Joy van der Veer tegenpool van zijn vader: ‘Voor feestneuzen verkopen was ik niet in de wieg gelegd’

23 februari 2020 | Leestijd: 6 minuten

Deze Vastelaovend is anders dan anders. Venlo viert feest zonder stadsicoon Geer van der Veer. Decennia lang trok hij in de meest creatieve en opvallende creaties als faatse met de optocht mee. Dat is door zijn overlijden van 3 november afgelopen jaar voltooid verleden tijd. In twee delen vertelt zijn zoon Joy van der Veer hoe het was om ‘zoon van’ te zijn. Joy vertelt in deel 1 over de bijzondere vader-zoonrelatie en over zijn eigen ontwikkeling.

Tekst : Rob Buchholz | Beeld: Peter Janssen en collectie VenloVanbinnen

Alle reden voor een goed gesprek dus met de 56-jarige zoon Joy. Een boeiend en openhartig gesprek. Hoewel hij qua postuur en zeker de stem sterk op zijn vader lijkt, is Joy volgens eigen zeggen totaal anders dan Geer. En dat was niet altijd even eenvoudig. “Een echte vader heb ik niet gehad. Maar geloof me oprecht als ik zeg dat ik daar nooit onder geleden heb en ook niets aan overgehouden heb. Ik begreep hem. Zeker toen ik zelf meer volwassen werd Het was een goed mens, maar op zijn manier. Creatief, eigenzinnig, hij had een ongekende dosis energie en was altijd bezig. Pap had fantastische ideeën. Maar mam was thuis de drijvende kracht.”

Bloomejungske
Maandag is Joy weer voor even terug in Venlo. Om de optocht te bekijken. “Ik woon al heel lang in Nuenen. Sinds mijn studententijd ben ik weg uit Venlo. Maar een aantal mensen vroeg of ik maandag aanwezig wilde zijn. Daarom ben ik er en zal samen met mijn gezin de optocht vanuit het huis van pap en mam op de Jodenstraat de optocht bekijken. Ja bijzonder. Alles staat hier nog zoals het was. Zoals pap het op zondagmorgen 3 november afgelopen jaar achterliet. De dag van zijn overlijden. Dat opruimen komt nog wel. Ik heb eerst alles verwerkt. Zijn dood, maar ook het overlijden van mam twee jaar eerder” Het mag vreemd klinken, maar als kind had Joy van der Veer zelf weinig op met Vastelaovend. Hoewel hij jarenlang vierde, lid was van Joekskapel ‘t Hetje en dus ook vaak meeliep met de Venlose optocht, voelde het voor hem niet goed. “Ik werd meegesleurd. Was de zoon van. Je groeit op in een gezin waar Vastelaovend en versieren bijna altijd centraal stond. Voor pap moest ik dus een modelkind zijn. Mijn klasgenoten op de lagere school waren verkleed als cowboy en indiaan. Dat wilde ik ook. Maar nee. Dat kon niet. Ik moest Bloomejungske zijn. Een kleurrijk persoon in een mooie creatie. Ja dat was het ook, maar ik was er niet gelukkig mee. Pap begreep soms niet dat ik ook kind wilde zijn en niet alleen de zoon van.”

Verplicht trompet spelen
Niet alleen Geer van der Veer dacht dat zijn zoon Vastelaovend vanzelfsprekend leuk zou vinden, de hele omgeving had diezelfde mening. “Ik was vaak waers en ging mij er juist tegen afzetten. Mensen verwachten iets van mij wat ik niet wilde zijn. Als kind dacht ik al: wat doen de mensen toch raar met Vastelaovend. In mijn periode als trompettist bij Joekskapel ‘t Hetje kon ik ook vaker recalcitrant zijn.” Het feit dat Joy trompet ging spelen was voor vader Geer namelijk een andere vanzelfsprekendheid. “Luuster jong, ik bemeuj mich neet met alles, maar desse meziek geis make, vind ik hiel belangriek,” aldus vader Geer. Joy kan er nu wel om lachen. “Weet je, ik moest behalve de repetities bij ‘t Hetje ook privéles krijgen. Zowel van onze dirigent Giel Hovens als van Harrie Bouguenon, voormalig kapelmeester bij De Limburgse Jagers. Hij kwam bij ons thuis en onze hond was eenkennig en een rotzak. Als mijnheer Bouguenon binnenkwam, ging dat dier als een dolle te keer. Dan duurde het een kwartier voordat ik hem rustig had. Harry Bouguenon stelde voor dat ik onze hond maar in de keuken achter een gesloten deur moest plaatsen. Al voor hij binnenkwam. Ik beloofde het iedere week, maar deed dat nooit. Haha. Zo ging iedere week weer een kwartier van mijn repetitietijd af. Nee, ik vond het maar niks. Dat mag duidelijk zijn.”

Joekskapel ’t Hetje in 1978. Rechtsboven Geer van der Veer. Tweede rij, vierde van links, Joy van der Veer

 

Andere ambities
Waar velen dachten dat Joy ooit wel de winkel van zijn vader zou overnemen, dacht zoonlief daar toch iets anders over. “Dat begon eigenlijk al op de lagere school. Men was daar van mening dat ik maar naar de Handelsschool moest gaan. De Havo/VWO had volgens het schoolhoofd en leraren geen zin, want ik zou toch in de zaak van mijn vader belanden. Gelukkig zag mam dat ik andere ambities had.” Dat het werken in de zaak niet voor hem was weggelegd ondervond Joy in de praktijk toen hij op  vrije zaterdagen mee moest helpen in t Versierhoes van vader Geer. “Vreselijk. Ik keek de klanten nog net niet de deur uit. Pas op het moment dat ik toestemming kreeg om in het magazijn te werken, bloeide ik op. Muziekje aan, sorteren, nadenken. Dat vond ik heerlijk. Nee, voor het verkopen van feestneuzen was ik niet in de wieg gelegd.”

Studeren en carrière
Toen Geer begreep dat zijn zoon andere ambities had, zei hij ook resoluut:’ Ga dan ook op kamers. Dat is goed voor je persoonlijke ontwikkeling. Zo word je volwassen.’ Joy betrad een andere wereld waarin zijn eigen persoonlijkheid zich inderdaad snel ontwikkelde. “Ik denk dat pap zich niet realiseerde dat dit tevens voor mij het einde in Venlo zou betekenen en ik niet meer zou terugkeren.” Joy begon in Arnhem en Nijmegen. “Ik kreeg nieuwe vrienden uit alle delen van het land. Je krijgt een nieuw leven. Ik ging steeds vaker in die andere steden op stap. Om mijn studievrienden te bezoeken gaf pap mij het oranje busje van de zaak mee. Daarmee reed ik door heel Nederland. De drempel om terug te keren, werd steeds hoger. Later ging ik Bedrijfseconomie studeren in Tilburg en Rotterdam.” Tegenwoordig is Joy mede-eigenaar bij PKF Wallast Accountants en Belastingadviseurs en verzorgt hij twee dagen in de week opleidingen als faculty member aan de Universiteit van Tilburg (onderdeel TIAS School for Business and Society). Inderdaad een heel andere carrière dan dat vader Geer ooit in zijn modelkind zag. Joy knikt. “Hij is echter nooit veeleisend richting mij geweest. Ook niet toen ik op latere leeftijd voor mijn werk over de hele wereld reisde. Pap was blij met ieder telefoontje. Als ik in New York was, hem belde en vroeg: waar denk je dat ik nu ben, was hij trots. ‘Geneet d’r van jong,’ zo zei hij dan. Ja, een telefoontje was soms voldoende. Hij had het zelf toch ook altijd druk.”

Structuur
“Ik lijk eigenlijk veel meer op mijn moeder. Een heel intelligente vrouw die heel belangrijk voor de zaak is geweest. Pap was de creatieve geest, mam zorgde voor het financiële aspect. En ja dat botste wel vaker. Waar pap bezig was met geld uitgeven, daar zat mam op de centen. Dat zorgde wel voor een ijzersterk duo. Het was geen huwelijk zoals bij vele anderen, zeker niet in die tijd, maar als ze samen op zondag op stap gingen, dan ging het nooit over geld en genoten ze samen. Naar Kevelaer, Arcen, uit eten en later regelmatig bij mijn gezin op bezoek. Vaak onaangekondigd. Haha. Dan zei ik wel eens: bel nu eerst even. Wij hebben ook afspraken.” Dat het lastig was om zoon van een bekende en uiterst creatieve vader te zijn, stopt Joy niet onder stoelen of banken. “Pas toen ik een relatie kreeg met mijn huidige echtgenote Marie-José begreep ik hoe anders een gezinsleven kon zijn. Daar heerste structuur. Om vijf uur stonden de aardappels op tafel. Haar vader was leraar en vroeg tijdens mijn studie naar de cijferlijsten. Pap niet. Haha. Als ik tegen hem zei, pap, ik ben door naar het volgende jaar zei hij alleen: ik had niet anders verwacht. Nogmaals, ik kan niks verkeerds over hem zeggen. Hij was zoals hij was en ik begreep hem. Het is in het leven belangrijk om iemands handleiding te kunnen lezen. Die heb ik in de loop der jaren wel leren begrijpen.” Toen Joy aan het einde van zijn studie de universitaire bul haalde, vroeg Geer: ‘Kin ik gewoen in miene knickerbocker komme?’ Het antwoord van zoonlief was duidelijk: ‘Asse det maar luuts.’

Joy herinnert zich een zakenreis van zijn vader. Op latere leeftijd. Naar de Spielwaremesse in Neurenberg. “Hij vertelde mij over die reis en ik zei: pap, ik heb daar ook klanten. We gaan samen. Het werd een geweldige reis waarin we veel goede gesprekken gevoerd hebben. Over de zaak. Mijn leven. Zijn leven. Bovendien hadden we niet veel woorden nodig om elkaar te begrijpen en om het toch goed te hebben. Misschien was hij niet de reguliere vader voor mij zoals veel leeftijdsgenoten het wel hadden, maar nogmaals: ik heb er niet onder geleden. Het was en bleef wel mijn vader. Ik accepteerde hem en juist door de situatie in ons gezin, ben ik de persoon geworden die ik nu ben. Met zakelijk succes en een mooi gezin. En ach, misschien lijk ik toch wel meer op hem dan ik soms denk. Zelf ben ik namelijk ook een behoorlijke workaholic.”

In deel 2 vertelt Joy over het creatieve brein van zijn vader, de prachtige creaties waarmee hij in de Venlose optocht liep en natuurlijk over Vastelaovend zelf.

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad

Kulinaire: Zuur Plees

Kulinaire: Zuur Plees

Of ik weer een column kon aanleveren? Natuurlijk. Maar ik wilde het nu eens niet over corona hebben (oeps, toch gebeurd), maar ja, waar moet je dan over schrijven? Er valt nu eenmaal weinig te beleven in deze rare tijd en ja, we zijn het zat hè, die pandemie. Het ziet...

VenloVanvruuger: SJINGELE-BOEM!

VenloVanvruuger: SJINGELE-BOEM!

Op een zondag voor de pandemie stond Geert Driessen van Sounds voor de deur met iets bijzonders: het hoesje van de allereerste Venlose vastelaovesplaten. Hij deed zijn opmerkelijke vondst op een internationale platenbeurs in Neerkant. Philips bracht rond het midden...