OOC – Deel 2: Van oproerkraaiers tot belangrijk cultureel platform

21 juli 2020

Gisteren in deel één van dit tweeluik kwam de historie van de Venlose jongerencultuur aan bod die liep van de Summer of Love tot de opening van het OOC. In dit slotstuk belichten we de roerige jaren 70 en 80. Een periode van Punkers, drugsproblematiek en zelfs een brandbom, maar tevens een periode waar de basis werd gelegd voor een belangrijke culturele ontwikkeling in Venlo.

Tekst: Leon Vrijdag | Beeld: archieven bezoekers en vrijwilligers

De geschiedenis van het Open Ontmoetingscentrum (OOC) kent heel wat pieken en dalen. Onder de bezielende leiding van Jan Derkx groeit het centrum uit tot een ontmoetingsplek voor jongeren waar swingavonden en live optredens georganiseerd worden. Vanaf 1973 krijgt het een meer cultureel karakter.

De beginjaren
Hay Joosten die al een tijd als vrijwilliger betrokken is bij het OOC neemt in mei 1974 het stokje over van Jan Derkx. Ruud Hietbrink en wordt de nieuwe manager van het centrum. Joosten: “Ik was destijds manager van de band Static en had veel contacten in de muziekwereld. Tevens deed ik de programmering van ‘Stage 66’ in Ons Huis in Blerick. Zodoende ben ik bij het OOC als vrijwilliger betrokken geraakt.” Zo lukte het Joosten bijvoorbeeld om de band America binnen te halen toen ze net hun grote hit ‘A Horse with No Name’ hadden. Daarnaast deed Joosten op verzoek van de toenmalige directeur Nijssen van de Prins van Oranje de popprogrammering in de Prins. Zo regelde hij optredens van onder andere Captain Beefheart, Kevin Ayers, Camel, Brinsley Schwartz et cetera. Ondertussen bestond het Open Ontmoetingscentrum drie jaar als jongeren café, maar volgens Joosten gebeurde er te weinig.

Eigen inbreng
In de jaren die volgden werd het OOC onder leiding van Hay Joosten en Ben Kreiter omgevormd van een jongerencafé naar een cultuurpodium voor jongeren. “Schrijver Ton van Reen maakte ook nog korte tijd deel uit van de beleidsgroep maar moest helaas vanwege ziekte afhaken,” vertelt Hay Joosten. Zijn vervanger was Ben Kreiter. Het was de opzet dat bezoekers hun eigen inbreng kregen in die activiteiten. “Als je een idee had, kwam je er gewoon mee naar Ben en mij en dan werd bekeken hoe dat georganiseerd kon worden. Meestal was dat met een werkgroep,” aldus Joosten. Zo ontstond er bijvoorbeeld een werkgroep die films vertoonden die in de gewone Venlose bioscopen niet te zien waren. Tevens ontstond het eerste muziekcollectief van Nederland, een zeefdrukkerij, theaterworkshops, een fotografiegroep, het Zomerstraatfeest en een videowerkgroep die videofilms maakten die landelijk de aandacht trokken.

Horeca
Behalve de activiteiten werd tevens het horecagedeelte aangepakt. Verkoop van drank betekende meer omzet en dus een betere exploitatie van het jongerencentrum. Frans Spreeuwenberg had veel ervaring in de horeca. Hij lanceerde een aantal goede ideeën waaronder de wekelijkse swingavonden. Daarbij was het doel om de omzet van het café te verbeteren. Ook dit groeide uit tot een doorslaand succes.

