Kinder van de Venlose Binnenstad: ‘Ons huis was altijd een thuis’

27 maart 2020 | Leestijd: 6 minuten

Een nieuwe rubriek ‘Kinder van de Venlose Binnenstad.’ Waarom? Omdat er voldoende mooie verhalen van toen te vertellen zijn, maar vooral ook omdat er meer in het leven is dan corona. Het virus beheerst ons leven, maar het is ook goed om af en toe de gedachten te verzetten. Jacques-Paul Joosten doet de aftrap van deze nieuwe rubriek. Dat is niet zonder reden.

Tekst: Rob Buchholz : Beeld: Laurence Eggen en collectie Jacques-Paul Joosten

De zanger, schrijver en docent laat vaak blijken hoe hij nog steeds kan genieten van zijn jeugdherinneringen. Dat doet hij middels foto’s en verhalen op social media, maar een paar jaar geleden stond zijn leven als kind van de Venlose binnenstad ook centraal op de cd ‘1975’. In de tekst van het titelnummer zingt hij: ‘Laot os doon as of weej truuk gaon in dae waas. Laot os reize door d’n tied…..Nao det waat waas.’ Zo mooi kan het dus zijn om te mijmeren over het verleden? “Absoluut. Als ik mijn jeugdjaren in een paar woorden moet omschrijven, dan komen termen als gezelligheid, geborgenheid en veiligheid als eerste bovendrijven. Het was fantastisch.”

 

Jacques Paul met zijn moeder en zus op de kermis in 1978.

 

Ouders altijd thuis
Joosten groeide op als slagerszoon op de Vleesstraat, nummer 75. In het pand waar tegenwoordig Apple winkel Amac gevestigd is. Een broedplaats van geluk, zo omschrijft hij de huiskamer. “Mijn ouders werkten allebei in de zaak en waren dus altijd thuis. Daarom was ons huis altijd een thuis. Al werkte pap soms tot zeven of acht uur ’s avonds door, hij was altijd thuis. De slagerswinkel kon vol staan met klanten, maar als ik een vraag had over het huiswerk, keek hij even mee. Ja, in de zaak en de scholk vol met blood. De mensen begrepen dat en niemand klaagde. Dat zijn herinneringen voor het leven.”

Ouderlijk huis
Joosten lacht even want zijn vader had ook wel eens de neiging zijn zoon ter plekke te wurgen. “Onze winkel had een hoge opstap en ik knalde daar met mijn fietsje vol op en af. Soms sprongen de tegels spontaan los en wilde pap mij achterna komen. Hahaha. Het is hem nooit gelukt.” Zijn ouders stopten eind jaren tachtig met de zaak en verkochten het pand. Sindsdien is hij er nooit meer binnen geweest. “Een tijdje geleden stond het te koop of te huur bij een makelaar. Op de website stond foto’s van het interieur. De emoties die ik voelde tijdens het bekijken van die plaatjes zijn niet te beschrijven. Ik zag mijn hele leven voorbij komen. Prachtig. Misschien moet ik een keer de stoute schoenen aantrekken en vragen of ik nog een keer binnen mag kijken. Dat zal een emotionele achtbaan worden, daar ben ik van overtuigd.”

Eén generatie
Nu zullen veel mensen warme herinneringen koesteren aan hun jeugd- en kinderjaren, maar wat was nu zo kenmerkend voor het leven in de Venlose binnenstad van toen? “Daar kan ik maar met één generatie over praten. Mijn generatie. Kinderen van middenstanders uit de jaren zestig, zeventig en tachtig zullen precies begrijpen wat ik bedoel. Of ze nu in de Klaasstraat woonden, op de Jodenstraat, Kwartelenmarkt, Parade. Overal hing diezelfde warme sfeer in huis. Die is niet te omschrijven, dat moet je ervaren hebben. Zoals ik net al aangaf. Je ouders waren altijd thuis. Bijna alle ouders waren altijd thuis of op loopafstand aanwezig. Ook nu wonen er mensen in de binnenstad, maar de romantiek van toen is verdwenen. De generatie die in die bewuste periode in het centrum woonde, is verdwenen.”

Kermis1978 : Robert de Brouwer, Jacques-Paul Joosten, Wil Amendt, Marcel Stassen

 

Altijd buiten spelen
Een groot verschil met vroeger is volgens Joosten ook het feit dat hij altijd buiten speelde. Hij ziet het bij zijn eigen kinderen die veel meer met gamen, social media en andere zaken in huis bezig zijn. “Ja wij waren echt altijd buiten. Op straat gebeurde alles. Of je nu uit school kwam of terugkeerde van het sporten; je ging direct de straat op. Gewoon joetsen. Of voetballen op het Vleesplein. De bloemenkraam die er stond was de goal. Met wie ik daar speelde? Met Peter van de Ven (café Astoria), Wim Naarding (Tankstation Prinsessensingel), Hans Peters (kapper Grote Beekstraat), Marcel Stassen (audiospecialist Vleesstraat), Wilbert Rutten (bakker Lomstraat), Marco Schell (restaurant Kwartelenmarkt) en meer. Maar we waren op meer plaatsen te vinden. Als kleine kreuzel speelde ik vooral in de steeg achter onze zaak, bij Aan Cedron. Maar ook achter de muren van het klooster Mariaweide, op het Maasveldje (waar nu het gemeentekantoor staat). En bij het viaduct, vlak voor de fietsenwinkel van André Roest was een helling naar boven, richting het spoor. Dat was ons geheime plekje. Daar bouwden we huttenen uitkijkposten.”

V&D
Behalve het spelen op open plekken waren de winkels volgens Joosten een absoluut paradijs om te verblijven. “Absoluut, daarom verveelden we ons ook nooit. Zeker V&D, daar kon je als kind een hele middag op ontdekkingstocht. Het was één grote speeltuin. Met de lift of roltrappen van boven naar beneden, platen luisteren, boekjes kijken of naar de supermarkt in de kelder. Nee, het personeel was niet altijd blij met ons hahaha. Ik ben daar regelmatig naar buiten gegooid. Waarom? Dan waren we te nadrukkelijk aanwezig en renden te veel door de zaak. Een keer hebben ze mijn ouders ingelicht. Mijn vader had stickers voor zijn zaak laten maken. Als promotiemiddel. Ik wilde hem graag helpen en besloot de stickers in verschillende boeken bij V&D te plakken. Daar zag ik geen kwaad in. Ik bedoelde het echt goed. Maar het werd niet gewaardeerd en de leiding van Vroom & Dreesman nam toen contact met mijn ouders op. Ik geloofde dat ze zelf nog een boete hebben moeten betalen omdat een aantal boeken onverkoopbaar waren.”

Andere winkels
De kinderen van de Venlose binnenstad waren bekend bij alle winkels. Logisch volgens Joosten. “We kenden elkaar allemaal. We konden overal in- en uitlopen. Al had je maar een stuiver of een dubbeltje. Dan was je rijk want voor dat armzalige bedrag kon je bij de snoepwinkel van Bensdorp op de Klaasstraat toch weer iets kopen. En als ze ons bij V&D beu waren, dan gingen we bij een andere platenzaak elpees luisteren. Vooral bij Dom van den Bergh waren we vaak te vinden. Maar ook die eigenaren wisten precies wie wij waren. Dus als het rustig was in de winkel, zetten ze met liefde een plaatje voor ons op. Of we gingen naar Geerlings. Nog zo’n speeltuin vol met verschillend etages, afdelingen en speciale hoekjes. We renden via de Klaasstraat naar binnen en via de Vleesstraat weer naar buiten. Of andersom, maar ook daar was zoveel te beleven.”

Koopavond en Schinkemerret
Terug naar 1978. De start van de koopavond. Een fenomeen dat nu ten dode is opgeschreven, maar wat toen een ware happening was voor iedereen in het centrum van Venlo. Joosten geniet zichtbaar als hij er aan terug denkt. “De winkels open.’s Avonds. Man, wat was dat mooi. Alles verlicht in de stad. Veel activiteiten. Het was spannend om ’s avonds met vriendjes door het centrum te wandelen.” Een ander fenomeen dat warme herinneringen oproept is de Schinkemerret. “Echt, daar keken we maanden lang naar uit. Het was twee dagen feest. De kraampjes, de feestverlichting ging aan. Overal was muziek. Het was sfeervol. Ja de Schinkemerret is er nog steeds, maar is niet te vergelijken met hoe het toen was.”

Kerstbomen verzamelen in de jaren 70. Op de Jorisstraat bij pand waar nu McDonalds gevestigd is.

 

Vastelaovend
Wie Venlose binnenstad zegt, zegt vanzelfsprekend ook Vastelaovend. Als voormalig Prins van Jocus kreeg Joosten dit feest met de bekende paplepel ingegoten. “Op de Vleesstraat stonden in de jaren zeventig en tachtig de mensen nog rijen dik naar de optocht te kijken. Echt fantastisch. Ik heb eerder dit jaar de film ‘De Sjiets van de Vleisstraot’ gezien. Die gaat over de Boerebroelof van 1976. Een uur lang zat ik met een brok in mijn keel. Ik zag mijn vader die helaas een aantal jaren geleden is overleden, mijn moeder, mijn zus, ikzelf en alle mensen uit de straat en de buurt. Dat was emotioneel en maakte veel warme herinneringen los. Vanzelfsprekend dacht ik weer aan mijn ouderlijk huis. Als de optocht voorbij trok waren er wel vijftig mensen bij ons om uit de raam te kijken. Het was zo sfeervol, maar ach eigenlijk geldt dat voor mijn hele kinder- en jeugdperiode. Er was altijd sfeer. Elk jaargetijde, elk feest, iedere dag. De stad voelde als een warme deken. Altijd. Dat is verdwenen. Natuurlijk is het nu ook goed, maar anders. Ik ben blij en trots dat ik het heb mogen meemaken. En zoals gezegd: de kinder van de Venlose binnenstad van toen begrijpen precies wat ik bedoel.”

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad

Containertuintjes en de  oneindige reeks van scheten

Containertuintjes en de oneindige reeks van scheten

Column: Jac Buchholz | Beeld: Peter Janssen De ondergrondse afvalcontainer, daar ging het opeens over. Jarenlang zo’n ding voor de deur gehad. Nou ja, bijna voor de deur. Handig als de vuilnis moest worden weggebracht; ik hoefde maar een paar meter te lopen. ’s Zomers...

Brandbrief Venlose ondernemers tegen sluiting NS-loket

Brandbrief Venlose ondernemers tegen sluiting NS-loket

In de december liet de NS weten het fysieke loket op het treinstation in Venlo te willen sluiten. Een bijzonder ongewenst besluit, vindt winkeliersvereniging Venlostad.com die bijval krijgt van de Vereniging van Vastgoedeigenaren Venlo (VVEV) en Stichting Venlo...