? Beiden zijn daarin vrij duidelijk. “Waarschijnlijk niemand. Na ons houdt dit op. Wat er met het pand moet gebeuren? Geen idee. Je kunt hier bijna geen winkel in beginnen. Misschien wordt het ooit bij een naastgelegen pand betrokken. Maar dan verliest het natuurlijk wel zijn charme.” Volgens zowel Ans als Peter is het lastig om op een dergelijk klein oppervlak een omzet te halen waar iemand een volledig salaris mee kan verdienen. Wij redden het door de combinatie met de groothandel, maar hoge verkoopcijfers in halen we in de winkel niet meer. Vroeger verkochten we soms wel zes molens op een dag. Nu misschien één per week. Je moet bovendien zeven dagen per week open willen zijn.

Tegen de kinderen heeft Peter altijd gezegd: “Goed opletten op school en leer een vak. De zaak overnemen zie ik niet gebeuren. In Amsterdam hebben deze winkels nog succes. Maar dat zijn hypermoderne ketens waar expats tijdelijk actief zijn. De nostalgische sfeer die in deze winkel heerst, vind je daar niet terug. Gelukkig voor de toeristen die Venlo bezoeken, gaan wij nog een paar jaar door.”

Terug