Joy van der Veer: ‘Mam genoot veel meer van Vastelaovend dan pap’

24 februari 2020 | Leestijd: 5 minuten

In deel 1 vertelde Joy van der Veer over zijn jeugd en de relatie tussen vader en zoon. Op deze dag van de Venlose optocht staat in deel 2 vanzelfsprekend de Vastelaovend en het creatieve brein van Geer van der Veer centraal. Joy vertelt over de kleurrijke pakken waarmee zijn vader door de Venlose optocht paradeerde. Hoe vierde Geer de Vastelaovend? En ook vertelt hij over de laatste levensjaren van dit stadsicoon.

Tekst: Rob Buchholz | Beeld: Peter Janssen en collectie familie Van der Veer

Joy is vandaag dus in Venlo om vanuit zijn ouderlijk huis op de Jodenstraat naar de grote optocht te kijken. Een optocht zonder zijn vader Geer van der Veer. De man die decennialang de Vastelaovend nog meer kleur gaf dankzij vele creatieve en herkenbare pakken. “Vroeger was de winkel nog gewoon op zaterdag voor Vastelaovend open,” aldus Joy. “Sterker, het was de drukste verkoopdag van het jaar. Dat was dus voordat de Boètezitting het beleid in de Venlose binnenstad op die dag bepaalde. Maar pap? Hij was die zaterdag nergens te vinden. Hij vertrok ‘s middags vroeg naar de persoon die zijn pakken voor de optocht maakte. Wie dat was of waar deze persoon woonde? Ik heb echt geen idee. Niemand wist het. Alleen dat deze persoon er weken mee bezig was. Pap had elk detail zelf verzonnen en besprak het uitvoerig met deze mijnheer of mevrouw. Want zoals hij het bedacht had, zo moest het worden.”

Onthulling pak
De onthulling van het pak waarmee Geer in de optocht zou pronken, verliep telkens volgens een vast ritueel. “Nadat de winkeldeuren die zaterdag op slot waren gegaan, mocht een select groepje vertrouwelingen de onthulling van zijn nieuwste pak mee maken. Mam had soms wel een idee over hoe opvallend het pak zou worden. Zij had de rekening al gezien. Had pap een briljant idee dan waren minder materialen nodig om te pronken en dus vielen de kosten ook mee. Was pap minder enthousiast over zijn eigen idee dan waren er meer toeters en bellen nodig om dat te camoufleren. Ja en dan viel de rekening hoger uit.” Ook op Vastelaovesmaandag was het Versierhoes op de Jodenstraat geopend. Joy verzorgde dan vaak met zijn vrouw de verkoop. Ondertussen werkte Geer in de kelder van de winkel dan steevast aan de laatste details van het kostuum en attributen. “Ja het moest altijd op het laatste moment. Op zaterdagavond en zondag was pap met ‘t Hetje onderweg. Maar telkens kreeg hij weer nieuwe ideeën. Volgens mij was het in zijn hoofd nooit rustig. Pap was ongelooflijk creatief.”

Flamboyant en kleurrijk
Wanneer Geer voor de eerste keer als faatse met de Venlose optocht meeliep, durft Joy niet te zeggen. “Ik weet niet anders. Natuurlijk waren de ideeën in de eerste jaren nog niet zo uitbundig en spectaculair, maar vanaf ergens midden jaren 70 werden zijn creaties steeds flamboyanter en kleurrijker. De mensen keken ook echt naar hem uit. ‘Kiëk dao hesse Geer,’ zo klonk het dan van alle kanten. Daar genoot hij van. Nee hij had geen vaste plek. Pap schreef zich ook nooit officieel in bij Jocus. Hij begon, stapte uit de optocht om ergens een glas bier te drinken met vrienden en bekenden, stapte weer in en dat ritueel duurde zo de hele optocht. Sommige mensen zagen hem wel twee keer voorbij komen.”

Total loss
Ondertussen ging echtgenote Jeanne van der Veer altijd met de dames van ‘t Hetje op stap. Ze zagen elkaar volgens Joy pas ‘s avonds om 7 of 8 uur. “Maar dan was pap total loss. Nee, niet van de drank. Hij was geen echte drinker. Dan kwam alle vermoeidheid van de laatste weken er uit en ging hij naar huis, zette zich neer in een makkelijke stoel en viel in slaap. De show was volgens hem dan voorbij. Heel Venlo had hem gezien. Het was mooi geweest. Mam ging door met vieren. Zij genoot eigenlijk veel meer van Vastelaovend dan pap. Pap was altijd met de buitenwereld bezig. Met promotie van zijn zaak. En met nieuwe creatieve ideeën. Altijd. Iedere dag. Ook met Vastelaovend. Mam kon daarentegen echt van iedere seconde genieten.”

Overlijden
De laatste jaren van zijn leven waren lastig voor Geer. Nieuwe pakken bedacht hij niet meer. Soms creëerde hij iets van meerdere pakken samen. “Ja, ik heb ze nog allemaal,” zo laat Joy weten. “Wat we er mee gaan doen? Zeg het maar. Misschien is het iets voor het Jocusmuseum of het Limburgs Museum? We gaan op termijn wel een keer het gesprek aan. Nu nog niet. Voor het opruimen en verdelen van de spullen, nemen we ons de tijd.” Volgens Joy was Geer nooit met de dood bezig. Daar wilde hij simpelweg niet over praten. “De overdracht van de zaak, begin 2019, deed hem al pijn. Zijn conditie ging achteruit. Het was niet meer verantwoord. Na het overlijden van mam met Kerstmis 2017 heeft hij een enorme klap gehad. Voor de buitenwereld was pap altijd druk bezig. Maar mensen die hem goed kenden, zagen regelmatig zijn tranen. De wijze waarop pap zelf is gestorven, daar teken ik voor. In de kerk. Samen met ons. Een hartstilstand en weg. Het was onverwacht, maar voor hem was het goed zo.” Dat de relatie met zijn vader anders was dan bij veel anderen, daar heeft Joy mee leren leven. “Pap was een kind van zijn eigen opvoeding. Hij heeft als 14-jarige jongen zijn eigen vader dood in de stoel aangetroffen. Dat vroege verlies heeft hem gevormd. Plotseling was hij de oudste man in huis en werd er veel van hem verwacht. Nee, hij heeft zeker geen eenvoudige jeugd gehad.”

Dat Venlo nog steeds zoveel aandacht heeft voor Geer is voor Joy meer dan een troost. “Het raakt mij. Echt. Ik mag dan vroeg vertrokken zijn en niet als echte Vastelaovesvierder bekend staan. Maar Venlo zit in mijn hart. Ik volg al het nieuws via social media, kijk altijd naar de samenvattingen van VVV en praat met mijn vrouw thuis nog gewoon dialect. Het liedje van Lex Uiting is mij dan ook op het lijf geschreven. De tekst is herkenbaar. Weet je, ik reisde voor mijn werk geregeld met de trein tussen Eindhoven en Den Haag. Daar waren vaak Venlose conducteurs op aanwezig. Als zij tegen elkaar spraken, vond ik dat prachtig om te horen. Dat typisch Venloos dialect raakt mij nog steeds. Waar ik ook ben. Het zal altijd mijn stad blijven.”

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad