“Klant is koning, maar dient zich dan wel waardig te gedragen”

17 mei 2021 | Leestijd: 5 minuten

Voorzitter Erik Manders van de Venlose winkeliersvereniging Venlostad.com sprak afgelopen week tegenover de Venlose gemeenteraad, opnieuw, zijn zorgen uit over het ‘anti-Duitsland-sentiment’ in de Venlose binnenstad. Hij erkent de misstanden, maar vindt het noodzakelijk die te nuanceren. “Je kunt niet alle Duitsers over één kam scheren.”

Tekst: Jac Buchholz: Beeld: VenloVanbinnen

Wat is er precies aan de hand?
Erik Manders: “Wij Venlonaren ‘näöle’ graag als er weer eens veel Duitsers in de stad zijn, zeker tijdens Duitse dagen. Maar de laatste jaren is dat omgeslagen en is er een bepaalde mate van ongezonde agressie bij gekomen. Sterker nog, er ontstaat in toenemende mate een vorm van discriminatie. Venlose binnenstadondernemers worden onder druk gezet om Duitsers de toegang tot winkel of terras te ontzeggen. Dat is een hoogst ongezonde ontwikkeling.”

Maar je kunt niet voorbij gaan aan het feit dat er op dit moment veel ongenoegen leeft dat ergens op is gebaseerd. En dat er ook ondernemers zijn die zich storen aan in ieder geval een deel van de Duitse bezoekers?
“Dat klopt en dat ontken ik ook niet. Maar je kunt niet alle Duitsers over één kam scheren. In onze binnenstad geldt dat de klant koning is, alle klanten, maar die moeten zich dan wel waardig gedragen. Er zijn inderdaad bezoekers die dat niet doen en als het druk is valt dat meer op. Maar pak die individuele gevallen aan en generaliseer niet. Als Venlostad.com hebben we op die signalen ingespeeld met het verzoek voor meer politie en handhaving in de binnenstad tijdens drukke dagen. Dat is gehonoreerd. Daarnaast doen we er alles aan, samen met onder andere de gemeente, om de gang van zaken op drukke dagen soepel te laten verlopen. Denk aan looprichtingen, linten voor wachtrijen en noem maar op.”

Desondanks is er veel kritiek en hoor je vaak de opmerking dat Venlo alleen mensen trekt die voor blikjes en de goedkope winkels komen.
“Dat heeft ermee te maken dat in Venlo te lang is ingezet op lage kwaliteitswinkels. Veel en goedkoop dus. Maar dat wil niet zeggen dat alle Duitse bezoekers daar naar op zoek zijn. Bovendien, voor de Venlose middenstand is de Duitse kooptoerist van essentieel belang. Uit het Koopstroomonderzoek van de Provincie Limburg, het KSOL2019, blijkt dat 71 procent van de totale bestedingen aan levensmiddelen en drogisterijartikelen in de binnenstad, en 47 procent van de niet-dagelijkse artikelen, zoals mode, luxe, vrije tijd en in en om het huis, afkomstig zijn uit Duitsland. Jaarlijks gaat het alleen in de binnenstad al om ruim 150 miljoen euro.”

Komt het probleem, om het maar even zo te noemen, ook niet voort uit het feit dat de landelijke overheden te weinig oog hebben voor de gang van zaken in de grensregio? Wanneer je versoepelt in Nederland en niet in Duitsland kun je verwachten dat mensen in beweging komen.
“Precies. Het is belachelijk dat er in Den Haag en Berlijn niet beter wordt ingespeeld op wat er gebeurt in grenssteden als Venlo. Dat geldt overigens voor heel Europa. Dat heeft deze crisis wel laten zien. Van een verenigd Europa is weinig sprake. In plaats van gezamenlijk beleid, bepaalde ieder land zijn eigen regels.”

Terug naar Venlo. Wat is de oplossing?
“Feit is dat een deel van de Duitse bezoekers specifiek naar het noordelijk deel van de stad wil, de zogenaamde Duitse hoek. Dat is al jaren zo en dat blijft zo. Zorg dan dat daar voldoende parkeerplaatsen zijn. Maar wat zie je: er zijn 150 parkeerplekken vervallen op de Lage Loswal en wat er precies met parkeerplaats Maaskade Hoog, bij Petatte Wiel, staat te gebeuren is ons, ondanks diverse verzoeken om uitleg en erbij betrokken te worden, nog niet duidelijk. Je kunt dan wel stellen dat er in het zuidelijk deel van de stad parkeergelegenheid genoeg is, maar daar wil een deel van de Duitse bezoekers niet zijn. Die gaan dan ook door de winkelstraten struinen waar van oudsher de Venlonaar ook in het weekend komt. Dat mengt zich niet goed. Uiteindelijk leidt dat tot irritatie.”

