Venlose hoteliers : Toeristen zijn juist nu van groot belang voor de stad

7 juli 2020

Nu de vakantieperiode is aangebroken is de grote vraag: wat gaat de Nederlandse toerist doen? Blijven ze in eigen land? Of boeken ze alsnog een snelle last minute naar zonnige oorden? Wie de nieuwsberichten van afgelopen dagen heeft gevolgd over nieuwe coronabrandhaarden in Zuid-Europa zal het waarschijnlijk verstandiger vinden om vakantie in eigen omgeving te vieren.

Tekst: Rob Buchholz | Beeld: VenloVanbinnen

Vakantieparken spinnen op dit moment garen bij de huidige situatie. Althans zo luidt de algehele tendens. Hotels laten echter nog een ander beeld zien. De eigenaren en uitbaters van Venlose hotels vinden het lastig om precies aan te geven hoe de komende twee maanden er uit gaan zien. Er klinkt tevredenheid, maar het niveau van 2019 wordt zeker niet gehaald. Gijs Hendrikx van het Theaterhotel heeft met het team afgesproken dat ze vooral gaan vergelijken met het openingsjaar 2017. “Vergelijken met de zomer van verleden jaar heeft namelijk geen zin. Dat is niet realistisch. Maar als we de cijfers van drie jaar geleden halen of zelfs licht overtreffen, ben ik content.”

Restaurant
Zijn collega Richard Ooms van Hotel Wilhelmina en Hotel American spreekt over ‘standje survival’. “Het gaat. Je hoort mij niet klagen. Met de huidige bezettingsgraad en de steun van de overheid gaan we het redden. Wij zijn vanaf de start van de coronacrisis gewoon open gebleven. Vanaf 1 april hebben we ons vooral gericht op eten afhalen en bezorgen.  Sinds 1 juni ligt de focus weer op de toeristen die naar ons hotel komen. Voor de komende twee maanden hoop ik vooral dat het weer niet te goed wordt. Met dertig graden gaan Venlonaren lekker barbecueën. Bij 21 graden kiezen ze voor uit eten in een goed restaurant. Dat is beter voor ons.”

Toerisme
Voor nu blijft de grote vraag: hoe laten we de toerist naar Venlo komen? Probleem volgens Ooms is echter dat Venlo geen echte toeristenstad is. Toch is het de groep waar de hotels het de komende maanden van moeten hebben. “Dat regelt niemand voor je, dat moeten we zelf doen. Ten eerste zijn er geen evenementen. Die zorgen vaak voor extra overnachtingen. Ten tweede keert de zakelijke reiziger dit jaar in ieder geval niet meer terug. Grote bedrijven als Canon en Ewals gaan echt geen meetings organiseren. Die doen alle meetings via video.” Gijs Hendrikx kan zich vinden in de lezing van Ooms. Hij is daarnaast vooral teleurgesteld dat bij de diverse toeristische Limburgse platforms de regio Noord-Limburg vergeten lijkt te worden. “De gemeente Venlo doet echt alles om de regio te promoten, maar over het algemeen kan de promotie en samenwerking vanuit andere partijen veel beter. De hotels in Venlo werken prima samen, dat is geen probleem. Maar overkoepelende belangenorganisaties uit de rest van de provincie zijn naar mijn bescheiden mening te veel op het zuiden gericht.”

Gijs Hendrikx, Theaterhotel

 

Coronabrandhaarden
Wat de zomer brengt, staat dus nog in de sterren geschreven. Nieuwsberichten over nieuwe coronabrandhaarden in Zuid-Europa komen de Venlose hotelbranche waarschijnlijk niet heel slecht uit. Ooms: “Ik heb zelf een week geleden een korte vakantie naar Frankrijk geboekt. Als ik echter de berichtgeving van de afgelopen dagen volg, vraag ik mij af of we daar goed aan hebben gedaan. Die gedachte zullen meer Nederlanders hebben. Is het verstandig om nu alsnog naar zonnige oorden af te reizen?” Het zijn echter niet alleen gasten uit eigen land die de streek bezoeken. Als Gijs Hendrikx namelijk zijn reserveringsysteem checkt op het aantal boekingen bespeurt hij een enorme diversiteit aan nationaliteiten: België, Slovenië, Luxemburg, Italië, Polen, Oostenrijk en zelfs Australië. Onze oosterburen zijn qua boekingen echter koploper in het Theaterhotel. “Ik denk dat de helft van onze gasten afkomstig is uit Duitsland. Ja dat zijn vooral toeristen, want zakelijk gebeurt er op dit moment weinig. De evenementen tijdens congresmaanden, direct na de zomer, zijn van de agenda geschrapt. Daarom is het zo essentieel om de regio richting toeristen te promoten. Er valt in de omgeving voldoende te beleven. Maar laat duidelijk zijn: ik ben voor nu vooral blij met de gasten die ons weten te vinden. Het kan echter beter.”

Overheidssteun
Onmisbaar om te overleven is de steun vanuit de overheid. Ooms hoort links en rechts wel eens klachten over de steunpakketten, maar is zelf van mening dat de Nederlandse regering het prima heeft gedaan. “Misschien is het niet perfect, maar zonder die steun hadden wij het in ieder geval niet gered. Probleem is wel: ik hoef nu geen belasting te betalen. Maar eens komt die rekening. Daarom hoop ik vooral dat toeristen uit Nederland en omliggende landen de komende weken alsnog massaal hotelovernachtingen boeken. Waar de regering wel nog eens goed naar moet kijken is die anderhalve-meter-regeling. We mogen wel met vier personen in een auto zitten, maar die vier zelfde mensen mogen in een restaurant niet aan één tafeltje zitten. Dat is belachelijk. Als wij toestemming krijgen meer gasten aan één tafel te laten zitten dan biedt dat voor de horeca veel meer mogelijkheden. De restaurantruimte is hoog, de ventilatie is optimaal, ze kunnen buiten eten. Geef ons die ruimte. Dat zou al veel verschil maken.”

Terug