Skinheads
Het OOC heeft altijd een beetje een dubieuze naam gehad. Spreeuwenberg: “Toch zijn er zelden of nooit echte problemen geweest. De verschillende groepen die er kwamen gaven elkaar de ruimte en ieder deed zijn ding. Als er al problemen waren dan werden die vaak veroorzaakt door groepen van buitenaf.” Hay Joosten herinnert zich een incident tijdens één van de ‘Swingavonden’ op vrijdag met een groep van het ‘Borussia Front’. “Vijf of zes van die boomlange skinheads die een avond lang een groepje meiden lastig vielen en zongen nazi-liedjes. Later gaven vaste bezoekers aan dat ze die Duitsers wel een lesje zouden leren als ze weer terug zouden komen. Joosten: “De methode die ze wilden kiezen stond me niet aan. Ik voelde me als beroepskracht verantwoordelijk en wilde het liever anders aanpakken. Toen dezelfde groep een week later terug kwam heb ik ze aangesproken en vertelt dat ze de week ervoor ‘Scheisse’ hadden gebouwd en alleen welkom waren als ze zich zouden gedragen volgens onze regels”. Gadegeslagen door een vaste kern bezoekers, gewapend met houten staven en knuppels in plastic tassen, gedroegen de Duitsers zich die avond redelijk. “We hebben ze na twee avonden nooit meer terug gezien,” lacht Joosten.

Drugsproblematiek
In de loop van de jaren kreeg Venlo steeds meer te maken met drugsproblematiek. De drugstoeristen uit Duitsland vormden een toenemend probleem voor het OOC. Spreeuwenberg: “Binnen werd blowen toegestaan. Maar op een gegeven moment kreeg het OOC ook te maken met gebruikers en dealers van harddrugs. We hebben er alles aan gedaan om zowel de gebruikers als de dealers buiten te houden, maar helaas lukte dat niet altijd. Ik heb diverse jongeren kapot zien gaan aan de heroïne; een populaire drug destijds.”

OOC Zienema
Naast de commerciële bioscopen City, Scala en Royal Irene (Seks Pietje) was er in Venlo een groeiende behoefte aan andere films. Deze behoefte heeft ervoor gezorgd dat enkele enthousiaste cinefielen de OOC Zienema oprichten waar artistieke kwaliteitsfilms en documentaires gedraaid werden. Tejo Merkus kwam in 1978 in aanraking met de OOC Zienema, de voorloper van Filmhuis Venlo en De Nieuwe Scene. “Een toenmalige vriendin uit Zuid-Limburg vertelde mij dat in het OOC interessante films te zien waren. Ze kwam vanwege haar studie in Venlo wonen en was wel nieuwsgierig naar wat er in het OOC allemaal gebeurde.” Een jaar lang bezocht Merkus ieder weekend de OOC Zienema met de vriendin aan zijn zijde. “Na een jaar vertrok ze weer richting het zuiden, maar ik bleef het OOC wekelijks bezoeken.” Toen hij midden jaren tachtig na zijn studie in Nijmegen terugkeerde in Venlo kreeg hij het verzoek om vrijwilliger te worden bij het Open Ontmoetingscentrum.

Tejo Merkus
Tijdens de voorbereiding van een cultureel uitwisselingsproject in Slovenië kreeg Merkus te horen dat hij via een banenpoolcontract een vaste baan als beroepskracht kreeg bij het OOC Zienema. “Die avond werd er in een onderaards gewelf in Ljubljana met lokaal bier uit halve literflessen geproost op mijn nieuwe baan. Samen welzijnswerker Jan Moors, OOC-medewerker Marcel van Beek, organisator Math Aerts plus mensen van KUD, de Sloveense organisatie, te weten Monika Skaberne en Eva Röhrmann. Merkus blijft tot 2007 als beroepskracht betrokken bij het inmiddels tot Perron 55 omgedoopte Open Ontmoetingscentrum. Terugkijkend op zijn tijd als vrijwilliger en beroepskracht ziet hij zijn tijd bij het OOC en Perron 55 als een enorme leerschool. “Ik heb hier geleerd om films te projecteren, hoe leiding te geven en mensen te begeleiden en ik heb er het vak van filmprogrammeur geleerd.” Ook in cultureel opzicht deed hij de nodige kennis op. “Ik heb in mijn periode bij het OOC en Perron 55 ontzettend veel films en bands gezien en gehoord. Mijn hele sociale leven heeft zich hier afgespeeld. Ik zou meteen weer instappen als ik de tijd terug kon draaien.”