Daarmee los je het gebrek aan kwaliteitswinkels zoals je dat net aanstipte niet op.
“Klopt, daarom werken we met de gemeente en de vastgoedeigenaren aan het plan Binnenstad 2030, een visie voor de komende jaren om de Venlose binnenstad een kwaliteitsimpuls te geven. Het verblijfsklimaat moet worden verbeterd en onze rijke cultuurhistorie, ons Venlose DNA, nog beter zichtbaar gemaakt worden. Ook willen we meer groen en waterelementen en de stad moet schoon zijn. Samen moeten alle maatregelen er de komende tien jaar ook voor zorgen dat de Venlonaar die nu niet in de stad winkelt dat wel gaat doen, maar ook om kopers te trekken uit de regio en dus ook uit Duitsland die zich richten op het wat hogere segment.”

Waar kun je dan aan denken?
“Vooropgesteld, het vraagt om een lange adem. Er moeten op de eerste plaats meer kwaliteitswinkels komen. Het plan Binnenstad 2030 is een gezamenlijk streven van ons, de gemeente en de vastgoedeigenaren in Venlo. Die laatste groep is heel belangrijk omdat zij voor een deel bepalen hoe ons winkelaanbod eruit ziet. Je kunt verder in gesprek gaan met grote bedrijven als Michael Kors en Tommy Hilfiger. Die hebben forse distributiecentra op onze bedrijventerreinen; waarom zien we die niet terug met winkels in de stad? Verder, we hebben natuurlijk in Venlo al de nodige kwaliteitswinkels. Die zijn geconcentreerd in wat we de ‘drie straatjes’ noemen: de Jodenstraat, Klaasstraat en Gasthuisstraat. In onze plannen willen we die straten verder versterken. Het historisch gevelplan voor de Gasthuisstraat is er een voorbeeld van, maar ook de uitrol van het lichtplan voor een goede sfeer in de avonden.”

Meer kwaliteitswinkels dus. Is dat dé oplossing?
“Deels. We zullen ook aan ons imago moeten werken. Dat gebeurt al maar kan nog beter. De positieve aspecten van Venlo veel beter belichten. Niet alleen de winkels, ook de culturele voorzieningen, de historie. Winkelen wordt in de toekomst steeds meer beleving. Internetaankopen zijn niet meer weg te denken. Als ondernemer zal je daar op moeten inspelen. Maar daarnaast moet het fysieke winkelen aantrekkelijker worden gemaakt. Niet alleen met meer kwaliteitswinkels, maar ook met groen en water, met concept-stores waar niet meteen iets te koop is, maar waar wel iets te zien is. Denk aan een plek waar je de Cradle 2 Cradle-ambities van Venlo laat zien, waar bijvoorbeeld Fontys laat zien wat hun opleidingen in de praktijk betekenen, waar een fabrikant als Leolux bijvoorbeeld een soort showroom inricht. Ja, dat vraagt om een andere manier van denken. En om financiële middelen. Om Venlo maar ook andere steden aantrekkelijk te laten blijven zal de overheid heel veel geld in de winkelcentra moeten steken. Dat doe je dan voor de werkgelegenheid, maar vooral ook voor je eigen inwoners. De binnenstad is toch ook de huiskamer van je stad. Daar ontmoet je elkaar, daar vier je feest samen en deel je lief en leed met elkaar. Centra vervullen duidelijk ook een sociale functie.”

Tot slot nog even terug naar het begin, de anti-Duitsers-stemming. Je gaf al aan dat dit de laatste jaren is gegroeid. Hoe draai je dat om?
“Zoals gezegd, maak het geen algemeen probleem. Zorg ervoor dat de Duitse consument die voor het goedkope komt op de gewenste plek terecht komt. Dat is zeker te sturen. We zijn voor een belangrijk deel afhankelijk van de Duitse consument, de binnenstad drijft er economisch gezien op. Zijn er misdragingen, door wie dan ook, dan wordt er ingegrepen. Bovendien denk ik dat de situatie sowieso zal veranderen als ook Duitsland de coronamaatregelen gaat versoepelen. Tot slot, we hebben een prachtige aantrekkelijke binnenstad, laten we daar met zijn allen op een positieve manier van genieten.”

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad