Peter Beeker: ‘Sounds maakte een monster in mij wakker’

7 november 2019 | Leestijd: 7 minuten

Peter Beeker keek er vroeger enorm tegen op om bij Sounds naar binnen te wandelen. “Ik vond het intimiderend en was bang een verkeerde keuze te maken. Daar stonden in mijn ogen echte kenners.” In het laatste deel van deze jubileumcyclus vertelt de zanger/journalist over zijn muzikale ontdekkingsreis, het belang van Sounds voor Venlo en waarom hij bij de meeste concerten na een uur al liever aan de bar staat.

Tekst: Rob Buchholz | Beeld: Janneke Michels & Janneke Michels

Het begon voor Peter allemaal echt met Bob Dylan. Een bepalend moment voor zowel zijn muzikale ontwikkeling als voor de wijze waarop en waarom hij zelf muziek is gaan maken. “Ik was tot de ontdekking van Dylan bezig met Top 40 muziek; bands als Dire Straits bepaalden het geluid op mijn jongenskamer. Maar Dylan… ja…. wow. Het was een show uit 1965. Zo puur, rauw, ongecompliceerd en vol power. Eén man met zijn gitaar. Meer was het niet. Ik zal een jaar of 16, 17 zijn geweest. Maar hij blies mij omver en was van grote invloed op alles wat volgde.”

Monster
Peter wilde meer horen en weten over andere popmuziek dan dat hij tot dat moment beluisterde. “Iemand tipte mij over Sounds, maar het duurde inderdaad even voor ik daar naar binnen durfde. Ik kwam uit Velden en kocht mijn elpees bij V&D. Vaak verzamelelpees als Now This is Music. Bij Sounds zou ik een ander universum binnenlopen. Daarvan was ik mij bewust. Ik moest echt over een drempel stappen. Het was een beetje het gevoel dat je als beginnend gitarist hebt die een gitaarwinkel binnenstapt. Je bent een rooky en weet dat het vanaf dat moment serieus wordt. De mensen die in de winkel staan, zijn lichtjaren verder dan jezelf.” Peter wist zijn schroom te overwinnen, stapte naar binnen en bleek de juiste vragen te stellen. “Ja, ik wist wel enigszins waarnaar ik op zoek was. Twee albums: The Smiths en Sly & the Family Stone. Eigenlijk kende ik alleen de naam van die laatste band, maar had geen specifiek album voor ogen. Maar bij Sounds vonden ze het gaaf dat ik zoekende was en ze gaven mij tips. Dat zorgde direct voor een warm welkom, maar ook het gevoel serieus genomen te worden. Alle vooroordelen waren verdwenen. Ineens hoorde ik er bij. Zo voelde dat. De enige nog te nemen drempel was de Metalkelder. Daar moest ik op bepaald moment ook zijn. Ik was zo onder de indruk van dat totale aanbod en wist: Sounds heeft een monster in mij wakker gemaakt.”

Magie van muziek
Het ontdekken van nieuwe artiesten en andere muziekstijlen was voor de inmiddels 46-jarige Beeker een essentieel onderdeel van de passie. In de eerste jaren waren het vaak de hoezen die zijn keuzes bepaalden. “Haha ja, ik herinner mij nog het album George Best van Indierockband The Wedding Present. Die foto van Best vond ik zo cool. De muziek was niet mijn ding, maar de hoes hangt nog steeds ingelijst in huis.” De tips van medewerkers bij Sounds nam Peter graag serieus, maar tevens zocht hij vooral op eigen gevoel. “Tippen. Ik vind dat een lastig iets. Weet je, het aanbod is zo groot. Dat is hetzelfde als dat iemand je nu aanraadt om een bepaalde serie op Netflix te kijken. Het heeft geen zin. Er is zoveel. Je gaat zelf zoeken en iemand anders noemt weer een volgende serie. Je moet zelf ontdekken. Op gevoel, door ervaringen. Je koopt een album en die plaat leid je vanzelf weer naar een volgende. Van dezelfde artiest of juist iets heel anders. Het mooiste zijn de platen die je tien keer moet luisteren voor het kwartje valt. Dat is juist het magische van muziek. Ik heb dat zelf ervaren met acts als Bon Iver en Wilco. Hun album Yankee Hotel Foxtrot was een mysterie, maar je blijft luisteren en dan plotseling….bam. Raak. PJ Harvey. Hetzelfde. Ook een artiest waarbij het even duurde voordat de echte waardering ontstond. Ook naar haar muziek heb ik echt leren luisteren. Het bleek uiteindelijk veel kleurrijker dan in eerste instantie gedacht. Zo ben ik ooit als kind begonnen met het beluisteren van Peter en de Wolf. Dat vond ik echt magisch. Die plaat draaide ik op de pick-up van mijn zussen. Het was fascinerende muziek en telkens weer was er een nieuwe ontdekking. Eigenlijk is het dus nooit veranderd.” Toch is volgens hem de passie bizar. “Als klanten van Sounds kopen we eigenlijk gewoon lucht. Trillingen van lucht. Tom Waits zei het tijdens zijn inauguratie bij de Rock ’n Roll Hall of Fame. Hij was trots met de nominatie, maar zei: ik doe niet meer dan lucht verplaatsen. Het zijn trillingen. Meer niet. Dat maakt het zo fascinerend.”

Sounds - Peter 2

Waardering
Teksten raken hem minder. Peter beschouwd zichzelf meer als iemand die vooral naar het geluid luistert. Naar die trillingen. “Ja, ik weet het. Mensen kunnen helemaal los gaan op de teksten van Dylan.” Met een grijns voegt hij er aan toe: “Maar het is toch veel leuker om vast te houden aan datgene wat je denkt dat iemand zingt? Eigenlijk is er weinig muziek die ik niet kan pruimen. De hits van vroeger vind ik nog steeds leuk. Nee, ik draai het bijna niet meer. Platen van The Smiths of Simple Minds; ik ken ze door en door. Ze blijven tof. En ik heb er zeker geen hekel aan. Soms hoor ik wel stijlen waar ik weinig mee kan, maar is er toch waardering. Neem bijvoorbeeld de Nederlandstalige R’n B. Het is makkelijk om daar negatief over te doen, maar ze hebben hun eigen taal en die is essentieel voor de liedjes. Daarin kunnen zij zich het beste uiten. Dat hebben wij als makers van dialectmuziek toch ook? Dat vind ik knap aan dat genre. Natuurlijk moet je soms duidelijk maken waar je staat, maar waardering kun je altijd hebben. Ik vind het tof als een muzikant niet echt weet waar hij of zij mee bezig is. De kunstenaar die zoekende is. Dat is een mooi proces om te volgen. Wat ik erg vind is als mensen geen waardering voor muzikanten opbrengen. Een specifiek voorbeeld is mij altijd bijgebleven. Het was de dag van Live Aid, 13 juli 1985. Een van mijn favoriete bands, Dire Straits, zou optreden. Al de hele dag was ik nerveus. Die 13e juli vierden wij een feest met vrienden, maar keken vooral tv. Het was een historische dag. Dat voelde iedereen. Eindelijk was het moment daar. Dire Straits. Mijn band. Ze waren amper begonnen of de vader van het meisje waar dat feest plaatsvond, komt de kamer binnen en roept: die rotherrie gaat nu af! Bam! Hij trok de stekker er uit. Ik was verbouwereerd. Dat was onvergeeflijk. Toen wist ik: die man begrijpt het echt niet. Nu zeg ik: die man zou nooit een klant van Sounds zijn geworden. Vreselijk.”

Vette Blues
Met het stijgen der jaren worden mensen vaak milder. Dat geldt volgens Peter niet voor de muzikale smaak. Tegenwoordig is de voormalige ongenode gast helemaal gek van vette Blues. “Klopt. Mijn oude passie, de jaren 70 rock met bands als The Stones en Humble Pie, blijf ik vanzelfsprekend trouw. Maar die moddervette, smerige Blues. Waanzinnig. Artiesten als Junior Kimbrough. De stijl uit het noorden van Mississippi. Dat is de heilige grond van de Blues. Prachtig. Dat stuwende ritme. Het is muziek die via vinyl beluisterd moet worden. Eigenlijk heb ik sowieso de cd overgeslagen. Natuurlijk staan er een paar in mijn collectie, omdat het in de jaren negentig gewoon niet anders verkrijgbaar was. Maar een lp. Dat is toch veel gaver. Die hoezen. De complete beleving. Zeker Blues moet vanaf vinyl klinken. Die stijl inspireert mij weer bij het maken van nieuwe liedjes. Dat is vergelijkbaar met het maken van huiswerk. Er gebeurt iets. Ik schrijf teksten en melodieën los van elkaar. Later zoek ik wel weer wat samen past. Gelukkig hebben we tegenwoordig de mogelijkheid om alles wat je doet op te nemen. Bij mijn huidige project Drum & Beeker speelt de Blues weer een belangrijke rol. Dat doe ik samen met Daan van de Ven. Een jonge drummer die studeert aan de Herman Brood Academie. Tijdens de Nacht van het Limburg Leed spelen we in de los- en laadruimte van De Maaspoort.”

Sounds - Peter 3

Concertbezoek
Inspiratie is voor Peter enorm essentieel. Hij is een muzikant die echt opzuigt. Dat zorgt wel eens voor overkill. “Ja man, een concert bezoeken. Dat is voor mij echt topsport. Na een uur zit ik vol. Dan loop ik weg, naar de bar. Effe wat drinken of ergens een peuk roken. Het liefste wil ik dan zelf aan de slag. Er uit gooien wat allemaal binnen is gekomen. Maar dat kan niet. Je zult mij in ieder geval niet snel meer in grote zalen of stadions zien. In 2006 was ik bij The Rolling Stones in de Arena. Dat was echt too much. Al die toeters en bellen. En eigenlijk sta je vooral naar een scherm te kijken. De omgeving plus andere mensen en geluiden leiden dan alleen maar af. Dan komt er te veel binnen en heeft de muziek geen impact meer. Na een uur ben ik afgehaakt. Ik moet een muzikant in de ogen kunnen kijken. Dan voel ik echte passie en inspiratie. Duizend mensen is al te veel. Ik sta liever zelf op het podium. Daar kan ik mijn passie kwijt. Zelfs toen ik bij mijn persoonlijke favoriet Ryan Adams in Utrecht vooraan stond, ben ik twee keer weggelopen om even te roken en alles te laten bezinken. Maar de rest van de tijd, stond ik wel twee uur lang met gebalde vuisten mee te zingen. Ja concerten in kroegen of een instore bij Sounds, dat is prima te doen. Binnenkort ga ik naar Cedric Burnside in Merleyn, Nijmegen. Daar heb ik zo enorm veel zin. Die show wordt misschien wel het beste dat ik ooit heb gezien.”

Over het belang van Sounds voor Venlo is Peter duidelijk. “In iedere stad speur ik direct naar platenwinkels. Heel recent was ik nog in Den Haag. Leuke zaakjes, maar vergelijkbaar met Sounds. Geen een. Nergens. Overal in de wereld zijn platenwinkels; heel mooi. Maar wij hebben verdomme Sounds. We mogen daarom trots zijn dat dit in Venlo staat want eigenlijk past het niet. Een zaak met dergelijke allure. Een platenwinkeltje. Oké. Maar dit. Op deze schaal? In Venlo? Een winkel van deze omvang is echt heel bijzonder. Het is prachtig om te zien hoe ze gegroeid zijn. We weten ook niet beter: het is er gewoon. Na 35 jaar zie je bij Geert en Leo nog steeds de begeisterung in hun ogen. Als het mijn zaak was, zou ik gek worden. Echt. Dat enorme aanbod is toch niet bij te houden. Zij kunnen het.” In de afgelopen jaren had Peter af en toe het voorrecht om als DJ in de zaak te fungeren. Dat beschouwt hij als een enorme eer. Hij lacht trots en zegt: “Ik had stiekem de hoop een plaatje uit mijn collectie te draaien, waar Geert of Leo van zou zeggen: wat heb je nu opstaan? En ja, het gebeurde echt. Mooier kan het toch niet. Sounds was mijn school. Ik de leerling. De leerling is geslaagd. De opleiding is voltooid.”

Bekijk ons magazine

Blader door onze artikelen in Venlovanbinnenstad