Muziekcollectief
Behalve de Swingavond, waar zo ongeveer de grootste groep bezoekers op af kwam en het filmhuis organiseerde het Venlose jongerencentrum ook veel op het gebied van muziek. Het OOC bouwde een reputatie op door steeds weer nieuwe muziekstromingen te presenteren en beginnende bands een kans te geven en werd daarmee een ontmoetingsplek voor veel muzikanten. Het muziekcollectief werd in 1976 opgericht. De kelder werd van apparatuur voorzien en tevens als oefenruimte ingericht. Binnen korte tijd waren vijftien bands actief in het Open Ontmoetingscentrum. Peter Keijsers was destijds de bassist van de OOC houseband. “Iedere buurt had in die tijd zijn eigen bands. Door het oprichten van het muziekcollectief kwamen deze samen bij het OOC. Zo ontstonden er samenwerkingen, leenden we apparatuur van elkaar en vond er kruisbestuiving van verschillende muziekstijlen plaats. De bands betaalden voor het gebruik van de apparatuur en één keer per jaar moesten ze als tegenprestatie optreden in het OOC.” Het muziekcollectief was het eerste georganiseerde samenwerkingsverband tussen verschillende bands en kreeg hierdoor landelijke aandacht op Vara-radio. Later kwam er onder leiding van Wim Kaufman, Hans Donders en Frank Kranen ook een opnamestudio in de kelder van het OOC.

Punkers en Bauplatz
Eind jaren zeventig manifesteerde de punkscene zich in Nederland. De oude hippies werden afgelost door een jongere groep mensen met ander ideeën en andere behoeftes. Het OOC moest mee met deze verandering. Er ontstond een spanningsveld. De punkers wilden hun eigen muziek horen en punkbands programmeren. Incidenteel gebeurde dat al maar deze groep wilde meer. In 1981 kregen de punkers een eigen avond, de zondagavond. Dat was het begin van Bauplatz. Er werd Punk, Noise en New Wave gedraaid. Bauplatz haalde bands naar Venlo die later internationaal zouden doorbreken. DE zeefdrukkerij van het OOC maakte eigen affiches. Het eerder genoemde muziekcollectief bracht een lp uit met nummers van bands als Catastrophe Bizarre, Koko Zozo, Meer Staal, Cosmetica en Zoo. In 1982 bracht het ‘Limbabwe’ label de verzamel cassette ‘Vlaaikots’ uit met nummers van Zanzibars Twist, Coolcast, Cherokee, Chloroform, Alive Detail, Holland Elektro, Zoo en Pandemonium. Deze laatste band zou in de jaren die volgden uitgroeien tot de belangrijkste vertegenwoordiger van de Venlose punkscene. Pandemonium bracht eigen werk uit op vinyl en trad op in heel Europa.

Onderdeel van de welzijnsstichting
Inmiddels was het OOC onderdeel geworden van de welzijnsstichting. In 1989 besloot de gemeente het welzijnswerk in de stad stevig te reorganiseren. Het OOC zou per direct onder deze nieuwe stichting vallen en verloor daarmee zijn zelfstandigheid. Tevens werden nieuwe doelstellingen gelanceerd: het OOC moest een functie krijgen voor de opvang van randgroepjongeren, en verloor daarmee voor een deel de culturele functie die het tot dan altijd had. De plannen om het OOC onder te brengen bij de nieuwe stichting vielen bij de bezoekers volledig verkeerd en zij begonnen met het bedenken van acties. Daarnaast speelde al enkele jaren de discussie over de verplaatsing van het OOC. Het pand op de hoek Kaldenkerkerweg/Heutzstraat was te klein geworden en in zeer slechte staat. De bezoekers wilden graag een nieuwe plek die centraler gelegen was. Hun oog viel op de oude eierveiling aan de Reedestraat maar de politiek wilde niet aan dit plan meewerken en het besluit om het OOC te verplaatsen werd telkens uitgesteld.

Brandbom bij wethouder
Hay Joosten voerde in die tijd veel gesprekken met de bestuurders van de stad, echter zonder resultaat. Daarop richten de bezoekers een actiecomité op en zij vroegen een gesprek aan de met directeur van de welzijnsstichting. Dat verzoek werd niet gehonoreerd. Zijn antwoord ’Ik praat alleen met de beroepskrachten niet met de bezoekers’ zette veel kwaad bloed. De frustraties groeiden en dat leidde tot vele confrontaties. Regelmatig werden ruiten van het gemeentekantoor en het kantoor van de welzijnsstichting ingegooid. De toenmalig wethouder Theo Stroeken wilden niet wijken voor het geweld. Maar de acties werden harder. Het doel was om Stroeken persoonlijk te raken en uiteindelijk werd op 9 juni 1989 een brandbom onder de auto van de wethouder geplaatst. Stroeken had geluk, de bom ging niet af. Enkele maanden na het bomincident – op 9 oktober 1989 – werd er ingebroken bij De Stadsomroep. Sympathisanten van het OOC wisselden tape in de uitzendcomputer om met een tape waarop een man met een vervormde stem en een zwarte bivakmuts een verklaring voorlas. Op de achtergrond een wit laken met daarop de letters O.O.C.T.V. De actie haalde de landelijke televisie en werd zelfs uitgezonden bij het actualiteitenprogramma Jongbloed & Joosten.

Joosten stapt op
Handig waren de acties niet altijd en de timing was vaak verkeerd. Hay Joosten was er in ieder geval niet blij mee. “De gekozen methoden waren niet de mijne. Het vertraagde de besluitvorming voor een nieuw onderkomen.” Joosten stapte in september 1989 na vijftien tropenjaren op bij het OOC. Hij had het helemaal gehad met de gemeente die in zijn beleving nooit iets deed voor het OOC. Maar dat was voor Joosten niet de enige reden om op te stappen. “Ik had andere ambities en vond het tijd worden om het stokje over te dragen. Collega Ben Kreiter ging nog enkele jaren door.

Perron 55
Op 14 december 1989 besloot de gemeenteraad akkoord te gaan het collegevoorstel om het OOC te verplaatsen naar een nieuw te bouwen pand aan de Kaldenkerkerweg. De nieuwbouw kwam op de plek waar de voormalige stadsschouwburg ‘De Prins van Oranje’ had gestaan. De jongeren waren woedend, met name omdat de locatie in hun ogen te ver van het centrum lag. Met nieuwe acties probeerden ze het besluit van de gemeenteraad terug te draaien, maar het bleken de laatste stuiptrekkingen. Op 10 januari 1992 opende het jongerencentrum onder de nieuwe naam Perron 55 de deuren. Het nieuwe jongerencentrum maakte een valse start en zou nooit een volwaardige opvolger van het OOC worden. In de jaren die volgden traden er diverse bekende en minder bekende bands op en werd Perron 55 meerdere keren genomineerd voor een prijs in diverse categorieën. Met een goede programmering, een eetcafé, een filmhuis en oefenruimtes voor diverse bands leek het allemaal zo slecht nog niet maar Perron 55 is nooit echt geaccepteerd en dat had vooral te maken met de ligging. Op 27 april 2014 vond de laatste activiteit van in Perron 55 plaats. Kort daarna sloot het definitief de deuren om plaats te maken voor het nieuwe poppodium Grenswerk aan de Peperstraat in de binnenstad van Venlo.

Grenswerk
Met de opening van Grenswerk kwam er een einde aan de roemruchte tijd van het OOC en Perron 55. Een periode van veel onrust tussen generaties, verschillende groepen jongeren en de bestuurders van de stad. Het is echter aan de vastberadenheid van de jongeren van toen te danken dat er in Venlo een bruisend en cultureel uitgaansleven ontstaan is. Naast de maatschappelijk-sociale functie van het OOC en later Perron 55 hebben tal van vrijwilligers en bezoekers aan de wieg gestaan van onder andere het Zomerparkfeest, Filmhuis De Nieuwe Scène en Poppodium Grenswerk. Vele bands hebben hun eerste stappen gezet in het Muziekcollectief. Het OOC en Perron 55 bleken een goede voedingsbodem te zijn voor een bloeiende jongerencultuur in Venlo. Nog steeds profiteert Venlo van wat deze jongeren tot stand hebben gebracht.

Terug